Seizoen 2025

Als de ene deur sluit, gaat er een andere open.

 

Een nieuw seizoen is aangebroken en dat word tijd ook. Het vorige visjaar is me niet enorm voor de wind gegaan en dat roept de volgende vergelijking bij me op. Als het tijdens een sessie niet heel voorspoedig loopt, is het vaak een goed idee om te gaan verkassen. De start van een nieuw seizoen voelt voor mij eigenlijk hetzelfde, maar dan op grotere schaal. Het afsluiten van oude omstandigheden en starten met een “clean sheet”, zoals dat tegenwoordig in managementjargon genoemd wordt. Een schone lei vind ik persoonlijk beter klinken en dat past ook beter bij mijn leeftijd. Kortom, ik ben verkast van 2024 naar 2025 en popel om de eerste vis van dit jaar op de mat te leggen, maar het ziet er niet naar uit dat dit heel snel gaat gebeuren.

 

Op donderdag 2 januari krijg ik bericht van Gerard over de staat van mijn auto. Hij kan nog niet met zekerheid zeggen wat het euvel is, omdat zijn diagnose-apparatuur daar ontoereikend voor is. Er is een VW-specialist voor nodig met de juiste apparatuur en die is niet beschikbaar vóór woensdag de 8e. De mondelinge afstemming met deze expert doet vermoeden dat het de verstuivers kunnen zijn en dan wordt het een dure reparatie. Als ik hem de woensdag erna bel, blijkt het zelfs nog ernstiger te zijn en dat betekent dat ik afspreek om vrijdag mijn Passat leeg te komen halen en dat hij hem maar moet verkopen aan een opkoper. Natuurlijk heb ik in de afgelopen weken al rekening gehouden met een dergelijk scenario en gezocht naar een andere auto. Vrijdag na het leeghalen van de Volkswagen, rijd ik met Marianne naar een van de kanshebbers die bij een garage in de buurt staat. Een zwarte Mazda CX-5 van 3½ jaar oud wordt door ons bekeken en we vinden dat allebei een goede kandidaat. We lijken er wat prijs betreft ook wel uit te gaan komen. Alleen nog een proefrit en dan kan op mijn verzoek de gewenste trekhaak besteld en gemonteerd worden en zijn we eruit.

 

Twee dagen later vis ik een korte dagsessie in de haven van Weert. Eigenlijk had ik naar de spoorbrug gewild, maar daar zat al iemand. In de drie uur die ik er vis, is er geen teken van vissenleven te bekennen en het is ook maar fris buiten. Ik besluit er een einde aan te breien en te wachten tot na de beurs alvorens ik een echte poging ga doen om vis te vangen.

 

Op vrijdag 17 januari rijd ik samen met Bjorn naar Den Bosch voor de jaarlijkse beurs. Slechts twee dagen dit jaar, maar met wel een heel lange zaterdag om rekening mee te houden. Op vrijdag zorgen Rolf en ik ervoor dat de presentatieruimte, waar zo’n 300 zitplaatsen zijn, goed is ingericht en dat alle apparatuur werkt. Naast Mick en Linda zijn Christopher en Jennifer er ook. Little Linda zal morgen pas komen, nét als Serge. Na een gezellige Indian food maaltijd en nadat we de laatste dingen hebben afgerond, maken we ons een uur later klaar om naar het hotel te gaan. Daar aangekomen drinken Rolf en ik nog een paar biertjes in de bar en gaan om half twaalf slapen. Morgenochtend komt Serge en dan zijn we weer compleet. Het zal de laatste keer zijn dat Serge erbij is want vanwege zijn werk zit hij de komende 3 tot 7 jaar in het zuiden van België. Zaterdag is inderdaad een lange dag. We hebben maar liefst zés presentaties achter elkaar en die zijn zeker niet allemaal van het kaliber “de moeite waard”. Ergens tussen de bedrijven door spreek ik nog met Stuart Brookes die zijn boeken aan de man probeert te brengen vanaf de VBK-stand. In de avond bij de Griek vertelt Mick dat we volgend jaar een speciale reis gaan maken, ergens eind juni of in juli.

