Seizoen 2024

Een jaar om los te laten…

 

Dit jaar vier ik Nieuwjaar buitenshuis. Samen met Marianne ben ik een weekje naar Londen en dat betekent dat ik géén Nieuwjaarssessie ga vissen op 1 januari. Als we maandag de 8e terugkomen op het vliegveld van Eindhoven vriest het licht en dat zal volgens de verwachtingen komende week ook zo blijven. Ik moet dus nog maar eens zien of ik dan überhaupt wel een nachtje naar het water ga, of dat ik besluit om mijn visjaar pas ná de beurs op te starten. Ik heb bedacht om mezelf vooraf geen doelen te stellen voor dit seizoen en het allemaal wat meer te laten gebeuren. We zien wel wat er komt. Dat betekent natuurlijk niet dat ik mijn best niet ga doen om zoveel mogelijk karpers te vangen, maar teveel voorbereiding en geplande resultaten kunnen me ook in de weg zitten. Mijn neus achterna gaan, verrast worden en struikelen over kansjes, lijken me doelstellingen genoeg voor dit seizoen. 

 

Wat ik ook wil gaan doen is een aantal dingen testen. Zowel de montages waarmee ik vis, als mijn hengels. Ik wil de verschillen in kaart brengen tussen mijn Daiwa hengels en mijn Harrisons. Testen met gevlochten lijn en met nylon, mét en zonder leader en met verschillende loodgewichten, om te zien welke afstanden ik daarmee haal. Ook ben ik benieuwd als ik ergens dit voorjaar mijn nieuwe molens heb, of ik daarmee nóg grotere afstanden ga halen. Ik wil ook zien als ik 3 pond gewicht aan de hengels bevestig, wat dit doet met de actie. De handgebouwde Harrisons voelen immers veel zachter en parabolischer aan dan mijn Daiwa Tournaments terwijl ze beiden 3 Lbs zijn. Mijn drone moet ik ook eens opnieuw gaan ontdekken. Daarmee heb ik tot nu toe veel te weinig gedaan omdat ik steeds bang ben hem te verliezen, maar nu ligt hij continu “veilig op zolder” en is het een behoorlijk dure presse-papier op mijn bureau. Ook zou ik mijn huidige dieptemeter graag willen omruilen voor een Raymarine Element 7 met sidevision, omdat ik nu onvoldoende details zie en ik het scherm ook te klein vind. Mijn Dragonfly  die verder goed werkt, verkoop ik dan wel weer via Marktplaats aan een visser die hem kan gebruiken om mijn kosten enigszins te drukken. Het is allemaal al duur genoeg tegenwoordig, maar dit zou een aanschaf zijn die ik daarna niet meer hoef te vervangen.

 

Als ik dinsdagochtend op het perron op de trein sta te wachten, is het zó koud en zuur dat ik spontaan besluit het vissen deze week te skippen. Het vriest zes graden maar de windchill factor laat het volgens het KNMI aanvoelen als min 12. Dan ga ik ná de beurs maar starten met dit seizoen of het moet zijn dat de omstandigheden nog omslaan in positieve zin, maar daar ziet het vooralsnog niet naar uit.

De beurs in Den Bosch is prima, maar een beetje tam. Rolf is behoorlijk verkouden en omdat we twee kamers hebben, slaapt hij alleen en ik samen met Serge op de andere kamer. De tamheid komt vooral doordat we in tegenstelling tot andere jaren, nauwelijks een biertje doen na de beurs en ook elke avond op tijd in bed liggen. Van mij had dat wel een beetje meer mogen zijn.

Ook dit jaar zijn wij weer verantwoordelijk voor het geluid en het licht bij de lezingen. Pilaar en Hofman hebben, zoals we samen al verwachtten, elke dag de meeste bezoekers maar de meest leerzame presentatie komt volgens ons toch van Kevin Diederen. Die zet óns in elk geval het meest aan het denken en zijn bescheidenheid siert hem. Michel van “de Stek”, is ook dit jaar weer paraat en we halen samen wat oude herinneringen op. Fijn om hem weer eens te zien en nog fijner om te horen dat het hem weer wat beter gaat. Op de laatste avond vertelt Mick aan tafel dat we maar weer eens een visreis moeten uitzoeken voor een gezamenlijke trip. Dus op zondagochtend boeken we bij Bas een exclusief water voor een week in het vroege voorjaar van 2025. Eerder laten onze gezamenlijke agenda’s dat niet toe. Helaas mis ik nipt de gelegenheid om even bij te praten met Rini Groothuis. Die loopt namelijk net de hal uit als ik bij Christopher en Jennifer sta te praten. Als we aan het einde van de middag de evaluatie, over de plussen en minnen die ons zijn opgevallen, met Mick hebben afgerond, nemen we afscheid en rijden we naar huis. De aankopen die in mijn auto liggen zijn geringer in aantal dan andere jaren. Wat tooltjes om te krimpen, een nieuw VBK handdoekje omdat in mijn vorige wat kaarsvet zat, twee quick sticks voor mijn Tempest, twee zakjes ring wartels, drie rod locks die ik cadeau kreeg van Gert-Jan en drie backleads voor achter de voerboot. Op een nieuwe set molens en een visvinder na, heb ik niks nodig dus heb ik ook niks aangeschaft. Donderdag maar eens mijn eerste sessie van het seizoen gaan doen. Het weer wordt super en ik heb er zin in.  

 

Maandag, de dag na de beurs, voer ik in de avond een honderdtal boilies en een blikje sweetcorn op mijn kanaalstek. Dinsdag sla ik over omdat het mijn verjaardag is, maar op woensdag bij volle maan herhaal ik de exercitie van maandag. De bedoeling is om er donderdag de 25e een nacht te gaan vissen. Ik kom erachter dat ik echt een hekel heb aan de weerman. Voor donderdag heeft hij een uurtje met 0,3 mm regen voorspeld, maar in tegenstelling tot die uitspraak is het misschien een uur droog geweest. Een van mijn Delkims heeft de geest gegeven maar dat zal met een nieuwe batterij vermoedelijk wel opgelost zijn. Tot overmaat van ramp blijkt bij het opruimen dat mijn hengel op de hotspot heel de nacht in de war heeft gelegen. Als ik thuiskom moet ik alles drogen, want er is letterlijk niets wat ik droog heb kunnen inpakken. Kortom, een hele slechte sessie en dat betekent dat ik nog maar één enkele kans heb om in de maand januari vis op de mat te krijgen.

 

De dag erna, op zaterdag, ga ik een ochtendsessie vissen met single pop-ups op bedjes van sweetcorn en gesoakte pellets op afgesloten water. Heel misschien levert me dat toch een enkele aanbeet op door met mijn voerboot nauwkeurig uit te varen. Als ik elke twee uur mijn hengels verleg, maak ik zoveel mogelijk kans op een vis die stom genoeg is om erin te trappen. Maar ook deze sessie moet ik constateren dat die poging me op een brasem na helemaal niks oplevert. Januari eindig ik dus zonder vis dit jaar.

 

Een week later bel ik samen met Bjorn en plannen we een gezamenlijk nachtje op de stromende Maas. Tenminste als de stroming en de omstandigheden het toelaten. We spreken af om vrijdag, vlakbij de oude ligplaats van Demaine, een sessie te vissen. De watertemperatuur is al opgelopen tot zeven graden en dat is helemaal niet slecht. Het enige wat we ons nog afvragen is of het niet te hard stroomt en of het aas wel blijft liggen. Er zit maar een ding op en dat is om er te gaan kijken. Als het niet te doen is, gaan we naar de stek van mijn najaarssessie. Dat is uit de stroming en daar hangt ook altijd wel wat vis. Het wordt het laatste. Op de geplande stek stroomt het echt te hard en een uitwijkstek blijkt bezet te zijn. Even later gooien we de spullen over het muurtje en pompen we de boten op. Om half vijf liggen de hengels erin. De mijne wijzen naar het gat, die van Bjorn naar de Maas. We drinken een biertje, warmen ons eten op en gaan daarna in mijn tent zitten om eens goed bij te kleppen. Als we op het punt staan om te gaan slapen, loopt mijn rechtse hengel na twee piepen als voormelding ineens volle bak af. Heerlijk om tegen alle verwachtingen in tóch een vis te vangen. Een schub van precies 12 kilo mag even op de foto en de hengel gaat weer terug op de stek. Helaas gebeurt er de rest van de nacht niets meer, maar de eerste riviervis van het jaar is een feit. We voeren bij vertrek nog wat boilies verspreid over de stek en plannen volgende week terug te komen als het weer het toelaat. Liefst op donderdag want vrijdag begint de carnaval en dan zetten we de auto’s liever niet langs de dronkemansroute.

Het wordt allemaal weer anders dan gepland. Op maandagavond krijg ik een appje van Bjorn; “Maat ik heb eventueel 3 Power Aero’s voor je”. Hij noemt een prijs en vertelt dat de nieuwe Ultegra’s mij slechts €35 per stuk minder gaan kosten. Beide zijn een vriendenprijs kan ik je vertellen en dan is het verschil te klein om de Aero’s te laten schieten. Een vierde kan er altijd bij voor hetzelfde bedrag, verzekert hij me. Woensdag brengt hij ze langs als hij onderweg is naar Eindhoven en donderdag sta ik ’s ochtends vóór het werk in het donker mijn nieuwe molens op te spoelen met verse nylon en worden ze daarna op mijn Harrisons gedraaid. Mijn oude vertrouwde baitrunners worden op mijn Tournaments bevestigd en zo zijn beide setjes weer inzetbaar. Ik ben super enthousiast over de molens en móet gewoon gaan vissen. De vooruitzichten met mijn Delkims zijn van een andere orde. Nieuwe Duracell batterijen hebben geen verbetering gebracht en inmiddels hebben twee van de vijf piepers kuren. Eentje doet op het geluid van een lege batterij na, helemaal niks meer en een andere geeft alleen nog maar registratie als hij op +6 staat. Ik kijk dus in de tussentijd naar een nieuwe set digitale Delkims en dat heeft ruime prioriteit boven een nieuwe dieptemeter. Het regent donderdag té hard en te veel waardoor we toch, noodgedwongen, de vrijdag tot visnacht moeten bestempelen. Omdat Bjorn nog een meeting heeft ga ik vast vooruit en volgt hij later in de middag. Als ik op de kade sta, zie ik dat het water zó hoog staat dat onze stek in de wei onbevisbaar is en het oversteken van de rivier is met deze omstandigheden eveneens onverantwoord. Ik bel Bjorn die net als ik verbaasd is over de snel veranderde situatie en het met mij eens is, dat het té gevaarlijk is om er nu op uit te trekken. Vanwege de carnaval én de waterstand twijfel ik waar ik heen zal gaan. Alle Maasstekken kan ik uitsluiten en de Zuidwillemsvaart ligt op de route van de feestgangers. Ik besluit naar het Wessems kanaal te rijden en vind een stek aan de verkeerde kant van de Schoorbrug. Een kommetje uit de stroming én de ingang van een paaibak doorbreken hier het monotone karakter van het kanaal. Ik kan hier dus achter de keien vissen, voor de opening van de bak waar stroming in en uit trekt en in de vaargeul. Helaas gebeurt er de hele nacht niks en moet ik de nog maagdelijke molens weer in mijn foedraal stoppen. Bjorn vertelt me in de ochtend dat het water op de Maas nóg verder gestegen is en dat onze stek van vorige week nu volledig onder water staat. Het is dus maar goed dat we ons verstand hebben gebruikt gisteren en het bevestigt weer eens hoe snel een visveilige plek hier kan omslaan in een levensgevaarlijke! Hopelijk is er volgende week een veilige stek voorhanden die me vis gaat opleveren want ik wil heel graag voelen hoe het is om met deze nieuwe molens te drillen.

Donderdag de 15e regent het in de ochtend. Het monotone getik irriteert me mateloos terwijl ik aan het werk ben op mijn zolderkamer. Gelukkig belooft de weerapp vanaf 10 uur beterschap. Het kwik klimt vandaag naar 15 graden en het blijft droog tot morgen in de middag. De barometer is met 1015 en licht dalend ook prima en de wind is blijft in de zuid hoek hangen. Hopelijk heeft de voerbeurt die ik gisteren gedaan heb de vis al licht geactiveerd en pak ik in de loop van komende sessie enkele vissen. Dat zou moeten kunnen onder deze omstandigheden. Na het debacle van vorige week door de te hoge waterstand, heb ik deze keer een beter gevoel. Het is zelfs 17 graden als ik naar de stek rijd. Dat zou mijn kansen toch een flinke opsteker moeten geven. Om drie uur liggen de hengels erin en wachten de molens op hun ontmaagding en die komt er ook. Even na half vijf besluit de vaargeul hengel af te lopen en na een wat onwennige dril met mijn nieuwe molen, kan ik het net onder een goed gebouwd schubje steken. Met 25 pond alleszins de moeite waard. Eigenlijk vind ik de uitzetschubs mooier dan de bespiegelde varianten en deze is geen uitzondering. Ze vechten ook harder en dat is lekker. Ik maak enkele foto’s met de zelfontspanner en zet de vis terug. Heerlijk als er al zo snel vis op de kant ligt en ik heb de hele nacht nog voor de boeg. Hoewel het laatste deel van de winter altijd onvoorspelbaar is, verwacht ik nog wel wat bij te kunnen vangen. Er zijn voldoende boten gepasseerd, dus heeft de vis ook wat onvrijwillige beweging gekregen. Eens kjiken of ze los gaan. Ik ben dus positief over een mogelijk vervolg. Ik slaap redelijk goed, maar ben wat onrustig. Mijn verkoudheid en keelpijn halen me af en toe uit mijn diepe slaap maar ik weet het uit te zingen tot kwart voor zes. Dan ga ik eruit voor een hoognodige plas en de behoefte aan een verse kop koffie. Ik voer hier en daar een bolletje in de buurt van mijn rigs en kruip terug de tent in. Hopelijk komt er nog wat actie. Wat me opvalt is dat ik aan het einde van de nacht de vogels hoor fluiten. Dat zijn de eerste tekenen van het voorjaar dat zich aandient en dat is een fijne gedachte. Het grootste deel van de winter zit er weer op. Dat wil niet zeggen dat we geen koude periode meer kunnen krijgen, het venijn zit immers vaak in de staart, maar het begin is er. Thuis zet ik mijn 6 jaar oude Delkims die nog wél goed zijn te koop, omdat ik een nieuwe set digitale ga aanschaffen. Dankzij een goede visvriend die me daarbij helpt krijg ik een goede deal aangeboden. Het duurt niet lang voordat ik de oude kwijt ben. Mijn vraagprijs wordt al snel geboden en er wordt nog even gebakkeleid over de verzendkosten. Als ik de optie doe om die dan maar te splitsen is de deal rond en liggen mijn oude piepers binnen een uur bij het postkantoor.

 

Een dag later voer ik de beloofde test uit met mijn hengels en molens. Ik probeer vooral technisch goed te gooien met een gestrekte arm aan de molenvoet en met de andere hand een trekkende beweging te maken naar de borst. Tegelijkertijd probeer ik ook wat kracht te zetten en stap ik in met mijn linkervoet als ik de hengel laad en het lood lanceer. Ik had verwacht dat de Harrisons stukken minder ver zouden gooien dan de Tournaments, maar dat verschil valt eigenlijk nog wel mee. Het verschil tussen de molens is evenmin heel groot maar beide factoren schelen toch elk een meter of 5. De slechtste combi is 40/00 mono met de baitrunner op beide hengels en een 70 grams wartellood. Het verschil met een 100 grams afstandslood bedraagt 15 meter. De beste combi is voor de Power Aero met braid aan mijn Tournament met een 80 gram afstandslood die daar weer 15 meter verder mee vliegt. Met dezelfde molen, lijn en lood haal ik met mijn Harrisons 5 meter minder en dat is nog steeds ruim voldoende voor mijn wekelijkse setup. Ik kan met aangepaste lijnen die afstanden nog uitbreiden, maar ik heb ervoor gekozen om mijn huidige materiaal te gebruiken. Test geslaagd!  

Donderdagavond wordt mijn nieuwe set piepers gebracht. Ik zet overal verse batterijen in en zorg dat er contact gemaakt wordt met de sounderbox. Daarna wordt de dag- en nachtstand aangepast en dan is de set gebruiksklaar. Rood, wit en blauw gaan op de buzzerbar, terwijl groen en geel op losse steunen komen. Heerlijk om met een nieuwe set te kunnen gaan vissen en ik ben dolblij dat deze digitale set ook een veel betere verbinding kent tussen de beetmelders en de sounderbox. Nu kan ik ook een hengeltje om de hoek zetten zonder dat ik bang hoef te zijn dat een aanbeet niet doorkomt. Dat was bij de analoge versie vaak een probleem, maar zoals gezegd is dat probleem nu verleden tijd. Vrijdag ga ik samen met Bjorn een nachtje doen en eens kijken hoe ze in de praktijk bevallen.

Vrijdag de 23e vissen Bjorn en ik een instant nachtje op een winterstek. Met mijn nieuwe piepers waarvan ik hoop dat ze in de praktijk getest gaan worden natuurlijk. Als we de auto’s uitgeladen hebben in de wei, komen we bijna het pad niet meer op. De bodem is zó verzadigd van alle regen, dat de banden alleen maar slippen in de modder. Met wat duw-hulp, lukt het om toch weer op “terra firma” te komen en komen tot de conclusie dat we morgen bij het inpakken beter een paar meter extra kunnen sjouwen. Om vier uur zijn we gesetteld en liggen de hengels, die we nauwkeurig met de boot uitgevaren hebben, op hun plek. Als ik mijn eten aan het opwarmen ben zie ik de top van mijn linker hengel twee keer verspringen, krijg ik direct ook een aantal piepen gevolgd door een zakker. Het gas gaat uit en ik maak contact met de vis. Wat hij aan omvang te kort komt, maakt hij ruim goed met zijn uiterlijk. Wat een plaatje van een spiegel en met zijn 21 pond is ook niet heel veel mis. Als in de avond tijdens ons gezamenlijk biertje mijn rechter hengel afloopt, is die voor mijn maat. Hij twijfelt even of het wel karper is, want het gevecht stelt niet heel veel voor. Begrijpelijk, want het schubje aan de haak weegt hooguit een kilo of drie. Hij is er overigens blij mee, want het is zijn eerste riviervis dit jaar. In de ochtend doet hij, zoals ik van hem gewend ben, er nog een ferme schep bovenop met een geblokte schub die ruim 19 kilo weegt. Op de rugpartij een paar schubben “uit patroon” en verder prima gebouwd. We gaan volgende week dus maar terug hier, met als het kan een of twee voerbeurtjes ter voorbereiding. Als het instant al zo loopt, moet het met wat voer nóg beter gaan.

Schrikkeldag, ofwel 29 februari, komen we nét na vieren aan bij de “oversteekplaats”. We pompen de boten op terwijl het voor de verandering eens een keertje droog is. Het miezert niet eens. Wat wél jammer is, is dat de watertemperatuur de afgelopen dagen erg is teruggevallen. Ondanks de voerbeurten heeft mijn vismaat er een hard hoofd in. Ik ben optimistischer ook omdat de omstandigheden verder niet slecht zijn. De wind voelt niet “dun” aan en tijdens het uitvaren zien we ook vis op het scherm. Het zou mooi zijn om op een dag, die maar eens in de vier jaar op de kalender verschijnt, een vis te vangen. Helaas krijgt mijn vismaat gelijk en kunnen we de volgende ochtend met droge netten en verder volledig droge spullen de terugtocht aanvatten. Volgende week kan Bjorn niet, dus ga ik eens kijken wat ik dan ga doen. Eigenlijk wil ik eens afstappen van mijn vaste stekken op de kanalen en er een of twee nieuwe bij gaan zoeken, die wat minder voor de hand liggen en waar ik wat meer mijn eigen ding kan doen. Daarnaast zou het ook heel fijn zijn als ze op een afstand liggen die het makkelijk maakt om ze te onderhouden en aan te voeren. Ik heb een paar ideetjes die ik verder zou kunnen uitwerken. Ook wordt het tijd om mijn aasvoorraad te gaan uitbreiden, door  particles in de week te zetten en te gaan koken.