Hij neemt ons mee naar Gilham’s resort in Thailand. We zijn er stil van, maar verheugen ons ook ongelooflijk op deze trip. De zondag komt er nog een verrassing langs in de vorm van Patrick Hoevens. Met hem viste ik in Dronten en ook in ’93 tijdens mijn eerste jaar op het kanaal in Weert. Hij is er samen met zijn zoon. We halen even wat herinneringen op en wisselen telefoonnummers uit voordat Steve Briggs aan zijn lezing begint. Een van de lezingen die wél de moeite waard is. De rest van de zondag gaat snel voorbij omdat ik om twee uur al weg moet vanwege de verjaardag van Henri die 65 geworden is. Linda en Mike zetten mij af op het station in Den Bosch en dan zit het beursweekend er weer op. Bij Mika heb ik 10 stukken lood gekocht en voor de rest heb ik helemaal niets aangeschaft deze beurs. Dat is ongekend voor mijn doen. Nu een aantal dagen werken, donderdag op mijn verjaardag de nieuwe auto ophalen en daarna hebben we een weekend met verjaardagen en bezoeken. Misschien dat ik dan op zondagochtend een paar uurtjes kan gaan vissen.

Op mijn verjaardag haal ik mijn nieuwe auto op. De trekhaak is gemonteerd en alles is klaar. Een beetje onwennig met alle knopjes, toeters en bellen rijd ik naar huis. De zaterdag erna vieren Marianne en ik onze verjaardag maar op zondagochtend ga ik een paar uurtjes vissen met mijn nieuwe transportmiddel. Een dag eerder heb ik in de haven al gevoerd en daar rijd ik op zondag de 26e dus naar toe. Heel snel gebeurt het allemaal niet, maar om vijf voor half elf komt er toch geluid uit de piepdoos en even later kan ik de eerste vis van het nieuwe jaar scheppen. Het is meteen een goeie, want de schub is maar liefst 93 centimeter lang en weegt ook meer dan dertig pond. Altijd fijn als de eerste van een nieuw seizoen een goed exemplaar is. Direct daarna pak ik in en rijd ik naar huis. Drie uur gevist met een mooi resultaat voor een zondagochtend.

 

Op maandag 27 januari koop ik in Tilburg een 2e hands aanhangertje met een deksel. Het ding heeft nieuwe bandjes en een volledig gegalvaniseerd frame. Het deksel heeft wat kleine mankementjes, maar dat kan ik met een beetje epoxyhars en wat glasvezel wel oplossen. Verder ziet het ding er prima uit en zijn er geen mankementen aan de lampen, remmen en het steunwieltje. Ook koop ik via internet een disselslot dat zowel aan- als afgekoppeld gebruikt kan worden. Nu hoef ik geen natte visspullen meer in de auto te vervoeren en kan mijn nachtvisseizoen ook eindelijk gaan beginnen.

Donderdag de 30e, rijd ik naar de stek aan de Maas waar ik vorig jaar redelijk veel gevist heb. Ik heb alle benodigde visspullen achter in de aanhanger gegooid en alleen mijn stretcher en vistas liggen in de auto. Dat zal best nog wat effectiever kunnen, maar voor nu ben ik eigenlijk al heel tevreden. Als ik aankom staat er al iemand. Een bekende die net gaat ingooien en me afblokt als ik vanaf de overkant op mijn stekken wil vissen. Dat is dus geen goed plan. Ik maak even een praatje en rijd vervolgens naar de haven van Weert waar ik besluit de nacht door te brengen. Eerst pomp ik mijn boot op om alles scherp weg te kunnen leggen. Daarna fabriceer ik een emmertje gebroken boilies om die bij elke hengel een paar handjes te kunnen bijvoeren. Het water is immers koud en klein formaat is dan toch net wat beter. Voordat ik mijn onderkomen ga opzetten, vaar ik eerst alle drie de hengels uit. Met mijn dieptemeter kan ik prima zien waar het schoon is en waar nog veel wier staat. Kwart over acht ligt alles op de steuntjes en kan ik mijn verblijf opzetten. Omdat het niet waait hoef ik me over haringen niet heel druk te maken. Eens kijken of de vis van afgelopen zondag nog gezelschap krijgt in het logboek. Ergens baal ik wel van de bezette Maasstek maar dit is een goed alternatief. Scherper als dit kan ik hier niet vissen en volgens mij huist er ook altijd wel wat vis in deze haven. We zullen het zien komende nacht. Om me heen staan wat vrachtwagens die hier de nacht doorbrengen en dat maakt dat ik kan rekenen op wat sociale controle. Alleen even opletten als ik ga plassen dat ik een beetje uit de kijker kan blijven. Heel lang hoef ik niet te wachten op vis, want om kwart voor tien vang ik een schubje op mijn middelste hengel. Niet groot, maar mijn plannetje heeft dus gewerkt. Ik schiet enkele foto’s op de mat en vaar de hengel opnieuw uit. Lekker man. Karper op de kant is altijd prima ongeacht het formaat. De rest van de nacht gebeurt er niks meer en in de ochtend is alles wit bevroren. Dat zijn niet echt de omstandigheden om vertrouwen te hebben in nog wat runs, maar voor het inpakken vang ik toch nog een brasem op dezelfde hengel en een zeelt op de rechter stok. Ik probeer mijn spullen nog wat netter in te pakken in de aanhanger, maar ook de tweede poging is nog voor verbetering vatbaar. Onderweg naar huis stop ik bij mijn lokale “doe het zelf zaak” voor een paar kwasten, beschermende handschoenen en tape. Morgen rijd ik eerst in de ochtend naar Patrick Spruyt die potten voor me heeft meegenomen, daarna wil ik eigenlijk nog even langs Rob Jansen als die op de zaak is en daarna rijd ik naar Chiel om de deksel van de aanhanger nog wat verder op te knappen met epoxyhars en polyester. Als dat klaar is kan hij, als de weersomstandigheden wat beter zijn en de temperatuur wat warmer is, geschilderd gaan worden. Dat vind ik altijd leuke klusjes om te doen en er het weekend mee door te komen. Eens kijken of ik volgende week nog een keer hierheen rijd, of dat Bjorn met een wild idee op de proppen komt.