 

Zondag rijd ik in de ochtend een aantal niet heel voor de hand liggende kanaalstekken af om te zien waar ik eventueel langere tijd zou kunnen voeren. De twee stekken op het stuk van Weert vallen vrij snel af. De steigertjes links van de spoorbrug zijn niet alleen ontoegankelijk gemaakt, maar ze liggen eigenlijk ook verkeerd. Vanaf de meest linker steiger is het nauwelijks 130 meter naar de stek bij de kom. De meest rechter stek ligt op vergelijkbare afstand van de spoorbrug en omdat overal een meter of twee steiger is weggehaald, kun je er met je visspullen niet meer op komen. Die vallen dus allemaal af. De andere stek die meer in de buurt van Max ligt, kent veel bezoek van vissers vooral vanaf de kant langs het zandpad. Ook vandaag zitten er meerdere vissers verscholen in hun groene “paddenstoelen” als ik langs kom rijden. De stek op Wessem geef ik meer kansen. Niet alleen ligt deze best gunstig ten opzichte van eventuele andere vissers, maar er is ook veel variatie in zowel de beschoeiing als in de bodem en het diepteverloop. Kortom, daar doe ik aan het einde van de ochtend mijn eerste voerbeurt en dat ga ik in elk geval dagelijks even aanhouden tot en met woensdag. Als ik dan daar komende donderdag een nachtje ga vissen is het vangen van één enkele vis voldoende aanknopingspunt om daar wat langer door te voeren. Het is altijd goed om ergens een uitvalbasis te hebben als de Maas onbevisbaar is.    

 

De sessie van 7 maart is eigenlijk maar een vervelende aaneenschakeling van tijd. Ik ben naar Nieuwegein geweest voor een Crisismanagement bijeenkomst en daardoor pas na vijf uur thuis. Daarna omkleden en de auto inladen en op naar het water. Bij het uitladen van de auto, valt er een boutje uit mijn stretcher van het scharnierend topdeel. De moer is natuurlijk nergens te vinden en het kost me best wat tijd om het ding provisorisch te repareren. Om goed zes uur liggen de hengels erin. Een half uurtje later staat de tent met een brandende kachel en zit ik aan een biertje. Het is maar zuur weer en ondanks mijn vier dagen voorvoeren heb ik er bijzonder weinig vertrouwen in. De wind waait fris vanuit het oosten en het gaat vriezen vannacht. Er passeren best nogal wat boten en ze liggen allemaal diep. Als ik om elf uur ga slapen is er nog niks gebeurd en dat verbaast me niks. Ook de volgende ochtend als ik opsta wacht ik nog steeds op actie. De mat en mijn net zijn wit bevroren en de kachel gaat op de hoogste stand. Om tien uur pak ik in. Het gaat niet gebeuren deze sessie. Op de terugweg rijd ik langs Kevin die, net als Rob, eveneens geblankt heeft. Volgende week maar weer eens naar de Maas, daar heb ik nu meer vertrouwen in.

Donderdag rijd ik naar de Maas. Mijn maat is al een dag eerder gegaan en heeft een beestachtige 24 uur achter de rug. Tien vissen met vier dertigers, een veertiger en een vijftiger zijn geweldig. Ik kan dan ook niet wachten om aan te sluiten en een graantje mee te pikken, maar het vet is er wel van af. Of dat nu komt door de weersomslag of dat ze gewoon niet meer in de sector liggen is onduidelijk. Om vijf voor elf ’s avonds vang ik een schubje van een kilo of acht op Bjorn zijn linker hengel. Dat is natuurlijk fijn, maar het gewicht valt in het niet bij de vissen die er een dag eerder vanaf kwamen. Omdat ik bekaf ben, mis ik om een uur of vier de hulpkreet van Bjorn die een dubbelrun heeft en loopt te klooien omdat zijn lijnen in elkaar zitten. Twee rietknollen minder dan vijf kilo, volgens zijn zeggen. In de ochtend tijdens de koffie loopt er tóch nog een hengel af die bij mij eveneens resulteert in een knolletje van pakweg vijf kilo. Het gewicht maakt me niet uit en twee Maasvissen rijker is toch een lekker gevoel. Morgen even naar Patrick Spruyt om tijgernoten te halen.

 

Donderdag 21 maart en het is vandaag het begin van de lente. Dat is goed merkbaar aan de temperaturen van afgelopen week die regelmatig richting de 20 graden gaan. De zon heeft ook enorm aan kracht gewonnen en de watertemperatuur op de Maas zit alweer boven de 11 graden. Ik heb zaterdag na de sessie met Bjorn van afgelopen week tijgernoten gehaald, zondag een verkenningsmissie uitgevoerd en ben daarna op dinsdag een keer wezen voeren op de minst belovende, maar best begaanbare, stek van mijn keuze. Ik ben hier in november ’22 ook al eens geweest. De andere stek, eveneens aan de Grensmaas, die hemelsbreed 3 kilometer verderop ligt, lijkt meer mogelijkheden te bieden. Helaas is die stek op dit moment nagenoeg onbereikbaar door alle buien en de omgewoelde modderige grond door het loslopend vee. Er zijn twee dingen die me onrust geven. Omdat ik vandaag tot vier uur moet werken, weet ik niet of mijn stek nog vrij is als ik straks aankom. De tweede reden voor ongerustheid is dat ik mijn auto op de stek wil hebben, maar de recente ervaring met de auto in de wei en het geslip om er weer uit te komen, vind ik weining aanlokkelijk. Voor de zekerheid besluit ik de kar maar mee te nemen en bij twijfel de laatste honderd meter te voet af te leggen. Als het allemaal kurkdroog is, durf ik het wel aan. Gelukkig is het droog en kan ik inderdaad gewoon met de auto tot op de stek komen. Er staat nog best wat stroming, maar 140 gram blijft gewoon liggen op de stroomnaad. De andere twee hengels liggen niet in de hoofdstroom, maar in een soort van keerstroom die onder de eigen kant terug komt. Regelmatig zie ik hetzelfde drijfvuil langskomen. Na de warme prak wordt het donker en ga ik een filmpje kijken. Bjorn zit op de stek van vorige week waar het weer idioot hard loopt. Hij vangt al vrij snel een klein schubje en lost daarna een hele dikke bak, vlak voor het net. “Zéker een vijftiger”, vertelt hij en hij is echt er goed ziek van. Later blijkt dat zijn haak gewoon doormidden is gebroken. Wát een pech en dan juist bij zo’n vis en in de allerlaatste fase van het gevecht. Niet dat hij lang hoeft te mopperen, want hij vangt ook nog een schub van 24,8 en een spiegel van 18 kilo. Ik moet het in eerste instantie doen met een kopvoorn tot het moment dat ik in bed lig. Dan loopt mijn kantstok af en vang ik een spiegel van net geen 11 kilo. Gelukkig heb ik dus nu ook een vis op de kant, want hoezeer ik ook meeleef met mijn vismaat, het is prettig om zelf ook wat te vangen. Daar blijft het helaas bij deze nacht, maar dat is ook prima. De achtertuin van Hoedemakers, stek 2 op dit water in mijn Google Earth, heeft een van haar pareltjes vrijgegeven. In de ochtend gooi ik al mijn hengels nog eens opnieuw in, maar er zal zoals gezegd niks meer gebeuren vandaag. Tevreden pak ik in en rijd ik naar huis. Volgende week maar weer een nieuw plan bedenken.

De week erna vis ik samen met Bjorn op een nieuwe stek. Eentje die veelbelovend is volgens hem. Als ik donderdagmiddag aankom zit hij er al een uurtje en omdat er een boot 200 meter rechts van ons ligt, vist hij op de Maas. Ik vis op het gat met mijn hengels naar links. Aan het einde van de middag komt Kiril even langs voor een praatje en brengt en passant wat boilies mee voor Bjorn die hij zelf gedraaid heeft. Ze zien er goed uit. Na het eten socialisen we wat, maar op visgebied gebeurt er niks. Rond half elf zien we plotseling dat het water gestegen is. De boten die eerst half op de kant laggen liggen nu gewoon in het water en mijn molens staan half onder water. Niet lang daarna zoeken we onze stretchers op. Ik slaap goed totdat ik om half vijf wakker wordt door gevloek van mijn vismaat. Hij heeft zojuist een vis verspeeld op de Maas en baalt als een stekker. Ik laat hem uitrazen en kruip daarna mijn bed weer in. Tegen half zeven ga ik koffie zetten. We kijken na de koffie met de dieptemeter van Bjorn op een stek verder naar links en vinden dat een aantrekkelijke plek om te zitten. Waarschijnlijk gaan we de voerstrook verleggen in die richting. Ik krijg twee aanbeten van hybrides, maar weet er geen te landen, wat ik niet heel erg vind. Om tien uur is alles ingepakt en vertrekken we naar de overzijde waar de auto’s staan. We waren nog te vroeg voor deze stek en laten hem, in afwachting van beter weer, nog maar even met rust. In de avond krijg ik een appje van Bjorn dat de stek alweer bezet is. Hij schrijft hem af en gaat op zoek naar iets anders. Dat maakt dat ik zelf ook moet gaan nadenken over een alternatief, want op een platgeviste stek zitten heeft niet mijn voorkeur.

 

Op donderdag 4 april vis ik een sessie met de boot. Ik steek over naar het puntje waar we dit jaar al eerder hebben gezeten. Om vier uur ligt alles op zijn plek. Bjorn vist vanavond op zijn eigen voerstek op een ander stuwstuk. Ik vis instant. Er ligt hier altijd wel wat vis. Als ik rond half acht, na mijn warme hap, met Bjorn aan de telefoon zit, is er nog niks gebeurd. Hij ziet het ook somber in want er was op zijn stek ook niets te zien op de dieptemeter en hij is ervan overtuigd dat de vis de Maas op is getrokken. Ook weet hij nog te vertellen dat nachtvissen met een onderkomen en een bedchair met onmiddellijke ingang verboden is in Roermond. Gelukkig zit ik daar niet vannacht, maar het beperkt ons het komend seizoen al weer meer dan we graag zouden willen. Als ik ga slapen ben ik nog steeds visloos. Dat had ik niet verwacht, maar het is wat het is. Om tien voor half drie word ik gewekt door een aanbeet. Ik kan een klein schubje van nog geen 8 kilo het net in loodsen en na een fotootje op de mat gaat hij ook direct weer terug. Ik vaar de hengel opnieuw uit naar het bultje dat op 100 meter afstand ligt in de richting van mijn markeringspunt aan de horizon. Het ligt er weer tiptop in. Terug in slaap komen is lastiger en ik lig minstens een uur te draaien. Ik word wakker als het al licht is en doe een plas voordat ik koffie ga zetten. Het is op een spatje na droog gebleven vannacht. Tijdens de koffie krijg ik beet op de hengel die ik vannacht heb teruggelegd. Een hybride. Omdat er inmiddels aan de overkant mensen gekomen zijn gooi ik de hengel opnieuw in in plaats van hem uit te varen. Een uurtje daarna krijg ik een goeie run op diezelfde hengel. De vis vecht zwaar en ik hoop de eerste deftige vis van het seizoen aan de andere kant te hebben hangen. Nou, deftig is hij zeker maar ook van het “verkeerde merk”. Een meerval van zo’n anderhalve meter en tussen de 20 en 25 kilo wordt aan de kant onthaakt. Daarna vind ik het wel mooi geweest. Ik drink nog een kop koffie en ga inpakken. Ook Bjorn heeft vanmorgen nog een karper gevangen, zo’n honderd meter van zijn stek af. Gelukkig beiden met vis naar huis. Helaas is ook de nieuwe voerstek van mijn vismaat geen lang leven beschoren, want ook hier komen lokale vissers exact op zijn stek vissen. Ook die hebben gevoerd in de afgelopen dagen, dus ook die stek kunnen we afschrijven. Het wordt er niet gemakkelijker op.

 

Donderdag 11 april doe ik een nachtje op het kanaal. Uit noodzaak, want ik was liever naar de Maas gegaan, maar omdat Marianne en Chiel zaterdag voor drie weken naar Amerika gaan, heb ik beloofd op tijd thuis te zijn zodat we nog even wat kunnen poetsen, mijn haar moet nog geknipt worden en ’s avonds hebben we een concert in de Smeltkroes ter ere van de jubilarissen van de muziekvereniging. Kortom een vol programma. Ik plant mezelf op 100 meter van de strontput en leg drie hengels weg. Een in de kant, een in de vaargeul en een aan de overkant. Veel verwacht ik er niet van, want de omstandigheden zijn niet geweldig. Een barometer van 1032 maar ook een spatje regen. Dat is een tegenstelling in de natuur en ik ben bang dat dit de vissen niet echt activeert. Een puist wind uit het zuidwesten en 1010 Mbar was een stuk beter geweest maar we hebben het weer niet in de hand. Er gebeurt de hele avond niks en pas om kwart over twee als ik vol in mijn slaap zit, loopt de overkantstok af. Een klein spiegeltje van nog geen zes kilo is de hele buit. Daar zal het deze week ook bij blijven en dat is prima. Weer geen blank en dat is onder deze omstandigheden geen vanzelfsprekendheid. Volgende week twee nachtjes op een grindgat waar ik zondag ga voeren.

 

Zaterdag breng ik Marianne en Chiel naar Zaventem en zet ze af op het vliegveld. Ze gaan een rondreis maken in Amerika, maar hun vertrek wordt uitgesteld tot morgen in de ochtend door een defect aan het vliegtuig. Mijn Garmin is helaas ook defect. Het stekkertje is van het printplaatje afgebroken en zal opnieuw bevestigd moeten worden. Als ik thuis ben kook ik nog twee emmers mais om een voorraadje aan te leggen en in de avond ga ik naar het feest van Rolf die zijn zestigste verjaardag viert. Het is een prima feest, maar omdat ik met de auto ben houd ik het bij slechts drie biertjes op de hele avond en voor de rest sla ik een gat in de voorraad cola. Als ik om half een thuis kom, haal ik boilies uit voor mijn geplande voerbeurt morgen op het grindgat. Omdat het rommelmarkt is, ga ik daar eerst heen in de ochtend, daarna drink ik nog een kop koffie bij Vincent en Clasina en dan ga ik na de lunch voeren. Tijdens het varen merk ik dat mijn motortje een schrapend geluid maakt en als ik hem controleer, valt hij helemaal uit. Dat kan er ook nog wel bij. “Kutterdekut”, mopper ik in mezelf. Als ik met de deksel van mijn emmer roeiend aan de overkant ben aangekomen, doet de motor het weer na enkele pogingen. Omdat ik het niet helemaal vertrouw, ga ik verder niet uitgebreid peilen, maar besluit ik eerst de boilies te voeren en dan nog een vaartje te maken met mijn particles. Zover komt het niet, want als ik bijna klaar ben met mijn eerste run met hierr en daar een boilie, kapt het ding er weer mee en nu definitief. Met de deksel peddel ik terug naar de overkant. Dat gaat niet eens zo slecht en na tien minuten ben ik nog zo’n honderd meter verwijderd van de overkant. Een Duitser met een benzinemotor, ziet me ploeteren en sleept me het laatste stuk. Dat is bijzonder welkom en ik bedank de man hartelijk. Thuis aangekomen moet ik nog een adres zoeken waar ze mijn Minn Kota kunnen repareren en dat moet snel, want ik wil volgende week gaan vissen, liefst mét boot en motor.

De motor wordt op maandag gerepareerd bij Boat Innovation in Nieuwkoop. Ik ben me rot aan het zoeken geweest voor een adres dichter in de buurt, maar ofwel hebben ze geen onderdelen op voorraad of ze repareren geen motoren. Ik rijd dus in de middag door regen en hagel naar hen toe en in een half uur is mijn motor gefikst door Marco, de eigenaar en een hele aardige kerel die weet wat hij doet en ook direct hulp levert waar andere firma’s eerst nog onderdelen moeten bestellen. Een aanrader indien je ooit in dezelfde situatie terecht komt. Mijn vermoeden dat er mogelijk water in de motor terecht was gekomen, bleek overigens juist. Het hele anker, zo heet de spoel die de motor aandrijft, was verroest en ook de koolborstels en pakkingen moeten vervangen worden. Vislijn om de as blijkt de boosdoener en dat leidt dus tot  een reparatie van ruim honderd Euro en een volledig gereviseerde motor. Een nieuwe kost meer dan het dubbele, dus achteraf bezien is dit een goede investering geweest.

 

Op dinsdag voer ik particles en boilies op het kanaal met het plan om er donderdag en vrijdag twee nachten te vissen. Eens kijken of ik wat voor elkaar kan krijgen daar. Als ik donderdagmiddag aankom, is het weer alleszins redelijk. Het zonnetje doet zijn best, maar kan de omgeving niet verder verwarmen dan een graad of 12. Morgen kondigt de weerman meer ellende af. Buien en wind. Om vier uur liggen mijn hengels erin en zit ik te vissen. Als ik mijn warme eten op heb, loopt om tien voor zeven mijn hengel aan de overkant af. Een spiegeltje uit dezelfde categorie als het visje van vorige week.     

Exact drie uur later vang ik aan dezelfde hengel een betere vis. Weer een spiegel, maar deze haalt 14,6 uit de unster. Dat bevalt me beter. Omdat het nu wat miezert, zet ik ook deze vis met mijn telefoon op de foto. Vanaf de mat dus, maar dat is prima. Om elf uur ga ik slapen. Twintig over twee klinkt opnieuw het alarm. Ditmaal is het een ghost-schub van 23 pond die de klos is. In het licht van de lantaarnpaal zie ik al aan de kleur dat het om een vis gaat met een veel lichter pigment. Een beetje gevlekt ook. Fijn als de voerstek lijkt te werken met ook een beter slag vissen dan dat Kevin hier laatst wist te vangen. Half vijf vertrekt de stok in de vaargeul en opnieuw voelt het als een betere vis. Helaas valt die er ineens vanaf, terwijl ik de hengel alleen maar vasthoud en geen druk zet. Balen! Ik knoop een verse boilie aan de hair en leg het ding weer terug. Als ik in de ochtend om kwart over acht een plas sta te doen, zie ik de top van mijn rechtse hengel plotseling bewegen. Enkele minuten later ligt er een     

mini schubje op de kant. Vier vissen in een nacht is prima en ik heb nog ruim 24 uur te gaan. Over die laatste 24 uur kan ik overigens wel heel kort zijn. Samengevat heb ik veel regen en nóg een losser in de vaargeul. Ditmaal voel ik een braampje op de haak en ik vraag me af of dat er bij de vorige losser ook al zat. Zaterdag om negen uur pak ik in. Het begon best goed, maar de sessie eindigde zonder hoogtepunt. Bij Max haal ik nog enkele boekjes haken omdat ik weer rigs moet knopen. De voorraad loopt namelijk behoorlijk terug en ik wil mezelf goed voorbereiden op volgende week. Dan start mijn voorjaarssessie die ik op twee verschillende Maasstekken ga vissen. Op de eerste stek vis ik alleen, op stek 2 sluit Rolf aan. Dan heb ik waarschijnlijk ook genoeg alleen gezeten. Morgen start ik met voeren op stek 1 en voorafgaand aan de start op woensdag, voer ik ook stek 2 aan. Hopelijk komen er enkele Maasberen op de kant, want écht iets groots heb ik dit jaar nog niet gevangen.

Woensdag 24 april. Op mijn gemak doe ik mijn voorbereidingen. Eerst drink ik koffie en daarna laad ik de auto in. Om zeven uur rijd ik weg thuis. Eerst naar een extra reservestek op de stromende Maas, daarna met de boot naar stek 2 die ik beiden ga aanvoeren en dan door naar stek 1 waar ik het eerste deel van mijn weeksessie ga doorbrengen. Tijdens het inpakken regent het, maar dat is de laatste tijd eigenlijk eerder regel dan uitzondering. Het aanvoeren van de extra stek is een wandelingetje van 5 minuten, voeren en weer terug naar de auto. Stek 2 kost me exact 35 minuten vanaf het moment dat ik de boot uitlaad, tot het moment dat hij weer achter in de auto ligt. Vervolgens rijd ik door naar de stek waar het allemaal moet gaan gebeuren de komende dagen. Om elf uur staat mijn onderkomen en gaan de hengels erin. Tijdens het uitvaren van de eerste hengel staat er ineens iemand op de kant van waar ik ben vertrokken, en als ik wat bollen bijvoer begint hij te schreeuwen. Met mijn rug naar hem toe vaar ik terug naar mijn kamp. Als ik nog eens kijk, loopt hij weg en fotografeert het kenteken van mijn auto. Hij doet maar, ik trek me er niks van aan en als hij weg is vaar ik ook mijn tweede hengel uit naar het bultje. Tien minuten later ligt alles erin en kan mijn sessie beginnen. Er gebeurt niet veel de eerste uren. Op het eten van mijn lunch en het drinken van een biertje na is er niks te beleven. Af en toe regent het een beetje. Om vijf voor half vijf loopt mijn rechtse hengel af. De vis komt naar me toe gezwommen en pas na vijftig slagen heb ik rechtstreeks contact. Een spiegel van 14 kilo is het resultaat. Fijn als de kop eraf is. Na het warme eten vaar ik de hengels opnieuw uit voor de nacht. Er mag nog wel wat bij komen en ik ben positief over mijn kansen. De nacht is koud en op twee hybrides na gebeurt er niets wat wijst op karper. Na de vangst van de tweede positioneer ik beide hengels opnieuw zodat ze “spot on” liggen voor de dag. De weersverwachting voor vandaag is al een stuk beter dan gisteren. Minder buien en 11 graden, wat al weer twee graden warmer is dan gisteren. Nu eerst maar eens aan de koffie. Ook de ochtend blijft stil en als Bjorn in de middag belt is het nog steeds wachten op beter. Betere vangsten en ook beter weer, want de weerman heeft heel wat anders voorspeld dan de acht graden en buien die ik voor de kiezen krijg. “Toch is een slechte dag aan het water nog steeds fijner dan een goede dag op het werk”, houdt mijn vismaat me voor. Ach, met nog veel nachten voor de boeg en beter weer in het vooruitzicht maak ik me nog geen zorgen. Ik kan altijd verkassen naar stek 2 die ik gisteren heb aangevoerd als het morgen nog steeds slap is. Tussen 5 en 6 vang ik nog twee hybrides. Bij de eerste denk ik echt even aan karper, maar het is een joekel van een witvis. Het enige voordeel is dat ik mijn stokken opnieuw heb uitgevaren voor de nacht en alles weer super goed ligt. Na een hele dag van in en uitstromend water op deze ingang, is dat altijd de vraag. Toch knaagt het gebrek aan actie van karper de eerste gaatjes in mijn vertrouwen. Ik besluit om morgen tijdens de koffie een besluit te nemen over het vervolg. Midden in de nacht, het is kwart voor twee, piepen allebei mijn hengels. Ik ga mijn slaapzak uit en poolshoogte nemen. Het water trekt enorm en het paaltje naast mijn boot laat zien dat het water al tien centimeter gezakt is. Omdat mijn linker hengel toch blijft piepen, draai ik die binnen, ververs het aas en leg hem terug. Het piepen op beide hengels gaat nog een kwartier door en dan stabiliseert het water zich weer. Klokslag half vier actie op de rechtse hengel. Ik verwacht eigenlijk weer een hybride, maar het blijkt toch een schubje van een kilo of vijf. Ook deze hengel gaat terug en met de pijp voer ik nog een paar handen boilies bij. Gelukkig met een tweede vis(je) kruip ik mijn tent weer in, mezelf beseffend dat er toch echt té weinig actie is op deze stek. Eigenlijk heb ik het besluit om te verkassen dus al genomen. In mijn slaapzak lig ik wat te woelen en in slaap vallen lukt me niet. Omdat ik gisteren overdag zowat de hele dag op mijn stretcher heb gelegen, is het wel een beetje gedaan met de slaap. Ik besluit om koffie te zetten en mijn verslag bij te werken, dus om half vijf slurp ik het eerste zwarte goud uit mijn beker. Om kwart voor zes komt het broertje, of zusje, langs van de vorige. Ook deze meet 60 centimeter en het gewicht scheelt maar een ons in het voordeel van de laatste. Ik vraag me af of dit allemaal eigen paai is of toch uitzettertjes uit de laatste lichting. Goed voor de aantallen, maar het fototoestel komt er niet voor tevoorschijn. Kwart voor zeven en weer een hybride. Het miezert en dat blijft het doen tot het einde van de ochtend, dus tot dan blijf ik zeker zitten. Toch is de twijfel met twee vissen er in geslagen of ik niet toch nog een nacht hier moet doen, misschien gaat het vanaf nu gebeuren en ik heb nog ruim voldoende tijd voor stek 2. Ik knoop drie nieuwe onderlijnen om de botte haken te vervangen voor nieuwe. Dan nog maar een kop koffie en mijn boek weer tevoorschijn halen. Bjorn belt rond half negen en na mijn relaas geeft hij zijn ongezouten mening. “Ik zou blijven zitten en zien of ik in de buurt van de lopende hengel nog een stiekem stokje weg kon zetten”. Dat geeft voor nu de doorslag om vast te houden aan mijn oorspronkelijke plan en drie nachten op deze stek te blijven zitten. Morgenochtend verkassen kan ook en volgens de weerman is het dan droog. Vanaf een uur of twaalf stopt het met regenen. Ik heb net twee tosti’s gegeten en een half uur later vang ik weer een hybride op mijn rechter hengel. Ik wil graag een derde stok wegzetten, maar er zit een visser aan de overkant die alles kan zien en omdat de stek waar ik zit “grijs gebied” is kan ik dat beter niet doen. Het wordt gedoogd als er iemand zit maar als we de regels zichtbaar aan onze laars lappen is het een kwestie van tijd voordat er een strikt verbod komt. Om half vier begin ik wat op te ruimen want het is een bende in mijn tent. Daarna zegt mijn gevoel dat ik eigenlijk beter tóch kan verkassen, dus opruimen wordt inpakken en om half zes sta ik aan het muurtje tegenover stek 2. Bjorn en Marianne bellen allebei terwijl ik mijn boot aan het oppompen ben. Het duurt dus allemaal wat langer. Acht uur staat mijn kamp en liggen de hengels op nieuwe plekken. Bjorn vist een nachtje mee en als ik net klaar ben met opbouwen komt hij aan. Ik eet terwijl hij opbouwt, een blik maaltijdsoep, want aan eten was ik nog niet toegekomen. Daarna zitten we op onze emmertjes tussen onze stekken in en doen een biertje. We vangen ook allebei een hybride en zijn het eens dat het eigenlijk ook geen visweer is. Om elf uur gaat bij mij het licht wel een beetje uit dus zoek ik mijn bed op. Eindelijk wat slapen want ik ben al op sinds half vier en het verkassen heeft veel energie gekost.

 

Als ik net op bed lig, begint het weer te regenen, maar het is de hele middag en avond in elk geval droog geweest. Ik kom uit een hele diepe slaap als Bjorn naast mijn bed staat. Hij heeft er eentje. Ik val daarna weer in slaap en moet er nog 2 keer uit voor evenveel hybrides. Als ik wakker ben maak ik een mooie oranje foto van de skyline van Roermond, passend bij deze Koningsdag. Bjorn vangt in de ochtend nog een dertiger die net als zijn voorganger verder uit de kant komt. Als hij om elf uur vertrekt, heb ik de komende 28 uur het rijk voor mezelf. Eens kijken of het bij mij nu ook gaat lopen. Rond tien uur hoor ik stemmen en als ik buiten kom zie ik ook lampjes op mijn kant in de hoek. Controle flitst het door mijn hoofd? Het blijken twee bellyboat vissers die stiekem de roofvis gaan belagen in de donkere uren. Als ik vertel waar mijn lijnen liggen beloven ze er met een grote boog omheen te varen. Als ik terugloop naar mijn tent merk ik dat ik toch opgelucht ben, want eigenlijk zit ik ook hier in “grijs gebied” en er zijn bromsnorren die dan gewoon schrijven. We maken een sprongetje in de tijd want heel veel nieuws valt er niet te melden. Inmiddels is het zondagochtend en op 8 hybrides na is het aandeel aan vissen nul. Karper heeft zich nog niet laten zien aan het einde van mijn montages op deze stek. Over een uurtje of vijf komt Rolf en kan ik even naar de supermarkt om wat warme maaltijden samen te stellen voor de laatste 3 nachten. Het is toch wel echt visweer nu. Er staat een briesje, kracht drie of vier uit het zuiden, en de temperatuur is oké. Als de witvis zo actief is, moet er ook een karper te vangen zijn dus we gaan gewoon door. Ik knoop zes nieuwe onderlijnen om de uitval aan omgebogen haakpunten weer aan te vullen en drink ondertussen koffie. Tussen de middag komt Rolf. Hij vaart me even naar de overkant zodat ik boodschappen kan doen en pikt me daarna weer op. Ondertussen bouwt hij zijn kamp op en maakt zijn hengels in orde. In de avond doen we een “proeverijtje” van enkele speciaalbiertjes die hij met zijn verjaardag heeft gekregen. Ondertussen vang ik nog twee hybrides. Om tien uur gaan we het nest in en is het mooi geweest voor vandaag. Hopelijk wordt ik vannacht gewekt door karper. Ook deze nacht gebeurt er niks en zelfs de actie van de hybrides is afgenomen tot slechts drie stuks in de donkere uren terwijl het toch echt visweer met een zuidenwind windkracht 4. In de ochtend als ik wakker word is de plas een grote vlakke spiegel. Als ik met Rolf aan de koffie zit bespreek ik mijn gevoel. Ik denk namelijk dat er ook de komende dagen vrij weinig gaat gebeuren hier en met alle zon en hogere temperaturen verwacht ik dat de vis ondieper water gaat opzoeken. Na de koffie besluiten we te gaan inpakken en een stuk te varen naar een andere ondiepere plas en tevens de mogelijkheid om te vissen op de Maas. Rolf’s voorkeur gaat uit naar de rivier, die van mij naar het gat. Half elf varen we weg en tweeënhalf uur later liggen de hengels op nieuwe plekken. Het is warm en we liggen wat op onze stretchers. Na de warme hap zitten we buiten en aanschouwen het water. Af en toe zie ik een iets grotere kring als er een vis draait, maar als we rond tien uur gaan slapen is ook hier nog niks gebeurd. Toch heb ik er meer vertrouwen in dan op de vorige stek. Ik heb hier in het verleden met Bjorn ook vaak goed in de vis gezeten. Het begint nu echt zuur te worden want  maandagnacht vang ik weer vier hybrides en van karper geen teken. Ik besluit de boot over de dijk te tillen en samen met Rolf de juiste plek te zoeken met zijn Deeper. Ik fabriceer een marker met een lege fles en wat lijn en als we klaar zijn zie ik dat ik die afstand werpend nooit kan halen. Daar kom ik met mijn huidige lijn en hengels zeker 20 meter voor tekort. Ook mijn linker hengel gaat naar een grotere afstand, werpend, en die voer ik bij met de pijp op de foampjes die na het ingooien aan de oppervlakte komen. Goed te doen en ook die hengel ligt nu goed. Als er nu niks meer gebeurt heb ik er naar mijn gevoel echt wel alles aan gedaan om op deze plek aan de vis te komen. Het is warm en nagenoeg windstil. Zonnig ook en echt ruimte om te vluchten voor de zon is er niet op deze kale dijk. Ik blijf dus grotendeels in mijn bivvy op bed liggen, hoewel dat ook het enige briesje wind afschermt. Ik zet een raampje open omdat ik er ineens aan denk dat het zuchtje wind van achter komt en dat verlicht enigszins. Op deze stek zitten twee eenden die naarmate de sessie vordert steeds meer vertrouwen krijgen in onze goede bedoelingen. Rolf voert ze met enige regelmaat en weet ze zover te krijgen dat ze zelfs uit de hand eten en op minder dan een halve meter van onze voeten af en toe een hazenslaapje doen. In de avond krijgen we controle van een man die ons vertelt dat we geen tenten mogen gebruiken en dat morgen op de dag van de arbeid de BOA’s komen controleren. Hij stelt ons verder geen enkel ultimatum en als hij weggaat, na verder een leuk gesprek, heeft hij zelfs niet eens gevraagd naar onze vergunningen. Het is dezelfde man die mij ooit aan de overkant gecontroleerd heeft en volgens Bjorn is dat de oom van Ricardo. De avond verloopt verder hetzelfde als voorgaande avonden en als ik net op bed lig krijg ik een dubbele run van twee hybrides op mijn twee buitenste hengels. Een komt er op de kant. Ik gooi beide hengels opnieuw in en als ik een uurtje later weer een hybride vang op mijn linker hengel en vlak voor de kant mijn onderlijn breekt, houd ik die hengel verder op de kant. Ik heb geen zin in weer een nacht met onderbroken slaap om alleen witvissen te takelen. Om kwart over vijf word ik wakker. Ik ga naar buiten doe een plas en kijk over het water waar weinig te zien is en als ik even later aan de koffie zit vang ik ook aan mijn rechtse hengel nog een hybride. Ook die hengel laat ik op de kant nu en alleen mijn middelste hengel die ik gisteren heb uitgevaren ligt er nog in. Al mijn hoop is verdampt naar het formaat van een erwt en ik reken op een afsluiter zonder dat we nog vis bij gaan vangen. Dan loopt rond zeven uur de middelste hengel af en ik voel wat kopschudden. Toch nog karper op de valreep? Het mag niet zo zijn want ook dit is, natuurlijk, weer een hybride.  Ik ben een deceptie rijker en een illusie armer. Nog één kop koffie en dan begin ik met inpakken, houd ik mezelf voor. De gifbeker is helemaal leeg en schoongelikt. Drie karpers en een kleine 40 kruisingen tussen winde en roofblei zijn de hele buit. Een slechtere voorjaarsessie heb ik sinds 2018 tijdens een hittegolf op een Frans stuwmeer niet meer meegemaakt. Volgende keer moet ik toch echt kiezen voor mei in plaats van april. De wisselvalligheid heeft me de das omgedaan evenals het immobiel vissen. We varen terug naar de auto’s en mijn vismaat is stil. De teleurstelling weegt voor hem mogelijk nog zwaarder dan voor mij, want hij moet dit jaar zijn eerste vis nog vangen. De auto’s worden ingeladen en we nemen afscheid tot een volgende keer. “Hopelijk hebben we dan meer succes”, klinkt het slotpleidooi van deze sessie. Om tien uur rijd ik thuis de oprit weer op. Voorjaarsessie over en uit! Volgende week eens naar een ander stuwstuk denk ik.

 

Woensdag 8 mei, de dag voor Hemelvaart, vis ik een nacht met Bjorn. We hebben diverse stekken in ons hoofd zitten en bekijken er drie voordat we ergens neerploffen. Op Asselt vliegen we rond met mijn drone, zonder vis te kunnen spotten. De plas die we daarna bekijken ziet er aardig doods uit, dus gaan we op een stek zitten waar Bjorn met zijn dieptemeter in elk geval enkele vissen heeft gezien. Om half negen liggen de hengels er pas in en we besluiten om eerst een biertje te doen voordat we onze tenten gaan opzetten. Omdat het aardig klam wordt, doen we dat tóch eerder dan gepland. Doordat we zo laat aan het vissen waren, zitten we ook een stuk langer buiten dan gebruikelijk en ineens is het middernacht. We kruipen de slaapzakken in die ook klam en vochtig aanvoelen en we hebben gemerkt dat er in dit weiland ook wel heel veel slakken zitten in alle soorten en maten. Kwart over vier krijg ik een run op mijn rechtse hengel. De vis voelt zwaar en als ik hem dichter onder de kant krijg begint het gevecht pas goed. Het is ook dan pas, dat ik merk dat ik een nogal flinke meerval sta te drillen die de hengel hoepeltje rond trekt. De vis pikt ook een lijn op van Bjorn, maar ik kan er niets aan doen. Hij is loeisterk. Na een minuut of tien heb ik de leader in mijn hand en wil met mijn andere hand de meervalgreep toepassen om de vis te onthaken, als hij nog een keer met de kop schudt en de haak lost. Als ik aan Bjorn vraag hoe groot hij het beest schatte, geeft hij “zéker een meter zeventig” aan. Ik schatte het beest ook tussen de 1,70 en 1,80 dus het was zeker geen kleintje. Van karper ook deze week geen veeg teken en als we op de terugweg nog even op een andere stek gaan kijken vinden we ook daar geen karper. Waar zitten die beesten? Komende week wordt weer veel regen voorspeld, dus ik moet nog maar zien wat ik dan ga doen. De taaie periode houdt in elk geval goed aan, momenteel.  

 

We spoelen even door naar zaterdag 18 mei. Het weer is de afgelopen dagen dusdanig slecht geweest dat vissen eerder een kwelling dan een zegen zou zijn, dus gaan we van zaterdag op zondag. We gaan zelfs naar onze oude stek op het gat die, volgens Bjorn, toch nog geheel in tact is en waar hij donderdagavond gevoerd heeft. Het belooft een prima sessie te worden. De weerprofeet zegt dat het droog blijft en bijna windstil en dat is goed om over de plas te kijken. Wat kan de realiteit toch tegenvallen. Bij het inladen van de boot merk ik dat mijn waadbroek op 2 plekken lekt. Bij mijn rechtervoet zit ergens een groot gat want het duurt slechts seconden voordat mijn rechter sok en broekspijp doorweekt zijn. Verder zit er ergens een minder groot lekkage in het kruis maar dat is niet meer dan een druppelende ervaring. Als we over het gat langs de ingang van de Maas varen zien we hoe bruin het water op de rivier is. Afkomstig van het residu dat wordt meegevoerd, omdat er ergens weer wat schuiven zijn opengezet om het vele regenwater af te voeren. Onderweg vinden we het water al hoog staan maar als we bij onze stek aankomen zien we pas écht hoe hoog het is. Waar we normaal de hengels uitlopen langs de kant en het water tot net over de enkels staat, moeten we nu dicht langs de kant blijven lopen om het water niet in de waadbroek te krijgen. Minimaal tot naveldiepte waden we door het water en het vinden van de normale stekken is ineens een opgave van jewelste. Zowel mijn maat als ik zijn er niet zeker van dat we op de goede plekken liggen, maar we durven het wel aan zo.

Aanpassen kan eventueel altijd nog. Als we even later aan een biertje zitten begint het ook nog te miezeren. Nu word ik dus ook nog van de bovenkant nat. We hebben wel een hele mooie zonsondergang met veel oranje en woeste wolken, maar het blijft de hele avond af en toe regenen en ook in de nacht gaat het gewoon door. Qua vangsten is het ook huilen met de pet op. Bjorn vangt eerst een medium meerval en daarna pak ik natuurlijk een hybride. Die hybrides zullen deze sessie nog vaker langskomen en van de globaal 10 aanbeten die we samen krijgen zijn er negen van deze soort. Dat we de volgende ochtend al op tijd inpakken, hoeft vast geen verdere toelichting. Het terugvaren gaat prima en iets na tienen ligt alles weer in de auto. Ook voor komende week wordt weer een hoop neerslag verwacht en ik heb geen idee waar ik komende donderdag naar toe moet. Het loopt momenteel voor geen meter.