Op zondag 2 februari ga ik het nog eens proberen. Gisteren ben ik bij Chiel geweest en daar kwamen we erachter dat de epoxy die ik gekocht heb, heel langzaam droogt. Als ik zondagochtend de aanhanger inlaad zijn de behandelde plekken nog steeds niet opgedroogd. Met de nachtvorst zal het sowieso nog wel langer duren. Onderweg lees ik -3 af van de thermometer en als ik aan het water kom rond kwart voor 8 is het al licht. De zon zal vandaag gaan schijnen en ik hoop dat de vis daarmee wat gaat bewegen. De haven is immers vrij ondiep en dat zou best wat kunnen helpen. Als ik halverwege de middag inpak is er echter niks gebeurd op de aandacht van een paar meerkoeten na. Nou ja, ik heb lekker gevist in het zonnetje. Donderdag een vervolg.

 

Het is zes februari. Ik heb een drukke dag gehad bij het Kontakt der Kontinenten, waar ik een crisis-seminar van het DCC I&W heb bijgewoond, maar om half acht liggen mijn hengels weer in de haven. Ik heb daarna nog een half uurtje nodig om mijn tent op te zetten. Met schroeven en mijn schroefboormachine zet ik hem vast in de kieren van de bestrating. Daarna doe ik een winterbiertje in mijn tent bij de kachel. De wind komt uit het noordoosten en is matig, kracht vier. De barometer is met 1036 erg hoog. Het is maar goed dat ik gisteren gevoerd heb omdat me dat net iets meer vertrouwen geeft dan een instant nachtje. Om half twaalf krijg ik een aanbeet op mijn rechtse hengel. De dril loopt niet heel soepeltjes want er zit een tak in mijn lijn en als ik de vis in het net heb hoor ik wat rammelen aan mijn hengel. De voering is uit het topoog losgekomen en tikt aan mijn lijn tegen de blank. Ik onthaak eerst de vis en weeg hem op 16,4 kilo bij 93 centimeter. Ook de eerste vis van februari, een schub, is dus een dertiger. Het topoog is dusdanig versleten dat ik het met secondelijm niet gerepareerd krijg, dus verleg ik mijn linker hengel naar rechts met een verse portie voer en gaat de defecte stok in de aanhanger. Twee hengels is ook genoeg als ze maar scherp liggen. Hopelijk komt er nog wat bij deze sessie. Om half zes word ik wakker. Er is vannacht niks meer gebeurd. Mogelijk komt er wat actie als het dadelijk licht is. Het voelt dun en zuur buiten maar dat was het gisteren toen ik die aanbeet kreeg ook. Eerst ga ik de kachel maar eens opnieuw aanslingeren en de fluitketel op het vuur zetten, want ik wil koffie en wat temperatuur in mijn ouwe botten. In de ochtend bel ik met Kevin en ik probeer Bjorn terug te bellen die me gebeld heeft tijdens een sanitaire stop en die ik dus volledig gemist heb. Die zit in een meeting en hij appt dat hij me later terug zal bellen. Aan het einde van de ochtend is er inderdaad niks meer gebeurd en ga ik inpakken. De wind voelt nog iets kouder en harder dan eerder en ik ben blij als ik alles in mijn karretje heb zitten. Onderweg naar huis bedenk ik mezelf dat ik vorig jaar pas na ruim een half seizoen mijn eerste dertiger ving en nu heb ik er al 2 op een totaal van drie vissen. Het ene seizoen is duidelijk het ander niet. 