 

Maandag en dinsdag voer ik twee dagen op de Lange Hei in de hoop om daar in de voorbereiding al vast wat mee af te dwingen. Donderdagavond na het werk leg ik mijn lijnen weg in het trekkende kanaalwater. Als ik na vier uur vissen nog steeds geen enkele vorm van actie heb gehad, krijg ik al het vermoeden dat het alweer een hele taaie sessie gaat worden. Goed slapen doe ik wél, daar is niks mis mee. Als in de ochtend tijdens de koffie de eerste regendruppels (ruim een uur eerder dan voorspeld) naar beneden komen, weet ik dat droog inpakken ook een utopie gaat zijn. Bjorn en ik bespreken een plannetje aan de telefoon, maar dan moet het weer wel een keertje gaan meewerken. Het is een raar jaar en dat is het!

 

Donderdag 30 mei. Inspiratieloos door het weer en het gebrek aan vertrouwen plof ik neer bij het werfje. Aan mijn “nieuwe” kant omdat ik dat de laatste maanden altijd doe. Als ik alles in heb liggen om half vier en ik langs de kant loop om bij te voeren, zie ik dat mijn “oude” stek vertapt gras heeft. Wellicht is er dus nog iemand die zijn vallen hier onlangs heeft uitgezet. Ook mijn stek heeft hoog gras en ik ben een poosje bezig om het gras plat te krijgen voordat ik mijn tent neer kan zetten. Ik zit net aan mijn eerste biertje als er een boot langskomt die natuurlijk mijn lijn oppakt en me een montage armer maakt. Zoals ik al zei, is het de laatste tijd veel ellende met vissen. Als het niet, regent, dan is de stek bezet, hoog water, gretige hybrides of een boot die me het leven zuur maken. Half negen leg ik mijn hengels nog een keer scherp weg en kruip snel mijn tent in want er valt weer een bui. Het zal eens een keer meezitten. Aan de andere kant is het een kwestie van tijd voordat het geluk weer eens aan mijn zijde is, maar met instant sessies is dat natuurlijk minder makkelijk. Er zit overigens wel vis in de sector want ik heb een aantal keer wat zien draaien. Ik kruis mijn vingers en hoop op het beste. Als ik om elf uur ga slapen, voel ik de blank al aankomen. Scherp vissen is door al het vuil dat in de lijnen drijft nagenoeg onmogelijk en daardoor wordt mijn onderlijn steeds verplaatst met een hoop rommel op de haak en om het lood als gevolg. Ook als de scheepvaart gestopt is, trekt het water gewoon door en in de ochtend tref ik snaarstrakke lijnen die allemaal in de richting van de brug wijzen. Als ik naar huis rijd na de vijfde blank op een rij bedenk ik me dat ik de hele maand mei, normaal een van de topmaanden, visloos ben gebleven. Die zag ik echt niet aankomen.

Ook de maand juni begint met een blanknacht. Ik vis een instant nacht op het kanaal omdat op de Maas een extreem hoge waterstand werd verwacht. Om het debacle van vorige week niet te herhalen, strijk ik neer op een ander stuwstuk maar ook dat levert me niks op. Het zal voor een andere keer zijn, maar wanneer is de grote vraagt. De vangsten, de motivatie en het vertrouwen zitten op een behoorlijk dieptepunt.

Zondag de negende juni, op de verjaardag van mijn schoonmoeder, vang ik eindelijk weer eens een vis. Ik vis over het wier heen naar de schone plekken. Om kwart voor zeven fluit de linker hengel ervandoor en dat resulteert in een schub van veertien kilo rond bij een lengte van 88 centimeter. Dat is geen verkeerde vis om de draad weer mee op te pakken. Verder gebeurt er op een paar lijnzwemmers na niks meer maar ik ben tevreden met het resultaat. Er hangt ook genoeg vis rond hier. Misschien moet ik donderdag tóch maar eens een nachtje aan de linkerkant gaan zitten.

 

Donderdag doe ik weer een sessie. Ik heb mijn boot meegenomen, omdat ik vermoed dat de vissen zich wel eens vast kunnen zwemmen in het wier en ik ze dan moet gaan halen. Trekken lukt ook vaak wel, maar de kans op verspelen is dan stukken groter. Om vijf uur ligt alles erin en heb ik twee hengels uitgevaren aan de rechterkant van de kom want op de stek waar ik eigenlijk had willen vissen, zit iemand die zijn derde nacht in gaat. Op mijn vraag of hij al wat gevangen heeft, geeft hij aan twee meervallen en een karper te hebben gevangen. Toine, de militair met wie ik later sta te praten, zegt dat het visserslatijn is want daar staat de man om bekend. Nou ja, bij mij gebeurt er in de avond ook helemaal niks en pas om kwart voor vijf in de ochtend vang ik een mini. Echt blij word ik er niet van, maar in elk geval heb ik weer geen blank deze keer. De ochtend wordt beter en beter want ik vang nog twee schubs en een spiegel die met bijna elf kilo de grootste is. Goed dat ik de boot bij me heb, bedenk ik mezelf, want ik heb er drie moeten halen omdat ze muurvast in het wier zaten. Tevreden met de vier vissen rijd ik om kwart over elf naar huis.

 

Zestien juni is het vaderdag, dus ik ga nog een keertje wat proberen. Om half zes liggen de hengels erin op dezelfde stekken als tijdens de laatste visnacht. Of ik er veel van moet verwachten weet ik niet. Het is natuurlijk zondag en dat is sowieso niet de beste dag op het kanaal. Een stuk rechts van mij wordt bezet door 5 honkietjonkievissers van buitenlandse afkomst en een uurtje later wordt ook de stek links van mij bezet door twee man die als eerste een viskist uit de auto halen gevolgd door een emmertje voer. Het begint ook weer wat te regenen maar ik zit in mijn auto en heb er weinig last van. De app van Daan geeft aan dat er elk uur mogelijk 0,1 mm kan vallen dus echt nat gaat het niet worden. Om half tien komt er een politiewagen aanrijden die de twee vaderdagvissers en mij voorbijrijdt en direct naar de allochtonen gaat. Er wordt wat gedebatteerd en als de politiewagen weer weggaat, pakken de mannen in en vertrekken ook. Iets meer rust op de stek kan geen kwaad, maar er is ook niet veel meer te zien aan draaiende vissen. Aan het einde van de sessie blijkt dat Daan gelijk heeft gehad en de mat is óók niet nat geworden van vis. Volgende week wordt er niet gevist, want dan ga ik met Marianne naar Graspop.

 

Het is heerlijk om Graspop eens samen met Marianne te doen. Het begint overigens allemaal wat spannender dan normaal. Vanwege de grote hoeveelheden regen, wordt er aan de festivalgangers gecommuniceerd dat er op woensdag geen Parkings open gaan en dat een dringend beroep gedaan wordt om met openbaar vervoer te reizen. Omdat dit voor ons geen optie is vanwege de grote hoeveelheid spullen die we met ons meeslepen, nemen we de gok en rijden we woensdag tussen de middag met de auto naar Dessel. Als we daar zijn aangekomen zien we een stroom metalheads uit een wijk komen. Ik rijd tegen de stroom in en zie dat we daar mogen parkeren op zo’n drie kilometer van de ingang. Wat nóg mooier is, is dat we daar mogen blijven staan tot maandag. Om drie uur staat onze tent fier op de Boneyard camping en trekken we nog maar een biertje open. Alle dagen hebben we wel enkele optredens van bands die we meer dan bovengemiddeld vinden. De eerste dag is het beste optreden van Alice Cooper, dag 2 is voor Bruce Dickinson, dag 3 voor Fleddy Melculy en de laatste dag laat Ihsahn nog maar eens horen waarom hij de onbetwiste “Emperor” is van de black metal. Als we maandag weer naar huis rijden valt het me op hoe snel het weekend weer is omgevlogen. Verder vind ik het superknap dat Marianne het vier dagen heeft volgehouden, want dit soort weekends zijn altijd een uitputtingsslag.

 

Donderdag 27 juni, staat er een visnacht met Bjorn op het programma. Iets voor acht uur liggen de hengels erin en nauwelijks 20 minuten later knalt de eerste er al vandoor. Mijn maat vangt een schub van exact 14 kilo, die we eerder allebei voor een dertiger aanzien. Wellicht heeft er dus toch een paai plaatsgevonden want het frame oogt zeker anderhalve kilo zwaarder. Na dit snelle succes verwachten we eigenlijk dat er een snel vervolg op komt, maar als we gaan slapen is er niks meer gebeurd. Drie kwartier later, als ik diep in mijn eerste slaap zit, hoor ik Bjorn roepen dat het mijn beurt is. Ik ren naar zijn hengels, trek mijn zwemvest aan en vaar met de boot de plas op om de vis uit het wier te gaan plukken. Het is een knolletje van een kilo of zes die we in het donker gauw even fotograferen en weer terugzetten. Terug in slaap komen is een probleem want mijn neus zit potdicht en ik krijg alleen lucht als ik door mijn mond adem. Na een goed uur val ik dan toch uiteindelijk in slaap om rond half vijf gewekt te worden door een run op mijn linker hengel. Al bij het oppakken voel ik dat het om witvis gaat die er vervolgens ook nog afvalt. Het haakpuntje van mijn Ronnie-rig is licht uitgebogen. Mopperend klauter ik de kant op, monteer een nieuwe onderlijn en gooi de zaak weer terug. Wat bijvoeren en weer slapen. Twee uur later, weer een witvis maar ditmaal op mijn rechter hengel. Daarna blijf ik wakker en ga ik koffie zetten. De rest van de ochtend gebeurt er niet veel totdat ik na negenen nog een winde mag landen. Het is om tien uur mooi geweest vinden we en we gaan inpakken. Bij het binnendraaien van zijn linkerhengel, ontdekt Bjorn dat er ook een knolletje aan zijn hengel hangt. Muurvast in het wier en goed voor enkele piepen in de nacht. Verder had dit visje onvoldoende kracht om op te boksen tegen het wier, maar het leverde mijn vismaat toch nog een aangename verrassing op. Volgende week gaan we niet samen, want dan heeft Bjorn een barbecue op het werk en aansluitend een visnacht met Nikki Baars op een van de randmeren. Eens kijken wat ik ga doen dan.

 

Als ik op maandag 1 juli na het eerste half jaar de tussenbalans opmaak, kan ik niet zeggen dat het geluk aan mijn zijde is. Niet alleen de aantallen blijven ver achter bij de resultaten van de laatste twee seizoenen toen ik respectievelijk 65 en 49 vissen in de pocket had op 1 juli. Ook de gewichten vallen vet tegen want ik moet dit jaar nog steeds mijn eerste vis van boven de 15 kilo vangen. Daar ga ik komend weekend maar eens aan werken. Dan heb ik twee nachten de tijd omdat Marianne weer een weekendje bij vriendinnen zit. De weersomstandigheden lijken geschikt om de stek op de Koeweide nog maar eens een kans te geven, zéker als ik donderdag een keer kan voeren daar.

Vrijdag 5 juli na een drukke dag op het werk met een intervisie van alle voorzitters van de crisisorganisatie kom ik kwart voor zes aan het water. Een uurtje later liggen de hengels erin en bouw ik mijn kampje op. Nog voordat ik aan mijn warme hap kan beginnen, krijg ik al een aanbeet op mijn linker hengel die ook de eerste karper van de sessie oplevert. “Wat goed is komt snel”, zegt het spreekwoord en hoewel het maar een visje is van nauwelijks acht kilo ben ik blij met dit snelle resultaat. Nadat ik hè heb teruggezet krijg ik op mijn rechter hengel ook een aanbeet voordat ik mijn hengel heb kunnen terugleggen. Deze keer een hybride, maar ook daar dus een snelle actie. De eerste karper van juli is in elk geval binnen. Daarna vang ik om half elf nog een brasem op mijn derde hengel. Ze hebben nu alle drie vis opgeleverd en dat is mooi. Kwart voor twaalf vertrekt de rechtse stok opnieuw. Deze keer is het karper aan de run te horen en dat klopt. Hij pakt mijn andere lijn even op, maar zonder al te veel gedoe kan ik hem toch landen. Weer een schub deze keer van net geen 12 kilo. Ze worden al groter en dat is prima. Om vijf half drie word ik opnieuw gewekt door een volle fluiter wederom op de rechtse hengel. Twee ons zwaarder dan zijn voorganger en met 81 centimeter ietsje korter. Nummer drie in relatief weinig tijd. Het gaat mooi zo met de aantallen maar er mag er ook wel eentje van formaat langskomen, denk ik hebberig. In elk geval loopt het beter dan verwacht, want ik wist echt niet wat er na een enkele voerbeurt zou gebeuren. In de vroege ochtend met een hele mooie zonsopgang en overdag komt er af en toe een winde langs, maar karper laat zich niet meer zien. Om kwart voor een belt Bjorn die me beloofd heeft een gasflessen langs te brengen, want de mijne is zo goed als leeg. Koffie is een luxe, maar ik moet ook eten en dat is zonder gas een stuk lastiger. Ik vaar naar de overkant terwijl de wind is aangetrokken tot kracht 5 a 6. Op de heenweg heb ik de wind mee, maar op de terugweg met nog een 150 meter te varen tegen de wind en de golven in houdt mijn accu ermee op. Gelukkig heb ik mijn roeispanen deze keer meegenomen en er staat nog een accu in mijn tent, dus het probleem is niet heel groot. De kracht die ik moet leveren wel, maar dat is ook direct een goede training. Ik zie Max in de kwalificatie van Silverstone 4e worden omdat hij na een reis door de grindbak zijn bodemplaat beschadigd heeft en dat gaat ten koste van de downforce. Wel mooi om te zien dat de drie Britten, Russel, Hamilton en Norris de eerste drie plekken bezetten. Het belooft een mooie race te worden morgen. Ik eet een nasimaaltijd van de Jumbo en neem me voor om die nooit meer te kopen. Wat een aanfluiting. De enige aanfluitingen die ik prettig vind, zijn als er een karper aan mijn hengels hangt. Volgens de weerman gaat de wind na achten liggen. Mooi om dan alles nog een keer scherp weg te leggen. Om acht uur ligt alles “spot on” op de stekken net achter het wier. Ik kijk naar het voetbal en zie het Nederlands elftal na een mooie wedstrijd de halve finale bereiken door met 2-1 te winnen van Turkije. Het is een mooie wedstrijd die ik een keer moet onderbreken voor een winde op mijn middelste hengel. Omdat afgelopen nacht de slaap zo vaak onderbroken is geweest ga ik direct na de wedstrijd slapen en hoop dat deze nacht wat minder verstoring kent. Dat je moet oppassen met wat je wenst, blijkt de volgende ochtend. Alleen om 1 en om 5 uur vang ik twee windes, maar van karper geen teken. Tegen de verwachtingen in, want ik dacht dat de karper juist in de donkere uren wel weer acte de présence zouden geven, maar niets is minder waar. Met een licht gevoel van teleurstelling besluit ik koffie te gaan zetten. Misschien gebeurt het nog in de eerste uren daglicht, maar ik voel weinig vertrouwen. Hoe mooi is het dan als je na nog twee windes toch nog een karper vangt. Een spiegeltje deze keer. De aanbeet klonk al anders en bij het oppakken van de voelde ik ook al dat het geen reus was. De vis zit vast in het wier, dus ik besluit de boot in te stappen, dus ik twijfel ook wel of het niet weer een grote witvis is. Ik moet de lijn met de hand vrijmaken en zie dan een spiegellichaam draaien onder een grote pluk wier. Het net eronder en hij is binnen. Daarna terug roeien want de accu is leeg natuurlijk. Op de kant noteer ik 70 centimeter en net geen acht kilo. Het maakt niet uit. Dit is een bonusvis waar ik niet meer op gerekend had. Ik haal er zelfs de camera en statief voor uit de tas. Om negen uur is het mooi geweest. Ik ruim de boel bij elkaar en sluit de sessie met vier karpers, twee brasems en een stuk of twaalf windes af. Nog steeds geen vis van substantieel formaat dit jaar. Dat heb je ook niet voor het uitzoeken, maar met de wateren die ik bevis, de Maas en het kanaal, is het ongelooflijk dat er nog geen enkele vis boven de 15 kilo in mijn logboek staat dit jaar. Zeker als je ziet dat bij Bjorn de helft van zijn Maasvissen dat wel het geval is. Nou ja, we gaan wel zien wat de rest van het jaar nog gaat brengen. In de bouwvak willen we onze plas nog op. Daarna heb ik nog drie weken vakantie in Frankrijk aan de Yonne voor de boeg en nog een najaarstrip van een week in oktober waarvan ik nog niet weet waar ik dan heen ga, maar in elk geval naar een water waar dikke vissen zitten. Voor nu, inpakken en wegwezen.

Donderdag 11 juli vis ik een instant nacht op Wessem. Eigenlijk was ik van plan om in de buurt van de centrale te gaan zitten, maar vanwege de voorspelde regen vannacht, laat ik dat plan maar schieten. Ik rijd eerst langs Max om wat haken te halen en hoor dat Daniël Jawadnya en Luc de Baets net binnen zijn geweest voor een vergunning. Als ik naar het water rijd kom ik ze tegen. Ik stop even voor een praatje en rijd dan door naar de stek die ik op het oog heb. Het is vies warm in de zon en als ik alles heb opgezet, zoek ik met een koud blik Radler en mijn stoeltje de schaduw op. Dat is beter. Ik heb 3 hengels weggelegd. De buitenste hengels heb ik met mijn voerboot uitgevaren tot net achter de keien en de middelste ligt in de vaargeul. Er gebeurt niet veel, maar ik geef mezelf een redelijke kans op vis vannacht. Zéker als ik in de avond rond een uur of negen een bellenspoortje kan ontwaren in de vaargeul die tegen de stroom in gaat. Als hij de middelste hengel passeert zonder dat er ook maar een piep uit de Delkim komt, ben ik eigenlijk verbaasd. Het valt ook tegen als ik in de ochtend mijn ogen open doe want ook vannacht is er helemaal niks gebeurd. Om kwart over vijf begint het te regenen. Droog inpakken zal dus weer niet lukken vandaag. Buienradar had voorspeld dat het tot 10 uur droog zou blijven, terwijl de app van Daniël al bij het aanbreken van de dag deze regen had aangekondigd. Het blijft miezeren tot een uur of negen en dan komt het de komende urenlang met bakken uit de lucht. Het contrast met het warme weer van gisterenmiddag kan niet groter zijn dan dit. Het lijkt wel herfst. Ik heb de binnenkant van de tent allang opgeruimd, en besluit om elf uur dan toch alles maar in de auto te gooien en ook mijn hengels in de stromende regen te gaan inpakken. Ik wil enigszins op tijd thuis zijn want vanavond gaan we op visite bij de buren en ik wil ook nog wel even tijd hebben voor een dutje op de bank vanmiddag. Als ik om kwart voor twaalf thuis de oprit op rijd en mijn auto ga uitladen, staat er zelfs een plasje water in de kofferbak van de auto. Alle natte zooi ligt en hangt even later onder het dak van het haardhok want ik wil het niet nat in de garage hebben liggen. Mijn broek en jas trek ik ook maar uit buiten, want die zijn eveneens nat. Hopelijk heb ik volgende week eens een droge sessie want ik ben deze omstandigheden echt meer dan spuugzat.