 

Op dinsdag 11 februari doe ik aan het einde van de middag nog wat werk aan mijn aanhanger. Ik zet de bevestigingspunten voor het touw er weer op en monteer de splitpen van het deksel. Na het eten heb ik nog twee vis gerelateerde karweitjes. Eerst ga ik voorvoeren met mijn voerboot op de stek van komende donderdag en daarna rijd ik door naar Heusden-Zolder om door Poelie het topoog te laten vervangen dat afgelopen week kapot is gegaan. Dan kan ik donderdag tenminste weer met 3 hengels vissen en dat is net wat fijner omdat ik dan de hele stek optimaal kan bevissen. Voor slechts vijf Euro wordt de klus geklaard en rijd ik om half tien thuis de oprit weer op. Tijdens de afgelopen weken heb ik in overleg met Marianne ook mijn pensioendatum vastgesteld. Dit is het laatste jaar dat ik werk en vissen op elkaar moet afstemmen want per 1 februari 2026 stop ik met werken. Dat betekent dat ik dit jaar nog een hoop vakantie op te nemen heb, want ik moet nogal wat dagen opmaken. Niet alleen is dat een mooi vooruitzicht, maar het geeft ook extra motivatie om mijn werk goed af te ronden en het positieve beeld dat ik in mijn werkomgeving heb opgebouwd, tot het laatst toe vast te houden.

 

Ook op woensdagavond doe ik nog een keer een voerbeurt op het kanaal. Niet dat ik daar heel veel zin in heb, maar de weersverwachting voor donderdagnacht is weer dusdanig slecht dat ik elk beetje voorbereiding moet benutten. De ochtend erna zet ik de scharnieren weer op de deksel van de aanhanger en plaats ik hem terug. Een nieuwe portie particles wordt gemengd met een verse hoeveelheid gebroken boiles en de batterijen van mijn voerboot gaan nog een keer aan de lader. Nu nog een nieuwe gasfles en een menuutje halen en dan ga ik in de middag op tijd naar het water. Om vier uur liggen de hengels erin. Een half uurtje later brandt de kachel in mijn tent en is het een stuk aangenamer dan buiten in de wind. Warmer dan twee graden gaat het vandaag niet worden en de wereld is grijs, zuur en fris. Van alle keren dat ik hier dit jaar geweest ben, lijken de kansen op vis deze sessie het kleinst. Nou ja, je weet maar nooit en er is weer enkele dagen gevoerd dus is er altijd een kansje. Eén vis kan de sessie al een succes maken en daar ga ik voor. Ondertussen zorg ik ervoor dat Mathijs zijn auto gerepareerd gaat worden, dus het aangename wordt met het noodzakelijke gecombineerd. Rond half tien stopt er een auto en dat blijkt Toine te zijn. We kletsen wat en na een tijdje komt het gesprek op het vissen voor Daiwa op de proppen. Hij blijkt Hans Spitters te kennen en daar heeft hij weinig goeds over te melden. Opvallend bij hoeveel mensen Hans een slechte indruk heeft achtergelaten. Als hij weg is kijk ik nog wat Netflix en ga daarna slapen. Om half drie word ik wakker gemaakt door een aanbeet op mijn rechtse hengel. Een klein schubje van een kilo of zes, en ik schat evenveel decimeters, krijgt twee fotootjes op de mat en mag direct weer zwemmen. Ik vaar een verse rig uit met mijn voerboot en kruip mijn tent in waar inmiddels de kachel weer brandt. Het vriest nu een graad of twee volgens de weerapp. In de ochtend blijf ik liggen tot het licht wordt. Half acht kom ik mijn slaapzak uit, steek de kachel weer aan en pak mijn koffiespullen. Het is net een vrieskist hier. Als ik ga inpakken is er ook niks meer bijgekomen om in het logboek te worden vastgelegd ondanks een waterig zonnetje. Nou ja, onder deze omstandigheden ben ik blij met toch weer een visje op de mat. Volgende week toch nog maar een keer terug denk ik.