 

Een week later op 18 juli, zijn de weersomstandigheden van een heel andere orde. Het is zonnig en het kwik zal vandaag oplopen tot 27 graden. Omdat ik weer niks heb voorbereid besluit ik deze week wél naar de stek te gaan die ik vorige week vanwege de regen heb laten schieten. De barometer geeft 1023 Mbar aan en gaat komende nacht dalen naar 1019. Dat is prima in vergelijking met vorige week. Helaas heb ik in de middag nog een afspraak staan, dus heel vroeg kan ik niet vertrekken. Toch liggen om vijf uur de rigs op scherp. Ik heb mijn hengels met de boot uitgevaren en zie ook al hier en daar witvis draaien. Ik blijf tot aan de schemering over het water kijken en leg op de Maas een stiekeme derde stok weg, waar voorheen de boom op de kop stond. Die is omgezaagd en het enige wat nog rest is een stomp. Geen idee waarom ze dat gedaan hebben, want die stond niemand in de weg, of het moet gaan om het overzicht van in- en uitvarend verkeer. Als ik wakker word na een nacht met een stuk of 8 “beverruns”, waarbij soms zelfs de slip al een beetje loopt, is er weer niks gebeurd. Na de koffie en het telefoontje van mijn vismaat vis ik nog een goed uur door en ga dan inpakken. Misschien dat er volgende week meer gebeurt. Het blijft een raar jaar.

 

Op 25 juli vis ik een nacht aan de meelfabriek. Er zit iemand bij de palen die net een vis schept als ik langskom. Als ik ga kijken, zie ik dat het om een klein schubje gaat. Ik rijd door naar mijn eigen stek. Leg drie hengels in en heb om half zes alles liggen. Het ritueel van een koud drankje volgt, maar veel tijd om ervan te genieten heb ik niet want er komen redelijk veel boten langs die me steeds dwingen om opnieuw in te gooien. Er is ook behoorlijk wat drijfvuil en dat is nóg een reden om af en toe opnieuw in te gooien. Rond een uur of zes komt Johan langs. We maken een praatje en als hij weg is ga ik mijn eten warm maken. Gelukkig is de scheepvaart wat rustiger geworden en ik hoef nog maar één keer opnieuw in te gooien voordat de sluizen dicht gaan. Als ik ga slapen heb ik nog geen actie gehad. Die komt als ik in mijn eerste slaap zit rond half twee. Ook voor mij is er een schubje weggelegd en na een fotootje op e mat en een nieuwe onderlijn mag de zaak weer terug. Ik slaap tot een uur of zeven en ga koffie zetten. Niks meer gebeurd en eigenlijk verwacht ik dat ook niet. Het heeft weer de hele nacht geregend, maar vanochtend zal het droog blijven. Fijn dat ik de tent deze keer niet hoef te drogen thuis. Om half elf is het klaar met de pret. Volgende week maar weer wat nieuws verzinnen.

Woensdag 31 juli staat er een sessie van enkele nachten op het programma. Marianne is voor een dag of vier naar Birmingham en dat geeft me de tijd om zonder het gevoel dat ik “eigenlijk iets anders zou moeten doen”, mijn heil te zoeken aan het water. Het fijne van dit soort sessies is ook dat je de klok rond kunt vissen en de aastijden beter in beeld krijgt. Ik heb al sinds zondag gevoerd op de kanaalstek van mijn keuze, maar ben eigenlijk niet helemaal zeker van de gebruikte voersamenstelling. De boilies die ik voer zijn prima, maar de particles die ik gebruik ruiken heel erg zuur en er ligt ook een dikke witte afscheiding op het water in de emmer. Hoewel dat heel goed schijnt te zijn voor de aantrekkingskracht door uitstromende aminozuren heeft het bij mij juist een omgekeerd effect. Ik ben buitengewoon benieuwd naar mijn ervaringen in de komende dagen. Om zeven uur liggen de hengels erin en een half uurtje later staat ook mijn kamp. Het is benauwd en het zweet parelt van mijn kop dus is ‘t tijd voor een koude versnapering. Ik zit heerlijk buiten op mijn stoeltje en na anderhalf uur loopt de rechtse hengel al af. Een mooie wildbeschubde spiegel is het haasje en mag even op de foto. Met 14,4 kilo een goed begin, hoewel ik hem iets zwaarder had geschat. Snel succes is goed en ik ben blij dat er vis op de kant ligt. Ik vaar de hengel weer terug met mijn voerboot en ga weer verder relaxen op mijn stoeltje. Tien over negen en mijn hengel in de vaargeul loopt af. Een beresterke spiegel met een grote staart die net over de twintig pond gaat mag ook even poseren. Half tien kan ik weer op mijn stoel gaan zitten. Lekker als het goed loopt en ik ben inmiddels ook wel van mijn vraagteken af over de particles. De vissen liggen erop en ze doen het. Klokslag tien is het weer de hengel in de vaargeul die acte de présence geeft. Een spiegel van ruim in de dertig pond.

Hij tikt 17,3 kilo aan en ook de lengte van 91 centimeter is prachtig. Zure particles zijn de shit, zo blijkt na drie uur vissen. Half elf zit ik weer op mijn stoeltje en werk ik mijn verslag bij. Het hele jaar is het sprokkelen geweest en nu komen de vissen als Londense stadsbussen voorbij. Ik ben blij dat het eindelijk eens loopt nu, heerlijk. Om kwart voor elf zoek ik mijn onderkomen op voor de nacht. Ik ben benieuwd wat er tijdens de duisternis nog gaat gebeuren, maar voor nu ben ik dik tevreden. Om vier uur ben ik al wakker. Op een paar losse piepen na is er niks meer gebeurd. Niet dat ik dat erg vind, maar het contrast met de start van de sessie is opmerkelijk. Half zes zit ik aan de koffie. De wakers hangen nog allemaal slap. Naar beneden, dus van drijfvuil heb ik weinig last gehad. Ik besluit alles te laten liggen tot eerste boot voorbij komt. Om kwart over zes is het weer de middelste hengel die afloopt. Als ik de hengel oppak, loopt de lijn helemaal naar links in plaats van naar rechts waar ik hem had neergelegd. In de verte hoor ik de donder van een naderend onweer. De vis is loeisterk en omdat ik misschien teveel kracht zet, lost de haak. De schub leek een lage twintiger, maar dat zullen we nooit weten. Wel balen om vis te verspelen, hoewel het pas de derde is dit jaar. Ik ververs het aas en leg de hengel opnieuw weg. Paar handjes boilies erbij en ik ben er weer klaar voor. Nu eerst maar eens kijken op de buienradar wat er aan zit te komen. Dat ziet er niet fijn uit. Er nadert een grote rode vlek vanuit het zuiden die tussen zeven en half tien voor veel ellende gaat zorgen. Er wordt maar liefst 20 millimeter regen verwacht. Als het te erg wordt, kan ik altijd nog in mijn auto gaan zitten. Het blijft maar regenen en als het eindelijk verandert in wat lichte miezer vaar ik mijn rechtse hengel nog eens uit en doe de andere twee ook maar meteen. Om tien voor een krijg ik er een meerval aan op mijn middelste. Hij sjort door de strak afgestelde slip en ploegt door een wierbed waarna ik een lijnbreuk oploop. Ik hang er een nieuwe leader aan en gooi de zaak weer terug. Het wordt tijd voor weer eens een karper. Als de klok drie uur aangeeft vang ik een dikke platte op mijn rechtse stok. De hengel mag direct weer terug en omdat het nog steeds een beetje regent kruip ik mijn gevangenis weer in. Zo voelt het vandaag wel een beetje tenminste. Het duurt niet lang oorden dezelfde hengel weer loopt, maar deze keer is het beslist een karper. Ik zie een dikke schub voorbijkomen die qua lengte wel wat meer had mogen hebben, maar hij is breed en geblokt gebouwd.

Aan de unster doet hij 16,3 en de lengte is met 86 centimeter ook weer niet heel slecht. Omdat het nog steeds regent hang ik hem even weg om foto’s te maken als het dadelijk droog is. Rond zeven uur hoor ik ineens “visserijcontrole”. Het is Max die ook een nachtje gaat vissen. We kletsen een tijdje en daarna gaat hij een plekje zoeken. Om iets na achten een run op de linker hengel aan de eigen kant van de vaargeul. Ik heb al vrij snel door dat het om meerval gaat en dat blijkt ook zo te zijn. Een meter zesenveertig en zo’n 20 kilo. Ik ben net een andere onderlijn aan ‘t monteren als mijn middelste hengel er ook vandoor gaat. Ook dat is een meerval en die weet rechts aan de overzijde een obstakel te vinden met lijnbreuk als gevolg. Beide hengels gaan weer terug. Wat een actie ineens weer, maar helaas zijn beiden van de verkeerde soort. De hele nacht blijft het weer rustig. Als ik iets na zessen mijn ogen open doe, is het al redelijk licht buiten. Ik besluit om eerst mijn hengels opnieuw te positioneren en daarna koffie te zetten. Half zeven ligt alles weer op scherp en een uurtje later hoor ik Max weer parkeren achter mijn tent. Hij had er drie vannacht, zo meldt hij. We staan wat te praten als mijn rechtse hengel afloopt. Ik land een schub die ik schat op een pond of 23, maar hij blijkt zelfs een halve kilo meer te wegen. Max rijdt daarna naar de zaak en ik fotografeer de vis alvorens hem terug te zetten. Goeie bouw ook. Daarna vaar ik mijn hengel weer uit en ga nog maar eens koffie zetten. Iets na tienen krijg ik een run in de vaargeul. De vis scheert naar de overkant maar gelukkig staan aan de linkerkant geen obstakels. Na wat gedoe onder de top kan ik hem scheppen. Het is een two-tone schub. Ik meen me te herinneren dat ik deze een paar jaar eerder ook al eens heb gevangen. De vis is groter dan gedacht en meet 92 centimeter. Dan gaan ze al gauw over de dertig pond en deze is met 16,5 kilo geen uitzondering. Vis op de foto, nieuw aas aan de hair, hengel terug en “hup, daar gaan we weer”. Vandaag is beter dan gisteren. Geen regen, goede temperatuur, een zonnetje dat door de bewolking heen probeert te prikken en een goede barometer van 1013. Om vier uur houd ik het voor gezien. Er is de rest van de dag geen actie meer geweest en ik heb ook geen eten bij me voor vanavond, tenzij ik het op een menu van borrelnootjes houd. Inpakken, naar de super en naar huis is voor nu de beste optie. Morgen op Mathijs zijn verjaardag staat er een dagje “hobbyen met bier” op het programma. Samen met Tom en Bram gaan we het Dickens bier brouwen om het in december tijdens het Dickens festijn te laten proeven aan de liefhebbers. Het vissen sluiten we af voor vandaag. Goed is goed. Misschien dat ik zondagochtend nog ergens een poging ga wagen. 

 

Ik besluit de zondag inderdaad nog eens terug te gaan en start om zes uur met vissen. De stek heeft inmiddels voldoende rust gehad en ik verwacht eigenlijk nog wel een visje schaakmat te kunnen zetten. Na vier uur vissen heb ik daar eigenlijk niet heel veel vertrouwen meer in. Er zijn inmiddels zeker een stuk of acht plezierjachten langsgekomen, waarvan enkele flinke. Ik ben er bijna zeker van dat beide montages in draadwier verpakt zullen zitten, maar drie kwartier later fluit de vaargeulstok ineens aan. Ik ben er snel bij en zie even later een spiegeltje mijn kant op komen. Ondertussen hoor ik op de achtergrond Lewis Jackson Read vertellen hoe hij op St Ives het water aanpakt. De pauzeknop van de YouTube film op mijn iPad kon ik bij de aanbeet zo snel niet vinden en ook mijn leesbril vind ik later terug op de mat voor mijn stoel. De spiegel weegt exact tien kilo, wat ik niet verwachtte zéker niet nadat ik de lengte van 78 centimeter had opgemeten. De vis mag terug, net als de hengel. Blij met weer een vis tijdens dit tweede deel van de Birmingham-sessie ga ik weer op de bijrijdersstoel van mijn auto zitten, zet Lewis een minuut of tien in zijn achteruit en kijk het filmpje af. Na bijna zes uurtjes vissen geeft een grote brasem het signaal voor het einde van mijn visserij vandaag. Opnieuw ingooien heeft geen zin meer, daarvoor ontbreekt de tijd want ik moet ook nog boodschappen doen en even de hut kuisen thuis. Lekker gevist weer en daar zal ik het een week of twee mee moeten doen want volgende week staat er Metal op het programma. Dan ga ik met Mathijs en wat vrienden van hem naar Alcatraz in Kortrijk.

 

Het Metalweekend is schitterend. We brengen het door met een hele leuke groep en er is veel vertier en genoeg gespreksstof. Naarmate het weekend vordert daalt het energieniveau en stijgt de temperatuur in omgekeerde evenredigheid. De zondag is het meer dan dertig graden en ik kan niet op gang komen. Pas als de zon ’s avonds gaat zakken komt er wat leven in me. Bekaf, kom ik maandag thuis. De donderdag erna staat er een visnacht op het programma. Op dinsdag ga ik voorvoeren en dat ben ik woensdag ook van plan, maar omdat ik ook nog readymades moet halen voor de vakantie in Frankrijk, rijd ik die avond naar Patrick en haal er de benodigde attributen. Donderdag liggen om zes uur de hengels erin voor een redelijke instant sessie. Op de scheepvaart en het drijfvuil na is er niets wat de Delkims laat piepen en de wakers laat dansen, dus kan ik vrijdagochtend alles weer droog mee naar huis nemen. Ook fijn, maar niet waar ik voor gegaan ben natuurlijk. Komende vrijdagnacht nog één sessie voordat we volgende week zondag naar Frankrijk rijden. De camping ligt aan de Yonne en aan een kanaal, dus er zal ook wel een visje te vangen zijn, denk ik.

 

Op donderdag 22 augustus begint mijn vakantie. Zoals gebruikelijk heb ik er een aantal dagen “bijgesprokkeld” waardoor ik een maand lang vrij ben. Niet eerder dan maandag 23 september staan er weer werkafspraken in mijn agenda. Sinds afgelopen dinsdag ben ik mijn kanaalstek weer aan het aanvoeren en dat doe ik vanavond voor de laatste keer. Morgen ga ik er een nacht vissen. Ik ben vrijdag al op tijd aan het water en de hengels liggen er om twee uur in. De wind en de stroming staan dusdanig verkeerd dat alle drijfvuil precies in mijn lijnen terechtkomt. De eerste uren is scherp vissen dus nagenoeg onmogelijk maar rond een uur of vier gaat de wind wat liggen en verbeteren de kansen enorm. Ik leg beide hengels opnieuw weg en krijg na drie kwartier een aanbeet op mijn vaargeulhengel. Het is een klein schubje van ongeveer vijf kilo. Niet waar ik voor gekomen ben, maar omdat er vier dagen voer in is gegaan, veracht ik nog wel wat meer. Dat gebeurt ook even na half negen als ik een identiek visje erbij vang. Twee is beter dan niks bedenk ik mezelf en het is goed voor de aantallen die dit jaar tot nu toe nogal tegenvallen. Ik loop zo’n 30 vissen achter op vorig jaar. In de nacht verspeel ik nog een meerval en vang ik er ook nog een. Met een meter vijfentwintig toch weer een heel apparaat. Ik maak snel een fotootje en dan mag hij weer zwemmen. De volgende ochtend pak ik na de koffie op tijd in. De caravan en de auto moeten nog beladen worden, boodschappen moeten worden gehaald en dan nog douchen en naar de veertig jarige bruiloft van Jan en Mieke. Zondag vertrekken we naar Frankrijk. Ik heb veertig kilo readymades klaarliggen en verwacht op vakantie wel wat te vangen.

 

Dat valt uiteindelijk toch nog tegen. Donderdag 29 augustus vis ik in de Yonne van 06.00-09.00 na een dag of drie gevoerd te hebben. Elke dag gaat er een kilo of drie in maar ik vang alleen een kopvoorn en gebruik die ochtend de resterende tijd om nog wat stekken te bekijken. Omdat die ook allemaal niets lijken besluit ik de huidige plek nog een kans te geven en wat langer door te voeren.

 

Maandag 2 september vis ik mijn tweede sessie, op dezelfde plek. Ik vis gedurende 3 uur, wederom vanaf vanaf een uur of zes, en zie ook nu geen enkel teken van leven. In totaal heb ik nu een kilo of 15 gevoerd en besluit ermee te stoppen hier. Dit gaat niets opleveren en is zonde van de geïnvesteerde tijd en aas. 

 

Op zaterdag 7 september vertrekken we naar onze tweede locatie in de Vogezen. Als we er bijna zijn komen we langs een meertje waar ik al eerder gevist heb in La Chapelle devant Bruyère. Daar ga ik komende week nog een keer vissen en daarna wordt het een sessie van twee nachten thuis. Voor vakantiebegrippen té weinig, maar het is wat het is. 

 

Op dinsdag de 10e rijd ik om vijf uur in ‘s ochtends naar La Chapelle. Als ik halverwege ben, begint het te miezeren, maar omdat de voorspelling droog weer heeft afgegeven maak ik me niet zo druk. Als ik aankom bij het parkeerplaatsen is de miezer overgegaan in echte regen en de buienradar laat inmiddels een afwisselend weerbeeld zien waarin regen de komende uren een dominante rol heeft. Ik blijf tot half zeven in mijn auto zitten en ga daarna eens kijken bij het water. Van een droge pauze maak ik gebruik om mijn spullen onder de plu aan het water te krijgen, mijn hengels in te gooien en bij te voeren. Om zeven uur ligt de zaak op scherp. Aan de overkant staat een visser te spodden maar verder is het rustig aan de plas. Het zou mooi zijn als ik hier nog een visje zou kunnen vangen, net als een jaar of drie geleden. Rond half twaalf loopt de rechtse hengel plotsklaps af. Op het moment dat ik de hengel oppak, zie ik aan het einde van mijn lijn tot tweemaal toe een vis compleet uit het water komen. Ik denk in eerste instantie aan een graskarper, maar het blijkt een steur van zo’n 90 centimeter. Geen alledaagse bijvangst. Die mag snel weer zwemmen en ik ga de laatste drie kwartier van de sessie in. Die leveren helaas niks meer op, dus dat betekent geen Franse karper voor mij deze vakantie. Inmiddels heb ik me al bedacht dat als we thuis zijn, ik een sessie wil gaan doen van twee nachten op de Maas als het weer dat toelaat.