Om kwart over vier liggen de hengels op de rodpod. Ik heb niet voorgevoegd deze week, maar de omstandigheden zijn stukken beter dan de vorige week. De barometer is 1021, de wind is zuid en de temperatuur zit de hele sessie in de dubbele cijfers, voorspelt de weerman. Ik heb mijn linker hengel die er de afgelopen weken steeds vruchteloos bij heeft gelegen, naar een nieuwe plek gevaren aan de eigen zijde van het wier. Eens kijken of dat een beetje extra actie gaat opleveren. Het zou mooi zijn als er deze week eens een dikke vanaf komt. Er zwemmen behoorlijk wat eenden en enkele meerkoeten in de buurt van mijn hengels, dus er lijkt aan het vogelfront wat meer activiteit te zijn dan de afgelopen sessies. Heel lang hoef ik ook niet te wachten deze avond want al voor half zeven loopt mijn middelste hengel af. Een spiegel, de gebroken rugvin, op 18,3. Dat is voor deze vis zeker geen topgewicht want hij is ook al ruim boven de twintig kilo gevangen maar het is mijn grootste tot nu toe hier op deze stek. Ik vaar opnieuw uit en ga weer in de wachtstand. Het blijkt uiteindelijk toch een andere vis te zijn dan de gebroken rugvin die ik enkele jaren eerder ving. De “Wipvin” mist een paar schubben op de staart en flank, die de andere wel had. Vroeg in de ochtend doe ik mijn ogen weer open. De verwachting dat ik nog wel een aanbeet zou krijgen is niet uitgekomen. Het is pas half vijf, dus het kan zeker nog gebeuren, maar ik had vannacht toch wel iets verwacht eigenlijk. Twee uurtjes later pruttelt de koffiepot en kijk ik vanuit mijn onderkomen over het water. Ook in de ochtend gebeurt er niks meer, maar ik kan toch weer met vis in het logboek naar huis dus ik klaag niet en ze worden ook steeds een stukje groter. Misschien zondagochtend nog een korte sessie.

Zondag vis ik inderdaad een korte sessie, maar het weer is ineens te mooi en de vis hangt waarschijnlijk op half water of net onder het oppervlak. De enige actie komt van een meerkoet en daar blijft het bij. De deksel van mijn aanhanger is inmiddels zo ver gerepareerd en droog dat ik kan gaan schuren en schilderen. Volgende week kan hij eigenlijk wel af zijn, Deo volente!

De aanhanger is af als ik op donderdag van de oprit af rijd. Hij is mooi opgeknapt en ik ben blij met het resultaat. Ik bouw in de haven mijn kamp op en vaar mijn stokken uit. De hele avond en nacht gebeurt er niks, behalve dat Toine komt buurten en dat er in de avond enkele keren een hoop opgeschoten jeugd met brommende auto’s, gorgelende is misschien een beter woord, plezier maken een stuk verderop. De laatste keer om half een staan ze wel erg dichtbij en ik lig niet echt gerust op mijn stretcher. Ik ben blij als ze een kwartier later vertrekken en ik eindelijk kan slapen. In de ochtend om half vijf word ik gewekt door een brasem op mijn linker hengel. Ik besluit niet alleen die hengel, maar ook de middelste opnieuw uit te varen. Daarna is het tijd voor koffie. Om acht uur belt Bjorn. Ik doe hem het relaas van de nacht en zeg dat ik nog maar moet zien dat er nog wat gebeurt. Het voelt maar fris buiten met de noordenwind. Het is net half negen geweest als ik een paar piepen krijg op mijn rechtse hengel. Ik doe de rits van mijn tent open om het wat beter te kunnen bekijken en zie de top langzaam doorbuigen. Ik maak contact met wat aanvoelt als een goede vis en dat blijkt ook zo. In het net ligt een vis die flirt met de 20 kilo grens. Als ik hem opmeet op 94 centimeter weet ik het zeker, dis is mijn eerste veertiger van het jaar. Een schub van 20,2 zegt de unster. Ik hang de vis heel even weg in de sling. Een stukje verder staat een vrachtwagen en de chauffeur is zo vriendelijk om wat foto’s te maken, wat hem goed afgaat. Ik app Bjorn en die belt even later terug. Zijn blijdschap is bijna net zo groot als de mijne. Tegen half tien begin ik met opruimen en rijd daarna via het tankstation naar huis. Volgende week nog één keer vissen hier en dan op vakantie naar Portugal. Ze worden steeds groter en het jaar is prima gestart deze winter. Morgen is het maart.