Maandag 16 september heb ik wat klusjes te doen in en rond het huis. Daarna staat het vizier op de Maas voor de sessie van twee nachten. Een emmer hennep, enkele blikken sweetcorn, mijn voerboot en een zak KSK boilies, maken deel uit van mijn plan. Bij het inladen van de auto spreek ik met Peter die met de hond langskom. Daarna ga ik even naar de tandarts voor het repareren van een snijtand, waar ik een stukje vulling heb uitgebeten. Bij de supermarkt haal ik mijn eten voor de komende dagen en daarna kleed ik me om en vertrek ik. Ik rijd naar een bekende stek waar ik ook een deel van mijn najaarssessie wil vissen en waar ik al vast enkele stuitjes wil monteren aan mijn lijnen op de juiste afstanden. Een keer voorvoeren met de rubber boot en de rest van de sessie mijn lijnen uitvaren met de voerboot, lijkt me een prima plan. Thuis vraag ik nog eens of het wel uitkomt, want Marianne is ziek, maar ze vind het juist prima dat ik ga omdat ze dan ook kan rustig haar eigen gang kan gaan. Ik merk dat ik overal uitgebreid de tijd voor neem. Het uitladen van de auto en het oppompen en inpakken van de boot, wordt afgewisseld met een gesprek met twee vissers die net links van mijn “kade” op snoek aan het vissen zijn. Om goed vijf uur liggen de hengels erin voor het eerste nachtje. Daarna wordt het kampement opgebouwd en een biertje opengetrokken om de start van mijn sessie te vieren. In de avond bel ik nog even met het thuisfront en hoor dat het wel gaat. Ik kijk daarna een filmpje en ga vervolgens slapen. In de vroege ochtend, nét na vieren, krijg ik een run op mijn rechter hengel die resulteert in een lange magere schub. Met 89 centimeter behoorlijk lang voor een gewicht van nog geen elf kilo. Ik mopper niet en ben blij met vis op de kant. Het uitvaren met de voerboot gaat prima en als ik het stuitje door de ogen zie gaan en de rig drop, ligt alles na het opspannen exact zo als voorheen. Dat werkt dus als gepland.  Daarna ga ik koffie zetten want het loopt inmiddels tegen de klok van vijf uur. In de ochtend verkoop ik mijn baitrunners aan twee verschillende kopers. De ene wil er drie en komt ze halen, de ander wil er één en die moet ik morgen opsturen. Ik ben blij met de prijs die ik ervoor ontvang en weet ook zeker dat de kopers er een goede deal aan hebben. De molens zijn in prima conditie en altijd goed onderhouden. Het geld blijft niet lang in mijn zak zitten want ik koop een vierde Power Aero om mijn eigen set molens weer naar vier te brengen. Ook twee nieuwe batterijen voor mijn voerboot die het weer prima doet, nadat ik de instellingen van mijn zender weer had teruggezet op de oorspronkelijke standen. Achteraf niet zo gek dat hij steeds afweek naar rechts, als je een van de trims bijna op maximaal hebt staan. Nu heb ik vier accu’s waarmee ik mijn boot ook gedurende een hele visweek zou moeten kunnen inzetten, zonder te hoeven laden. Verder koop ik nog een nieuwe oplader en wat XT60 stekkertjes, waarmee de accu’s geladen worden. De rest van de dinsdag gebeurt er niks meer en ook op woensdag als ik wakker word, is het stil gebleven. Als ik aan de koffie zit, loopt mijn Maashengel af en die levert me een schub op die iets kleiner is dan die van gisteren, maar beter geproportioneerd waardoor hij een pondje zwaarder weegt dan zijn voorganger. Twee vissen is nog steeds niet geweldig, maar in elk geval beter dan een. Als ik de vis heb teruggezet, realiseer ik mezelf dat ik vergeten heb een fotootje te maken. Nou ja, er zijn ergere dingen. Klokslag half acht volgt er een herkansing op een foto. Mijn rechtse hengel komt tot leven en levert me de derde schub op van de sessie. Met 13,3 kilo de zwaarste ook. Ik maak enkele foto’s met mijn zelfontspanner en zet de vis terug. Fijn dat er toch nog wat is bijgekomen. Daarna pak ik in en rijd naar huis. Geen sessie voor in de boeken, maar ook geen blank. Thuis aangekomen check ik de vangsten tot nu toe en vergelijk ik ze met vorig jaar. Het moeizame seizoen dat ik tot nu toe heb laat zien dat ik slechts op de helft zit van de aantallen die ik vorig jaar rond deze tijd op de mat had liggen. Het aantal grotere vissen is zelfs maar 30%. Ik houd me maar voor dat er geen pieken zijn zonder dalen en alle vissen van dit jaar wederom van groot water komen. De helft komt van de Maas, de andere helft van het kanaal. Een goed najaar zou wel helpen om het gevoel een beetje glad te strijken.

Vrijdag 20 september rijd ik met Marianne naar Etten Leur. Zij gaat er een quilt-clinic volgen en ik ga een paar uur vissen op de Mark, een klein riviertje dat daar iets ten noorden van loopt. Ik ben van plan om gevarieerd te vissen en heb naast mijn vertrouwde boilies ook déze keer weer een hennep en sweetcorn-mix bij me. Een kwestie van zien waar ik het snelst actie op ga krijgen hoewel de hennep en sweetcorn natuurlijk extreem witvisgevoelig zijn. Ik vis gedurende vier uur maar krijg helaas geen enkele aanbeet, ook niet van witvis. Het water is wel helder, maar ook bruin van kleur door de zavelgrond. Ook beginnen zich de eerste herfstkleuren te manifesteren ten teken dat ook dit visjaar langzaam naar het einde toe gaat. Komende maandag begint mijn werkend leven weer.Volgende week moet ik noodgedwongen op vrijdag gaan vissen, omdat ik donderdagavond een setje oordoppen krijg aangemeten. Als ik nog een aantal jaren naar metalfestivals en optredens wil, is dat geen overbodige luxe.

Uiteindelijk ga ik tóch op donderdag vissen. Dat komt omdat de weersomstandigheden voor deze nacht stukken beter lijken dan de vrijdagnacht. Er wordt windkracht 5 beloofd uit zuidwestelijke richting en dat blijkt te kloppen. Direct na het aanmeten van de oortjes vertrek ik dan ook weer naar huis, waar ik de etensboel opruim, de auto inruim en vertrek naar het water. Helaas regent het en dat zal het ook nog wel even blijven doen zo is de voorspelling. Gelukkig kan ik in een regenpauze snel de tent opzetten en al ben ik zelf zeiknat van de regen, ik kan daarna droog en uit de wind relaxen. Het is kouder dan ik verwachtte en het voelt ook dunnetjes aan buiten. Omdat ik in al mijn haast de koffer met mijn zender van de voerboot ben vergeten, kan ik mijn hengels ook minder scherp wegleggen dan ik graag zou willen. De voerboot kan dus in de auto blijven. Ik kijk nog een filmpje op Netflix zolang als de regen aanhoudt. Daarna loer ik nog over het water op zoek naar een teken van vis, maar er valt met deze wind eigenlijk niets te zien. Midden in de nacht word ik wakker door een fluiter op mijn rechter hengel die in de eigen kant ligt. Een klein schubje is even het haasje en mag direct terug. Een fotootje is er ook niet bij deze keer en ik schat de maten op zo’n zeven decimeter en zeven kilo. Helaas komt er ook niks meer bij deze nacht en als ik daarna naar huis rijd ben ik niet echt tevreden met het resultaat. Nog twee weken en dan vis ik, na gedegen voorbereiding, mijn najaarsoffensief.

 

De dagen daarna besteed ik aan de voorbereiding voor mijn najaarssessie. Ik kook een aantal emmers maïs, tijgernoten en tarwe die ik in een verhouding van 1:1:1 meng in een grote speciekuip, alvorens ik ze als gemengde massa verdeel over mijn voeremmers. Ik ga voor mijn sessie, die op vrijdag de 11e begint, nog een aantal keer voeren om de vis op de stek te krijgen. Een voerstek met veel kleine voedseldeeltjes en een goede portie gemengde boilies over een groot aantal vierkante meters, moet de vis gaan lokken en vasthouden. Ik hoop alleen dat het weer een beetje gaat meewerken, want de verwachtingen zijn redelijk regenachtig. Eerst ga ik komende donderdag nog een nachtje vissen, waarbij ik twijfel om mijn jachtgebied op te zoeken of een simpel nachtje kanaal te doen.

 

Het wordt het jachtgebied. Ik ben pas om half vijf terug uit Utrecht en weet dat ik dan een grote kans loop om in het donker nog bezig te zijn met opbouwen. Om half zes rijd ik weg bij de supermarkt, waar ik mijn avondeten en wat te knabbelen gehaald heb. Een goed uur later is mijn boot opgepompt en beladen en kan ik de oversteek maken naar de stek die volgende week het tweede deel van mijn sessie wordt aangedaan. Om kwart over zeven liggen de hengels op scherp en dan moet mijn kampement nog worden opgebouwd, mijn diner nog worden gekookt en het begint, zoals verwacht, al te schemeren. Op zich heb ik er best vertrouwen in. De barometer is met 1019 prima, de wind komt uit de verkeerde hoek, noordoost, maar heeft slechts een kracht 2 en de temperatuur zit nu nog in de dubbele cijfers. Ik heb 3 hengels goed weg kunnen leggen en dek zo de belangrijkste trappen af. Als ik om half elf ga slapen is er nog niks gebeurd maar nauwelijks twee uur later krijg ik actie op mijn verre hengel die in het midden ligt. Helaas is het een hybride die mijn nachtrust verstoort en daar zit ik natuurlijk niet op te wachten. De hengel gaat terug en er gaan drie handen voer omheen. Ik kruip terug de slaapzak in die ik heb voorzien van een extra laag omdat de koudere periode weer is aangebroken. Gelukkig lig ik niet lang wakker en ben ik snel weer vertrokken naar het land van onwetendheid. Midden in de nacht krijg ik een serietje piepen op mijn linker hengel, maar er komt geen vervolg dus draai ik me om en slaap weer door. In de ochtend word ik om half zeven wakker. Lekker geslapen en de koffie lonkt. Als ik de eerste kop binnen heb, loop ik eens naar buiten voor een plas en een rondje langs de hengels.

De linker waker staat bovenin, dus er is zeker wel wat gebeurd in de afgelopen nacht. Een gemiste kans? Ik draai hem binnen en constateer dat het rubbertje op de haaksteel niet is verschoven, maar dat de punt van de haak scherpte mist. Hij glijdt in elk geval zo langs mijn nagel in plaats van dat hij erin grijpt. Een nieuwe vlijmscherpe onderlijn wordt gemonteerd en de zaak kan weer terug. Als ik even voor achten buiten bij mijn rodpod sta, hoor ik enkele piepen en zie de top van mijn rechtse hengel krom trekken. Nu komt er wel een vervolg en kan ik even later een spiegel scheppen. Mooi man! Op de mat doet hij exact 14 kilo en mag na drie fotootjes met de zelfontspanner weer zwemmen. Verder gebeurt er niks meer, maar ik ben heel blij met de actie van afgelopen nacht. Een goede generale repetitie voor de naderende sessie. Bij Max haal ik op de terugweg nog wat klein materiaal en dan zit het er op voor deze week. Komende week mijn materiaal in orde maken, conform mijn planning de eerste stek aanvoeren en dan vrijdag starten met een sessie van zes nachten in eigen land.

 

Een dag later laad ik de laatste 2 batterijen van mijn voerboot op en maak ik een boiliemengsel voor mijn voerbeurten. De boilies die Bjorn door Shimano heeft laten opsturen, worden gemengd met de laatste kilo’s Salty Fish, Creamy nut en aangevuld met Scopex freezers van Herman tot porties van tien kilo. De particles worden ernaast gezet, zodat de volledige hoeveelheid aas per voerbeurt bij elkaar staat. De voerbeurten staan genoteerd in mijn agenda en moeten er voor zorgen dat ik komende vrijdag snel in de vis val. Het plan is om vrijdagochtend bij aankomst nog één keer spaarzaam te voeren zodat overal wat aasdeeltjes liggen en voor de rest zoveel als mogelijk met de voerboot uit te varen en met de werppijp verspreid bij te voeren. Als de actie die ik krijg niet gaat achterblijven bij mijn hoop en verwachting, ga ik halverwege de sessie verkassen naar de tweede stek waar ik de generale repetitie gevist heb afgelopen donderdagnacht. Een geweldig jaar gaat het dit seizoen niet meer worden, maar er zou nog wel een geweldige najaarssessie in het verschiet kunnen liggen. Eigenlijk vind ik dat ik daar ook wel een beetje recht op heb, zéker omdat mijn voorjaarssessie zo teleurstellend verlopen is en het water op de vakantiebestemming ook al niet voldeed aan de verwachting. Nog zes nachtjes slapen en dan weet ik het.

Het is vrijdag 11 oktober en de dag waarop mijn sessie begint is eindelijk aangebroken. Door de heftige regenval in de Ardennen en Zuid-Limburg is het waterpeil van de Maas fors gestegen en daardoor ben ik wat onzeker of mijn stek wel te bevissen valt. Als ik in het donker aan het water sta, waar ik moet oversteken met de boot, kan ik het niet goed zien dus besluit ik te wachten tot het licht is. Ruud die hier ook vaak vist is er zeker van dat het kan en als het licht geworden zie ik zijn gelijk. Ik vaar in twee etappes al mijn materiaal over om de tocht zo veilig mogelijk te maken. Ik heb ook meer spullen bij me dan normaal. Onder andere mijn kachel met gasfles, mijn voerboot, een stoel en een tas reservekleding. Om negen uur liggen de hengels erin en ga ik eerst even met een blikje fris op mijn stoel zitten om alles eens even goed op me in te laten werken. Verder dan twee slokjes kom ik niet want de rechtse hengel loopt al af. De eerste vis is direct een dertiger en mag poseren. Daarna bouw ik eerst mijn kamp op en pas dan vaar ik mijn hengels opnieuw uit. Snelle actie en hopelijk een voorbode van wat nog komen gaat. Half elf staat alles en zie ik dat het water een centimeter of twintig gezakt is. Stromen doet het wel en af en toe staan de hengels krom van het trekkende water. De Maas zelf is onbevisbaar en ik moet vanaf de punt waar ik zit het gat op vissen. Dat was ik sowieso toch al van plan, want daar is een aantal keren goed gevoerd. Met de voerboot zoek ik nog even exact naar het talud dat met 4 meter 10 ruim een meter ondieper is dan de omliggende bodem en aan de achterzijde afloopt naar de 7 meter. Daarna is het tijd voor mijn lunch. Tijdens het eten zie ik de top van mijn hengel enkele keren krom trekken en slap vallen en ik vraag me af of alles wel goed ligt. Dadelijk maar even controleren en direct de rodpod even wat hoger neerzetten. Wellicht heb ik dan wat minder druk van het water op de lijn en kan ik iets scherper vissen. Kwart over een liggen ze allebei op nieuwe plekken. De linker nét over het talud en de andere in de richting waar hij eerder ook lag maar dan een meter of tien verder. Ook dat levert niet meer op dan een meervalletje rond acht uur. Op de een of andere manier staan de vissen niet op “aan” terwijl de omstandigheden toch niet slecht zijn. De barometer is 1016, de wind zuidoost 2, het is droog en op de stroming van de Maas na zijn er geen grote veranderingen of verstoringen. Wat me wel opvalt, is dat het water hier laag staat en dat het water uit de Ardennen wat wordt aangevoerd ruim twee graden kouder is dan wat we de dagen ervoor hadden. Waarschijnlijk hebben die twee elementen een negatieve invloed op het aasgedrag. De hele nacht blijft het stil op een enkele “beverpiep” na.  Als het rond zeven uur licht wordt, ga ik eens kijken naar tekenen van vis. Misschien moet ik ze nog wat verder zoeken of juist dichter aan de kant. Mijn kantstok loopt om kwart voor acht af en levert me weer een meerval op uit dezelfde categorie als vannacht. In elk geval weer goed voor een stoot adrenaline bij de aanbeet. Daarna drink ik koffie en maak ik eieren met spek. Rond tien uur loop ik wat rond en zie een mooi plekje zo’n 150 meter verderop. Ik besluit er een stiekem stokje weg te steken en loop terug naar mijn tent om alles bij elkaar te zoeken. Hengel, schepnet, voerschep en aas worden samen met mijn derde pieper meegenomen naar het plekje. Op het tweede taludje, een rand van nauwelijks twee meter breed, is het vier meter diep. Daarachter gaat hij in twee etappes van 9 naar 18 meter. Ik voer mijn boilies op de tweede en derde rand en positioneer mijn schepnet en hengel op de juiste plekken. Als ik klaar ben krijg ik enkele piepen op mijn sounderbox. Het is de stok op het talud die vervolgens knetterhard afloopt. Ik ren terug naar mijn rodpod en kan de vis afstoppen en keren. Na enkele minuten touwtrekken heb ik de vis onder de kant en komt hij plotseling naar boven. Ik zie nog net dat het een lage dertiger spiegel is als de haak lost. Nee! Dat meen je niet! Waarom? De haakpunt blijkt licht uitgebogen en verantwoordelijk voor dit debacle. Kak! Wanneer stop ik eens met deze haken? Ik vaar de hengel opnieuw uit met een verse onderlijn eraan. Hopelijk is dit het teken dat de vis los begint te komen. Om vijf voor half twee krijg ik weer een aanbeet op dezelfde hengel. Deze keer is het een schub van krap in de twintig pond die wél blijft hangen en even op de foto kan. Een uurtje later vaar ik even op en neer naar de auto om nog een emmer particles te halen. Daarna vind ik het wel tijd voor een biertje want ook om vijf voor twee, zit er een 5 in de klok. Als ik bij mijn stiekeme hengel ga kijken, zie ik ineens een kudde koeien. Omdat ik ze te dicht bij mijn hengel vind rondhangen, haal ik ‘m weg. Het water lijkt weer wat te stijgen. De keien in mijn eigen oever, die enkele uren geleden nog droog lagen, staan nu weer zo’n 5 centimeter onder water. Iets voor half vijf besluit ik mijn raam voor mijn vliegengaas te monteren. De wind staat precies op de deur van mijn Tempest en voelt dunnetjes aan.

Op het moment dat ik op mijn knieën voor de deur zit, begint er achter mij wat te piepen. Ik draai me om en zie de top van mijn rechter hengel krom staan terwijl de slip afloopt en de Delkim piept. De dril is traag en ik vermoed een vis van beter kaliber. Aan de kant stribbelt hij nog wat tegen, maar hij verdwijnt bij de eerste poging in mijn landingsnet. Een dikke kale spiegel met een grijze rug en gelige flanken, laat de unster doorslaan naar 18,3 kilo. Dat is een hele fijne opsteker en ik denk dat er nog wel wat bij komt vandaag. De vissen lijken wat meer los te komen, maar minder dan gisteren kon ook eigenlijk niet. Aan de overkant stopt een bus en er stappen twee mannen uit. Aan het gebrabbel te horen zijn het Oostblokkers die kijken waar ze kunnen zitten. Ze positioneren zich en krijgen een uurtje later gezelschap van nog drie man. Met continu kabaal en hout hakken voor het kampvuur, felle koplampjes die recht bij mij de tent in schijnen en geschreeuw is hun plezier omgekeerd evenredig aan mijn ergernis. Ik probeer me er niet aan te storen, maar dat lukt voor geen meter. In de avond zit ik met Rolf aan de telefoon als zich opnieuw een vis meldt op mijn rechter hengel. Na een aanvankelijk makkelijke dril, gaat het voor de kant ineens “van dik hout zaagt men planken.” Als ik even later een biels van een graskarper in mijn net onthaak, zie ik een hele ruime metervis die ook zeker over de 20 kilo gaat. Mensen die mij kennen, weten dat ik een grondige hekel heb aan deze beesten, dus mag hij direct terug. Als een raket vliegt hij het net uit en ik ben blij dat de rig en mijn net nog heel zijn. Als ik opnieuw wil uitvaren, weigert de afstandsbediening van mijn voerboot. Er zit niets anders op dan de hengel met de boot uit te varen. Als ik Rolf terugbel om mijn relaas te doen, kan ik mijn ongenoegen niet verhullen. Om negen uur kijk ik nog een beetje Netflix en ga daarna slapen. Om twee uur word ik wakker van de regen. Het is maar een buitje, zo lijkt het, en als ik even later in de miezer sta te plassen merk ik dat de wind volledig gedraaid is en ook in kracht is toegenomen. De barometer zit op 1008 en is stijgend, de wind op west-4 en licht afnemend in de loop van de dag. Ik lees nog wat omdat ik niet direct weer in slaap kan komen en als ik mijn boek wegleg en het licht uit doe, krijg ik vijf minuten later een aanbeet. Het is drie uur. Als ik met mijn hengel in mijn handen sta, begint het eerst te miezeren en daarna plenst het er even uit. In de verte klinkt zelfs het gedonder van wat onweer. Gelukkig kan ik de vis vrij snel scheppen en op de mat leggen. Een spiegel die prachtig beschubd is, maar het frame mist voor een deftig gewicht krijgt van elke kant een fotootje op de mat en mag direct daarna terug. De hengel laat ik even tegen de tent staan, want de regen valt nog steeds in grote druppels en de wind maakt het er niet beter op. De kachel gaat even aan om het vocht te verdrijven en ik werk mijn verslag bij. Ik gniffel bij de gedachte dat de panvissers aan de overkant geen paraplu of tent bij zich hebben en hun kampvuur is ook uit nu. Kwart voor vier is de regen gestopt en blijft het volgens de buienradar ook droog. Tijd om mijn hengel opnieuw te beazen en uit te varen, want op de kant vang je geen karpers. Om half vijf gaat het lampje weer uit. Drie uur later roept de natuur en vervolgens de koffie. Het is zuur en dun vanmorgen, maar de zonsopgang weer mooi. Rolf had op de aandacht van kreeften na, niks vannacht. Ik stuur hem de foto van mijn vis die door hem eveneens als prachtig wordt beschreven. Tot nu toe vind ik het resultaat nog behoorlijk tegenvallen. Zeker de nachten zijn niet wild op het ogenblik. Ik heb mijn eerste bak koffie nét achter de kiezen als de taludhengel een aanbeet verraadt. De kleinste vis, een schubje van 15 pond, tot nu toe. Omdat de zender van mijn voerboot nog steeds in storing ligt, moet ik mijn hengel weer met de boot wegbrengen. Aan het stuitje te zien ligt hij verder dan het bultje onder water. Ik zal het eens een paar uur aankijken en anders verleg ik hem straks. Aan de overkant is het wat rustiger dan gisterenavond en als een van de mannen een vis verspeelt doordat de schepper mis schept, voel ik weer wat genoegdoening voor hun storende aanwezigheid gisterenavond.  Ik heb echt geen probleem met andere vissers, maar dit zijn herriemakers en clowns die de titel “visser” onwaardig zijn. Kwart over tien krijg ik weer een run op mijn rechter hengel. Het schubje is een kopie van zijn voorganger. Deze mag wel kort op de foto en ook weer direct terug. Het valt me op dat de laatste drie vissen allemaal klein zijn. Nou kan elke aanbeet op de Maas een veertigplusser opleveren, maar als je in de kleine vis zit is de kans groot dat de kleintjes zo gretig zijn dat de dikkere geen kans krijgen. Om twee uur volgt er weer een graskarper. Ik dril hem volledig leeg, zodat hij in het net tijdens het onthaken geen capriolen meer uithaalt. Ook deze vis haalt de “een meter tien” maar is duidelijk slanker van postuur. Het gewicht van ruim 16 kilo bevestigt het beeld dat de vorige zéker over de twintig ging. Omdat ik hem nu toch op de mat heb liggen en het beest er puntgaaf uit ziet, maak ik er één foto van. Dat is wel genoeg. Wat mij betreft is het nu klaar met de meervallen en de grassies en komen er alleen nog schubs en spiegels langs. Helaas loopt het anders, want de eerste de beste beet is alweer een graskarper. Gelukkig nét na het warme eten. De hengel gaat weer terug en ik kruip de tent weer in. Even later weer actie op dezelfde hengel, maar dat is loos alarm. Als ik de hengel oppak is er geen weerstand aan de andere kant. Een lijnzwemmer misschien? Dus nog maar een keer opnieuw uitvaren en hopen op een goed vervolg. In de avond belt Kevin en spreken we over wateren en dikke vissen. Hij herhaalt de tip die ik eerder ook al van Roy van Goor had gekregen en daar moet ik toch eens werk van maken. Nieuwe gronden om te onderzoeken zijn altijd de moeite waard. De hele nacht gebeurt er wederom niets, en als ik mijn ogen open doe en op mijn telefoon naar de tijd kijk, zie ik dat het vroeg in de ochtend is rond de tijd dat ik normaal wakker wordt. Als ik me lig af te vragen of het dan ook al tijd is om op te staan en koffie te gaan zetten, wordt dat besluit al voor me genomen door een aflopende rechtse hengel. Slaapdronken waggel ik het oneffen talud af met een barstens kromme hengel. Karper, zoveel is zeker. Hij duikt eerst rechts de hoek in, daarna schoffeert hij me enkele keren voor mijn voeten om vervolgens linksaf te slaan richting rivier, maar het beste is er wel af. De runs missen kracht en de vis keert steeds eerder op de niet aflatende druk van mijn twaalfvoeter. In het net blijkt ze groter dan gedacht want in het water leek ik met een hoge twintiger te knokken, maar dit is een stuk groter.

Een streep onder de 18 kilo stokt de unster en het meetlint laat 93 optekenen. Beste cijfers voor een goede schub. Tijd voor uitvaren en koffie, de foto’s doe ik bij daglicht. De karpergoden zijn me kennelijk tóch  goedgezind want ik vang op de zojuist uitgevaren hengel nog een vis. Nou ja, een visje dan toch! Ik onthaak hem in het net en omdat ik het meetlint nog in mijn zak heb meet ik ‘m even op voordat hij weer mag zwemmen. Met 66 cm de kleinste van het stel, dus goed voor de aantallen maar het gemiddeld gewicht zal er niet van stijgen. Ik bekijk het weer en de voorspellingen voor vanochtend, want ik wil verkassen naar stek 2 vandaag. Het water staat kennelijk overal weer normaal tot licht verhoogd en dat is prima. De barometer zit op 1017 en de wind staat met kracht 2 uit het oosten. Die is dus alweer helemaal 180 graden gedraaid. Het blijft droog tot een uur of één en dan gaat het een aantal uren wat regenen. Dat betekent op tijd inpakken en wegwezen hier. Negen uur hengels eruit is een mooi uitgangspunt. Er is geen vis meer uitgekomen en ik ben op tijd aan de overkant. Ik laad mijn boot leeg en maak een praatje met een oudere witvisser die is komen aanrijden in een C-Kadett met een nummerplaat die nog blauw met wit is. Hij wijst me op een plastic fles die al een week op dezelfde plek in het water ligt en vermoed dat er mogelijk wel een lijn aan kan hangen. Ik deel zijn beeld en beloof hem dat ik ga kijken als ik de boot heb uitgeladen en het ding zo mogelijk uit het water zal halen. Het blijkt een uiennet dat vol zit met kleingesneden visafval, waarschijnlijk een soort van rubby-dubby om meerval te lokken. Ik sleep het ding, dat een uur tegen de wind in stinkt, naar de stek van de Oostblokkers en laat hem daar lekker in de kant liggen. Om tien uur sta ik bij de supermarkt. Ik sla proviand in en enkele biertjes en vertrek richting stek twee. Met die proviand gaat het overigens maar nipt goed. Ik zie wat hamburgers liggen die er wel wat bleekjes bij liggen maar de datum is oké en makkelijk te bereiden, dus hop in de kar. Enkele rekken verder zie ik weer een rek met hamburgers die er echt een heel stuk beter uitzien van kleur. Dan valt het kwartje. Om “veganistische redenen” heb ik die eerste maar weer teruggelegd. Aangekomen bij stek 2, zie ik dat die weer boven water ligt, maar ook dat er op de nabijgelegen camping wat caravans missen. Het stroomt nog redelijk, maar de Maas is vlak dus ik durf de oversteek wel te maken. Als ik de boot halfvol heb, begint het te regenen. Ruim een uur te vroeg. Aan de overkant zet ik eerst mijn onderkomen op zodat de uitrusting droog kan liggen en ga vervolgens aan de slag met mijn hengels. Twaalf uur liggen ze op scherp en begint het tweede deel van mijn najaarssessie. Ik voer nog enkele scheppen particles om de zaak wat aan te slingeren, ruim mijn tent in en trek dan eerst een biertje open om dit deel in te luiden. De wind is NO-2, de barometer 1016 en licht stijgend maar de temperatuur komt vandaag niet boven de tien graden. Niet dat het uitmaakt want ik heb mijn kachel bij me. Eerst maar eens wat eten nu, want dat heb ik nog niet gedaan. De middag gaat grotendeels voorbij met regen. Als Bjorn belt komt het er nog met bakken uit, maar vijf minuten later is het droog. Als het goed is komt er nu geen regen meer tot donderdag. Mijn vismaat gaat morgen ook voor enkele dagen naar het water, maar wellicht gaat hij afwijken van zijn oorspronkelijk plan. Hij wenst me succes en we bellen morgen wel weer. Na de warme maaltijd van rijst met kip kebab ga ik nog even buiten op mijn stoeltje zitten. Het is half zeven en de wind is alweer gedraaid. Fris ook. Omdat ik in de kabel op wat jagende baars en roofblei na geen activiteit zie, besluit ik mijn stoel in te klappen en de kachel aan te gaan steken. In de tent is het vast behaaglijker dan hier buiten op het stoeltje. Ook de avond en nacht blijven stil. Ik lig wakker van twee tot half vier en probeer dan nog wat te slapen. Dat lukt totdat twee uur later mijn rechtse hengel een teken van leven geeft. Een haperende run doet vermoeden dat er een winde of hybride aan hangt en dat klopt. De stok gaat terug en ik ook. Kwart over zes komt er nog eentje bij op dezelfde hengel. Teruggooien is lastiger want het is behoorlijk mistig. Ik kruip weer terug en blijf tot zeven uur liggen. Dan is het genoeg geweest.

Er moet geplast worden en er moet koffie komen. Ook moet ik kijken of ik mijn grondzeil een beetje droog kan krijgen want door de regen en mijn telkens natte laarzen is het een beetje een zooitje. Als ik dan in het donker mijn laarzen aan-, of uittrek en mijn sokken op het zeil zet, voelt dat direct nat aan. De mist is opgetrokken maar de oostenwind voelt zuur. Gelukkig gaat de weersverwachting weer naar milder weer. Vandaag zo’n 15 graden en morgen over de twintig. Bjorn belt en ik doe mijn relaas van de afgelopen nacht. Hij is op weg naar Frankrijk waar hij een rivier en een naastgelegen put wil gaan bevissen. Daarna maak ik mijn grondzeil zuiver en bak ik wat eieren met spek. Met de maag gevuld kijk ik over het water en lees wat in mijn boek. Het leven is goed, maar het zou nóg beter zijn als er een karper aan een van mijn hengels ging hangen. De middag en avond gaan voorbij met telefoontjes van Marianne, Bjorn, Kevin en Rolf. Tussendoor lees en mediteer ik nog wat en blijf het water scannen zonder enige aanwijzing dat er karper in de buurt is. Als ik om elf uur mijn bed in kruip is de enige positieve ontwikkeling dat de temperatuur in de nacht verder oploopt en de wind in kracht toeneemt. Dat zijn in elk geval betere omstandigheden dan het koude windstille weer van de afgelopen 30 uur. Ik hoop dat daarmee ook de activiteit van de vissen toeneemt. Om drie uur word ik gewekt door een winde. Daarna zoek ik weer snel de bedchair op en slaap tot ik even na half acht gewekt word door een run op mijn verre hengel. Ik worstel slaapdronken met mijn laarzen en als ik mijn hengel oppak zit de vis al helemaal naar rechts in de kant. Ik dril de vis stapje voor stapje terug en kan even later een schub in mijn net schuiven. Bij het zien van de vis weet ik dat ik er weer een dertiger bij heb. Hoe groot is het toeval als ook op deze stek, de eerste een schub is van exact 16 kilo? Dit exemplaar heeft zelfs ook nog exact dezelfde lengte, maar is qua bouw echt heel anders. Deze heeft zijn gewicht veel meer in zijn buik, de vorige was strakker. Ik bel Bjorn terug die al twee keer gebeld heeft en doe mijn relaas. Als ik hem vertel dat ik er misschien toch nog een extra nachtje aan vastplak is hij niet blij. Ik had immers eerder gezegd dat ik de donderdagnacht niet zou vissen omdat ik anders te moe zou zijn voor de cd release van Mathijs. Ik sputter wat tegen, maar hij heeft gelijk dat ik dat eerder gezegd heb. Hij is bijna bij een water om te onderzoeken voordat hij om 12.00 uur naar de rivier gaat om de goede tijd daar mee te pakken. Na twee koppen koffie loop ik nog eens even langs het water en verspreid met de voerschep hier en daar nog wat particles. Hooguit een kilo verspreid over een oeverlengte van zo’n honderd meter. Ik hoop iets meer vissen te bereiken die dan mogelijk iets langer in de sector blijven hangen. Na het “tussen de middags tostimoment” voer ik op alle stekken nog een handje boilies. Ondanks een gewone doordeweekse woensdag is het best druk met plezierboten. Zeiljachten, sloepen en motorjachtjes varen het gat in en uit en het is niet eens herfstvakantie. De zon schijnt minder uitbundig dan verwacht maar het is wél 21 graden buiten. Ik vraag me af waarom er niets gebeurt terwijl de omstandigheden zo goed zijn. Wat me ook al enkele dagen is opgevallen is dat er elke ochtend een groep aalscholvers aan het jagen is op de ingang van het gat waar mijn linker hengel ligt. Ik vraag me af of de door mij gevoerde particles veel witvis heeft aangetrokken, of dat ze dat sowieso altijd doen. Af en toe zie ik ook witvis draaien op open water, maar de karpers geven nog steeds geen teken van leven in mijn blikveld. Om een uur of negen in de avond vallen mijn ogen steeds dicht. Ik ben slaperig maar wil het nog even uitstellen om in bed te kruipen. Het zou me namelijk niets verbazen als een van de hengels voor elf uur nog afloopt. Anderzijds is het wel aanlokkelijk, dus zie ik het nog even aan maar doe wel voor de zekerheid de kachel vast uit en de telefoon op stil. Komende nacht is “Hunters Supermoon” en kennelijk het moment dat de maan het dichtst bij de aarde staat. Eens kijken of hij zijn naam eer aandoet. De volgende ochtend moet ik dat toch helaas ontkennen. De enige twee vissen die er af zijn gekomen, zijn twee windes geweest om twee uur en half acht. Voor de rest is het deze nacht, op wat losse piepen na, stil gebleven. Ik zet koffie, geef gehoor aan de roep van de natuur en werk mijn verslag bij. Als het goed is komt de temperatuur vanaf nu niet meer onder de vijftien graden. Ook ‘s nachts niet. De barometer zit nu op 1009 en stijgt morgen naar 1014 en de wind gaat de hele dag naar zuidwest-3 om dan vannacht weer terug te vallen naar noordoost-1. Alle waarden gaan dus op en neer en dat is zelfs met deze supermaan niet goed. Als ik om een uur of acht nog een winde vang, besluit ik direct de stok op de ingang ook nog een keer te verversen. Daar had ik vannacht immers ook wat piepen op. De rechtse laat ik met rust, want die heeft helemaal niks gedaan. Het is echt schitterend najaarsweer en ik ben eigenlijk best verbaasd dat er niet meer actie is tot nu toe. Nou ja, de laatste 24 uur zijn ingegaan en ik houd me maar vast aan de gedachte dat het aan het einde altijd goed komt. Aan het begin van de avond zijn alle voorraden opgegeten en gedronken. Het enige wat ik nog heb is water of koffie. Ik heb dus exact voldoende ingekocht om me tijdens mijn verblijf te voorzien van eten en drinken en nu is het zo goed als klaar, net als mijn sessie. Ook mijn leesboek is uit. Een open einde na 493 pagina’s. Van mijn laatste blikje bier heb ik wat geofferd aan de karpergoden voor de laatste nacht. Juist omdat het er buiten zo goed uitziet, doe ik een boute uitspraak en voorspel dat ik nu nog drie vissen ga vangen. Ik vang twee windes in de nacht op beide kantstokken en word wakker gebeld door Bjorn om half acht. Het is mistig en windstil weer. Als ik even later helemaal wakker ben ga ik de koffie maar opzetten en hopen op nog een vis in blessuretijd. Uiterlijk tien uur gaan de hengels eruit heb ik besloten. Ik tuur over het water op zoek naar de bron van het geluid van motoren en zie in de mist drie waterscooters midden op de plas rondjes varen. Eigenlijk best een bizar gezicht om vanuit de nevel telkens even een flard te zien van de apparaten die je door de mist haast niet ziet, maar wel overduidelijk hoort. Een kwartiertje later is de mist ineens opgetrokken. Wat ik nu zie is heel veel witvis aan de oppervlakte. Zóveel dat je echt elke seconde wel ergens een vis ziet draaien. Een half uur later zit het weer potdicht en is er ook van activiteit niets meer te zien. Om exact negen uur vang ik nog een hybride en daarmee is de derde vis een feit. Geen karpers maar als ze niet op “aan” staan, ga je ze ook niet vangen. Natuurlijk had ik achteraf heel wat andere dingen kunnen doen om de sessie in mijn voordeel te doen kantelen. Ik had een stok op de Maas kunnen leggen, ik had na 36 uur nog een keer kunnen verkassen en ik had zelfs naar een volledig ander water kunnen rijden, maar ik heb ’t niet gedaan en daar heb ik ook volledig vrede mee. Ik heb heerlijk gevist en ontspannen en daar gaat het tenslotte allemaal toch om. Als ik thuis ben, arriveren in de middag de nieuwe oordoppen en dat is exact op tijd voordat ik morgen naar de CD-release ga van Mathijs en zijn band.

 

Het optreden is prima en Mathijs is een echte frontman, zoals hij op het podium staat. Het wordt een latertje want na het optreden komt er nog een andere band die de afsluiting doet. Helaas gaan er dan al een aantal mensen naar huis, zodat ze voor een halflege zaal spelen. Jammer want ook zij maken er een mooi optreden van. Drie uur ’s nachts ben ik thuis.

Donderdag 24 oktober vis ik een nacht met Bjorn op een nieuwe stek. Mijn maat heeft er enkele voerbeurten gedaan in de afgelopen dagen, maar als we op de plek aankomen vinden we het allebei geen visweer. Windstil en een barometer van 1027 zijn niet de omstandigheden die de vis aan het azen brengen en dat blijkt ook. Bjorn moet al vroeg in de ochtend weg, want hij moet met zijn auto langs de garage voor een bandenwissel. Ik vis nog een uurtje door maar ook dat helpt niet om nog wat af te dwingen. Op de terugweg haal ik nog even 20 kilo mais bij Edie Kees, voor €8,- en dan zit het er weer op. Volgende week de laatste sessie in oktober en de eerste van november. Kijken of dat dezelfde stek wordt of ergens anders. Bjorn voert wel gewoon een kilootje per dag door hier zo is de planning, dus we hebben altijd een optie achter de hand.

Het is zondag 27 oktober en de klok is vannacht verzet. Als ik beneden kom zet ik de koffie aan, stel de klok van de magnetron opnieuw in en smeer een paar crackers. Voordat ik de auto inlaad en de deur achter me dichttrek, doe ik eerst een sanitaire stop en daarna het licht uit. De voerboot gaat mee voor een sessie in de haven en ik vis drie stokken achter het wier. Om zeven uur, vlak voordat het licht wordt, liggen de hengels erin. Alle lijnen heb ik heel precies uitgevaren met de voerboot. Helicopter rigs met afgeschaafde boilies en een korrel kunstmaïs erboven vinden hun weg samen met enkele handjes hennep, wat korrels mais en gebroken boilies. Het weer is een stuk minder aantrekkelijk dan gisteren toen het zonnetje de aarde opwarmde tot net over de twintig graden. Vandaag is het grauw met wat motregen en hoewel de temperatuur met 15 graden nog alleszins redelijk is, zijn de omstandigheden meer herfstachtig. De wind had wel wat harder mogen waaien want west-1 is niet iets waar de vissen actiever van worden. Ik zal het deze sessie dus moeten hebben van de exacte plekken waarop ik uit heb gevaren. De eerste uren is er weinig te zien. Wat aalscholvers die op zoek zijn naar prooi, wat scharrelende meerkoeten en enkele vissen die draaien in het oppervlak. Er zit zelfs een karper(tje) tussen, die redelijk in de buurt van mijn rechtse hengel vertoeft maar die de na enkele uren nog niet verleid is om mijn aas te pakken. Ach, ik zit hier prima en kijk over het water. Het riet aan de overkant krijgt steeds meer geel- en bruintinten, de bomen zijn inmiddels roodbruin, geel en half kaal. Elk jaargetijde heeft zo zijn eigen eigenschappen, maar dit is ook wel het meest aantrekkelijke deel van het najaar. Rond een uur of tien komt Twan langs en we keuvelen wat over onze belevenissen van de afgelopen maanden. De meerval doet het in deze periode niet veel beter dan de karper is ‘t oordeel. Na 4 uur is het inpakken en wegwezen geblazen.

 

Donderdag 31 oktober ga ik een nachtje naar de waterscouting. Bjorn heeft me een plekje gewezen waar het beter zitten is dan op de “normale” plek. Het enige minpunt is dat ik daar met de boot naartoe moet, maar zolang de weersomstandigheden dat toelaten is daar weinig mis mee. Het voordeel is dat niemand daar bij kan komen van de kant af en dat je de boot bovendien prima weg kunt leggen uit de stroming. Ik hoop dat de theorie die we hanteren “dat de vis nog op de stromende rivier hangt” opgaat en dat ik hier instant wat actie kan krijgen. Als ik de stek in werkelijkheid zie, valt het toch wat tegen. Het is maar een bekrompen stek die Bjorn me heeft aangewezen. Ik ben nadat ik mijn hengels heb ingegooid eerst een half uur bezig met snoeiwerk aan bramen, brandnetels en ander onkruid en dan nog is het een uiterst klein stekje. Als ik klaar ben met opzetten en aan een biertje zit belt Rolf. Hij is zojuist weggestuurd op de stek waar ik mijn najaarssessie begon. Natuurgebied, teveel hengels en op de verkeerde plekken en nog wat andere redenen. Na wat overleg gaat hij op zoek naar een andere stek. Het is pas zes uur dus hij heeft tijd genoeg. Ik ga op tijd naar bed. Het is koud en guur en omdat ik geen kachel bij me heb, besluit ik in de zak te gaan liggen. Ik hoef waarschijnlijk niet te vermelden dat ik binnen “no time” onder zeil ben. November is net vijf minuten oud als ik een aanbeet krijg. Van meet af aan heb ik in de gaten dat het geen karper is maar een medium meerval. Gelukkig hoeft hij het net niet in en kan ik hem aan de kant onthaken. Ik schat het beest op 1 meter 20. Als ik opnieuw heb ingegooid voel ik dat ik vast zit en bij het binnen draaien constateer ik een botte haakpunt. Ik monteer een nieuwe onderlijn en duik mijn nest weer in. Ik slaap vervolgens tot half zes en ga er om zes uur uit. Koffie zetten en over water kijken. Heel veel activiteit valt er niet te bespeuren en zelfs de witvis laat het grotendeels afweten. De omstandigheden waren niet top, maar ik had mezelf toch een kansje gegeven op vis. Misschien zondagochtend nog maar een “tweede kans sessie” proberen.

Die tweede kans sessie komt er niet van, dus is het donderdag als ik weer naar het water rijd. Ik wil eigenlijk naar het werfje, maar die stek ziet eruit alsof er kort geleden nog iemand gezeten heeft. Ik rijd door naar Wessem en sta eerst een half uur in de file op de rondweg. Als ik bij het Wessems aankom, bevalt me dat ook niet en ik besluit dus weer om te keren richting de Zuid. De stek die ik daarna voor ogen heb, valt af omdat ik mijn rodpod heb thuisgelaten dus uiteindelijk wordt het de meelfabriek. Niet de stek waar ik in deze tijd van het jaar het meeste vertrouwen in heb, maar misschien zit ik er helemaal naast. Van het weer hoef ik het deze week ook weer niet te hebben, want het is maar 7 graden en grijs, de barometer zit op 1030 en de watertemperatuur is de afgelopen dagen minimaal twee graden verder afgekoeld. In de avond blijft het stil met het bootverkeer maar de volgende ochtend komt de eerste dieplader al om half zes langs. Gelukkig blijft alles heelhuids liggen. De tweede boot komt ook tegen zes uur langs en veroorzaakt evenmin schade. Ik maak in de ochtend nog een enkele foto van de herfstachtige sfeer en ga op tijd inpakken. Het heeft niet zo mogen zijn, maar eigenlijk wist ik dat al toen ik gisteren vertrok.

 

Twee dagen later ga ik samen met Bjorn op verkenningstocht. We gaan eropuit met mijn boot en zijn dieptemeter om enkele stekken op een groot grindgat in kaart te brengen. We spreken af om negen uur, maar zoals gewoonlijk ben ik er al wat eerder. De boot van de auto naar de stek brengen, het ding oppompen, de motor monteren en alles inladen kost me een minuut of twintig, dus als ik dat doe vóórdat hij er is, gaat er geen belangrijke tijd verloren. Ik ben net de motor aan het monteren als hij aan komt lopen. We steken van wal en zien dat in alle zones waar we zouden willen vissen geen vis te zien is op het scherm. Alle tekenen van leven zitten op dieptes tussen de 15 en 20 meter, de ingang naar het gat uitgezonderd. Er is dus geen enkele reden om hier te gaan voeren om te zien of we hier deze winter kunnen uitpakken. Ik rijd naar huis en zie dat mijn andere stek bezet is. Ik ken de bus (met ventilator op het dak) en ga dus ook maar op zoek naar een andere kanaalstek voor komende winter. Ik denk dat ik de stek van afgelopen week maar eens langdurig ga aanvoeren en er om de dag voer ga brengen. Op zich is dat geen vervelende plek om te zitten.

 

Ook deze week ga ik nog een nachtje doen op de stek van vorige week. Het weer is niet echt veranderd en de verwachtingen zijn, ondanks twee keer voorvoeren, niet erg hoog. Het zou moeten kunnen, houd ik mezelf voor, maar diep vanbinnen is er geen echte overtuiging. Rolf zit ook een nachtje en in de ochtend delen we elkaar mee dat ieder van ons geblankt heeft. Ik rijd nog even langs de haven voor een voerbeurtje zodat ik eventueel zondagochtend nog een uitvalsbasis heb, maar anders wordt het niet eerder dan volgende week voordat ik weer een nachtje ga. Gelukkig komt er een depressie aan met meer wind, regen en een veel lagere barometer.

 

Ik ga zaterdag overdag in plaats van de zondag. Ik vis op drie verschillende plekken en start in de haven waar ik gisteren wat voer heb verspreid. Ik krijg op mijn rechtse hengel, één heftige lijnzwemmer en daar blijft het bij. Ik stoor me hier wel aan de rijscholen die op deze plek hun statische motorrijlessen uitvoeren. Telkens motoren die vlak langs mijn auto optrekken en weer afremmen. Na twee uur houd ik het voor gezien en rijd naar kanaalstek 2, waar ik eveneens twee uurtjes blank als een Baas! Als ik daarna naar de derde kanaalstek onderweg ben, bedenk ik mezelf dat ik de Noorderlaan misschien ook wel een kansje zou kunnen geven, dus vis ik daar ook nog twee uur met eenzelfde resultaat. Mijn vismaat stuurt me een Whatsapp met de boodschap: ”Kutweer, kutvis, kutzooi. Maar wel lekker gevist toch?” Nou daar moet ik toch nog even over nadenken. Komende week weer een nieuwe kans.

 

Vrijdag 22 november herhaal ik mijn exercitie van de vorige keer. Ik vis een dagsessie op diverse stekken en begin bij de spoorbrug, waar ik in het verleden in de winter mijn vissen wist te vangen. De omstandigheden zijn afgelopen week hard onderuit gegaan. Er ligt her en der nog wat sneeuw, die wel al aan het smelten is. De temperatuur zit op nul graden als ik thuis wegrijd en de barometer laat nog nét 1000 Beaufort zien. De wind is met ZW-4 aardig aanwezig en de watertemperatuur is gekelderd naar 8 graden. Kortom, het zal nog een hele opgave worden om vandaag vis op de kant te krijgen. Ik heb mijn voerboot bij me en vanochtend mijn emmer particles opgepimpt met sambal en rocksalt. De bedoeling is om weinig voer te brengen, maar dat moet wel opvallen met deze omstandigheden. Qua kleur, geur en smaak kan ik de hokjes afvinken. Nu maar hopen dat de vis even aan wil staan, ook al wordt het niet warmer dan drie graden vandaag. Zonnige perioden en momenten met sneeuwbuien wisselen elkaar af. De enige constante factor is dat ik zowel bij de spoorbrug als in de haven en de vijver aan de Noorderlaan visloos blijf. Na zes uur houd ik het ook deze week voor gezien en rijd ik naar huis. Bjorn en ik hadden gisterenavond gewoon naar de stek moeten rijden die we voor ogen hadden, maar die we vanwege het weer hebben laten schieten. Nou ja, volgende week beter houd ik mezelf maar voor. Slechter kan in elk geval niet.

Een week later gaat de sessie wél door. We zijn beiden rond zes uur aan het water. Ik ben iets eerder en heb bijna al mijn spullen al bij het water liggen als Bjorn komt aanrijden. Tijd zat, en ondanks de watertemperatuur zien we tijdens het overvaren wel redelijk wat vissen op de dieptemeter. We hebben er best vertrouwen in dat er wat gaat gebeuren. Na het opzetten, ouwehoeren we wat buiten op onze emmertjes en zien aan de overzijde iemand aan komen rijden. De chauffeur stapt uit en loopt aan de overkant door de wei met een hoofdlampje en speurt de oever af. Zou het een BOA zijn, of toch een visser? Daarna gaat de man weer in de auto zitten. Bjorn moet nog wat uit zijn auto halen en vaart naar de overkant. Bij terugkomst blijkt het een Pool te zijn die Nederlands spreekt en drie nachten voor de boeg heeft. Bjorn geeft hem enkele tips en de man vertrekt. Als we een half uur in onze slaapzakken liggen krijg ik een run van mijn hengel op de stroomnaad. Een schub van 82 centimeter en 12 kilo rond is het haasje en mag even later terug het water in. Als ik in de vroege ochtend wakker word en wil zien hoe laat het is, kan ik mijn telefoon nergens vinden. Tijdens het plassen zie ik hem buiten op mijn emmer liggen. Daar heeft mijn vismaat hem gisteren neergelegd na het fotograferen van de vis. Als ik de foto’s van de vis bekijk zie ik dat de mist en het vocht die gisterenavond hun intrede deden ook grotendeels bepalend zijn voor de slechte kwaliteit van de foto’s. Gelukkig krijg ik om half tien nog een herkansing als ik aan dezelfde hengel, die ik rond zeven uur nog eens opnieuw heb ingegooid, nog een aanbeet krijg. Deze voelt trager en sterker en dat is niet verwonderlijk want de spiegel die eraan hangt is slechts een centimeter langer dan zijn voorganger, maar ook ruim 5 kilo zwaarder. Deze foto’s zijn gelukkig een stuk beter en het inpakken valt me na deze bonusvis ook minder zwaar dan anders. Als we wegrijden kijken we nog op twee andere plekken of we het water vanuit een andere hoek kunnen bevissen, maar ik denk dat het een stuk lastiger is dan waar we nu onze stek hebben. Bij de thuisreis zit er een blije chauffeur achter het stuur deze week. Ik haal bij de supermarkt brood, beleg en wat pakjes roomboter en rijd vervolgens thuis de oprit op. Volgende week maar weer samen terug naar deze stek. Hopelijk krijgt deze sessie een vergelijkbaar vervolg.

Als ik aankom staat er een bekende op de kant. Hij gaat een nachtje doen vanuit zijn bus. Ik vaar naar de overkant, laad de boot uit en vaar direct twee hengels uit. De ene richting de ponton, de andere richting het bultje. Door de stevige wind kan ik het talud niet goed gevonden krijgen en pas bij de derde poging heb ik het idee dat ik nagenoeg goed lig. Helemaal tevreden ben ik niet en ik neem me voor om de hengel opnieuw uit te varen als het stopt met waaien. Even later zit ik bij de kachel en ligt ook mijn derde hengel op de steunen. Die ligt natuurlijk op het plekje waar ik vorige week mijn twee vissen had. Eigenlijk wil ik op tijd gaan slapen, maar door de felle wind en de slagregen wil dat niet goed lukken. Ik lig al een poosje te draaien in mijn slaapzak als om half twaalf de rechtse hengel afloopt. Ik zet even later een klein schubje terug en kruip de zak weer in. Door alle adrenaline én de regen én de wind, lukt slapen ook nu voor geen meter. Het loopt tegen enen als ik eindelijk wegdoezel. Kwart over drie krijg ik een beet op de stroomnaad. De vis zwemt naar rechts en als ik dan mijn rechtse hengel hoor aflopen denk ik eerst dat ik mijn andere lijn heb opgepakt. Niets is minder waar. Ik heb gewoon een dubbele run midden in de nacht in december. Na enkele minuten zit de eerste in het net. Een schub van een kilootje of tien. Ik leg het net stevig weg en bekommer me om de andere hengel, die nog steeds af en toe wat lijn afgeeft. Als ik contact maak voel ik beduidend meer gewicht aan de andere kant en als ik de vis zie in het schijnsel van mijn koplamp, schat ik hem zeker een kilo of vijf zwaarder dan zijn voorganger. Ook die mag in hetzelfde schepnet en gelukkig gaat dat allemaal goed. Ik onthaak ze beiden in het net en zeul de inhoud de kant op. Mijn schattingen zijn “spot on” want de vissen wegen inderdaad twintig en dertig pond. Na enkele fotootjes op de mat, want het is inmiddels weer gaan regenen, vaar ik beide hengels opnieuw uit en kruip de tent weer in. Ook nu duurt het even voordat de slaap komt en ook nu word ik weer gewekt door een run om tien voor half zeven. De rechtse hengel is favoriet en ik dril de vis rustig af. Op dit moment is het weer droog en het patroon dat je beet krijgt als het droog is, zet zich dus voort. Plots valt de spanning weg en draai ik het lood en de boilie zo naar binnen. Een losser helaas. Die zal wel nipt gehaakt zijn geweest, want de haak is nog vlijmscherp en er zit ook geen braampje aan. Ik vis nog door tot ruim acht uur en ga daarna inpakken. Ik moet een beetje op tijd thuis zijn want ik moet om half twaalf in Budel zijn. Ook deze week rijd ik met een goed gevoel naar huis. Lekker als het zo loopt, alleen het weer mag wel wat beter.

Een week later, donderdag 12 december doen Bjorn en ik een nachtje samen. We zijn blij verrast met de watertemperatuur en verwachten wel een visje te zullen vangen. Nou dat lukt, en hoe! We zitten nauwelijks anderhalf uur als Bjorn een aanbeet krijgt op het bultje. Hij drilt de vis en tegen de tijd dat deze bij de kant is, hebben we door dat dit een hele grote is. Ik moet twee keer scheppen met het net voordat de vis er helemaal in zit en als we de oever oplopen bevestigt het kreunen en steunen van mijn vismaat het idee dat we een dikke vijftiger op de kant hebben getrokken. De unster laat een gewicht van maar liefst 28 kilo zien. Dolblij hangen we de vis even weg. We besluiten de hengel opnieuw uit te varen, een vangstbiertje te drinken en de schub daarna op de foto te zetten. 

Voordat we daaraan toe komen is het mijn beurt en ook ik vang een bovengemiddeld goede vis. Tien kilo lichter dan zijn voorganger, maar een hangbuikspiegel waar ik zo van houd. We besluiten die eerst op de foto te zetten, voordat we die van Bjorn gaan doen. Dat we euforisch zijn, is niet echt verrassend. De schub van Bjorn is echt enorm. Achtentwintig kilo is echt nijlpaardformaat. Ik vind dat ook wel een goede naam voor deze vis; “het Nijlpaard”. Daarna duurt het tot kwart over twaalf, maar dat is een dubbelrun. De eerste is voor mij, zegt Bjorn en dat levert me een lage twintiger schub op. De vis van Bjorn haalt op 2 ons na, nét de 20 kilo niet. Daarna vang ik nog een spiegel van 12,2 kilo, hij nog twee schubs van 17 en 16 kilo en ik een spiegel van 10,5. Het kan niet op want aan het einde van de nacht vang ik nog het kleinste visje dat nauwelijks de 60 centimeter haalt, maar het is goed geweest. Negen vissen in 1 nacht is goed en dan te bedenken dat we na de 17 kilo vis van Bjorn we ook niet meer hebben uitgevaren. De kou en de vermoeidheid zijn te groot. Pas rond zes uur in de ochtend wordt er opnieuw uitgevaren met de boot. Mijn hengels heb ik ingegooid. We drinken nog koffie, maar om negen uur ruimen we op. We zijn koud, bekaf en meer dan voldaan. Bjorn kan volgende week niet mee, dus dan is het aan mij om er het beste van te maken. We zeulen de zooi aan de andere kant de oever op en rijden, alweer voldaan, naar huis.   

 

Hoe anders verloopt de sessie dan een week later. Ik ben gespannen als ik naar het water rijd, mede door alle gebeurtenissen van afgelopen week maar ook omdat ik in mijn eentje ben. Bjorn heeft doorgevoerd en zag gisteren nog een berg vis liggen, dus het zal wel goed komen. Als ik om half acht mijn hengels erin heb liggen, verwacht ik in elk geval vóór een uur of tien wel vis. Die grens gaat voorbij zonder actie en ik schuif hem op naar het moment van slapen gaan. Ook die grens wordt visloos gepasseerd en ook in de ochtend is er nog niks gebeurd. Ik vaar mijn rechter en linker stok opnieuw uit en voer er mondjesmaat wat omheen. Niet te veel want ze zijn zeker niet los. Om negen uur ben ik het beu. Het is er de hele nacht niet geweest, het is er nú niet en het gaat er vermoedelijk vandaag ook niet meer van komen, dus inpakken en met de staart tussen de benen naar huis. Nog één nachtsessie te gaan dit jaar en dan zit het seizoen er weer op. Ik hoop maar op een goede afsluiter.

 

De nachtsessie lijkt er niet meer te gaan komen dit jaar. Op zondag de 22e begeeft mijn auto het als Marianne en ik samen onderweg zijn naar Weert om nog enkele kerstinkopen te doen. Een onverwachte domper op de dag en als ik na anderhalf uur met de monteur van de Wegenwacht de ellende in beeld probeer te brengen, is het allesbehalve zeker dat het een simpele oplossing gaat worden. Hij sleept me naar de garage en daar laat ik mijn Passat achter. Ik heb er geen goed gevoel over als ik naar huis ga.

 

Op 31 december maak ik de balans op van mijn visjaar. Het was zéker niet mijn beste seizoen. Tijdens mijn voor- en najaarssessie moest ik heel hard werken om uiteindelijk relatief weinig vissen op de kant te krijgen. Aan de voorbereiding en de hoeveelheden voer die ik bracht, lag het zeker niet. De vakantie waarvan de locatie aan een rivier er veelbelovend uitzag, bracht me ook niet het verwachte resultaat. Op de nieuwe stek in de buurt van de Grensmaas, wist ik alleen kleine vissen te vangen en de zekerheidjes die ik normaal op sommige stekken heb, bleven ook uit. Ook kwam er dit jaar niet één vis boven de twintig kilo op de mat. Was het een slecht jaar dan? Nee, dat kan ik eigenlijk ook niet zeggen, maar het jaar miste gewoon een paar echte hoogtepunten óf de consistentie van het vangen zoals vorig seizoen. Dat mijn auto die me jarenlang overal naar toe heeft gebracht ermee ophield, bracht het visjaar tot een abrupt en onverwacht einde. Op het moment dat ik dit in mijn logboek schrijf, is het ook nog steeds onzeker of hij nog gemaakt gaat worden of dat er een nieuwe gaat komen en dát is weer van invloed op mijn eerste sessie in 2025. Kortom, de titel “Een jaar om los te laten”, is wel degelijk van toepassing op dit visjaar. Het wordt tijd voor een nieuw seizoen en een schone lei om mijn nieuwe belevenissen op te tekenen.