Op carnavalszondag vis ik een korte ochtendsessie op dezelfde plek. Het is koud met een noordenwind en de barometer zit met 1036 enorm hoog. Geen omstandigheden om er veel van te verwachten en dat blijkt ook. Het enige wat ik voorbij zie komen zijn aalscholvers, meerkoeten, eenden en een paar carnavalswagens die voorafgaand aan de optocht in Weert hun voorbereidingen gaan treffen. Vanmiddag gaan we bottelen bij Bram. Het bier dat we twee weken geleden gebrouwen hebben mag op fles en dan mee naar huis. Hopelijk komt er donderdagnacht nog wat vis op de mat, want op de zaterdag erna vertrekken we op vakantie voor ons veertig jarig huwelijk.

 

Donderdag 6 maart vis ik de eerste nacht in maart en dat is ook de eerste nachtelijke blank dit jaar. Op zich waren de omstandigheden niet eens zo slecht maar, ondanks de voerbeurt van een dag eerder, gebeurt er op de vangst van een brasem na, niks. Nou, die had ik ook niet nodig gehad en zeker niet om drie uur ’s nachts. In de ochtend zie ik een andere karpervisser een stuk verderop gaan zitten en uitvaren met zijn voerbootje. Het blijkt een kennis van Johan te zijn, maar ook hij blankt. Over twee weken de eerstvolgende sessie en de week dáárna met ons Carp Den Bosch team naar Frankrijk.

 

De dagen in Portugal kenmerken zich door minder goede weersomstandigheden. Als we op zaterdag aankomen op het vliegveld in Eindhoven is het zó warm dat we buiten in de zon, zonder jas koffie kunnen drinken. Het is een schril contrast met de elf graden en dikke bewolking als we aankomen in Faro. De dagen erna wisselen bewolking en regen elkaar af en af en toe is er ook wat zon te zien. Dinsdag de elfde, onze trouwdag, is de eerste dag met mooi weer. Toch concluderen we, als we een week later onderweg zijn naar het vliegveld, dat Portugal niet ons land is. Als we ’s middags om vier uur thuis komen, ga ik na een gezamenlijke kop thee op pad met mijn voerboot en emmer voer. Ik bekijk drie stekken en besluit uiteindelijk toch nog een keer de stekken van de afgelopen periode aan te voeren. Dat herhaal ik op woensdag nog een keer met als doel om er een dag later te gaan uitpakken.

 

Donderdagmiddag ben ik op tijd aanwezig en om half vijf start de sessie. Als Toine langskomt voor zijn wekelijkse praatje krijg ik een rare aanbeet op mijn middelste stok. Ik vind het niet aanvoelen als karper en verwacht eigenlijk een zeelt, maar het blijkt een mega brasem. Ik denk dat dit zelfs een nieuw brasem PB zou kunnen zijn, maar omdat ik ze nooit weeg en opmeet zal dat altijd een vraag zonder antwoord blijven. Ook Toine is onder de indruk van het beest, “maar een bijvangst telt niet” zeggen we samen. Daar zal het ook bij blijven deze week dus zal de komende karper naar alle waarschijnlijkheid wel een vis zijn met een Franse achtergrond. Komende dagen particles koken, batterijen laden en mijn spullen voor onze sessie op Petit-Prés eens bij elkaar zoeken.

 

En dan is het ineens vrijdag de 28e. De laatste dag voordat ik morgen naar Frankrijk rijd. Ik heb morgen met Rolf afgesproken op een rendez-vous punt langs de A-2 bij Eijsden vanwaar we samen verder rijden. Vandaag staat in het teken van de laatste dingen doen. Proviand inslaan bij de supermarkt, alle materiaal wat ik meeneem bij elkaar zetten en de checklist nalopen of ik niks vergeet. Dan ga ik nog onder de tondeuse staan en besteed ik de rest van de dag waarschijnlijk aan op en neer lopen tussen huis en garage om nog wat dingen te pakken die ik op het laatste moment bestempel als “onmisbaar” of “handig om mee te nemen”. Dan hoef ik morgen alleen nog maar in te laden, te tanken in Hamont en dan ga ik “en route”, naar Petit Prés.

Zaterdag om twee uur komen we aan. Rolf en ik hebben samen gereden maar vanaf ons rendez-vous punt bij Eijsden ben ik hem na vijf minuten al kwijt als hij de A-25 (de afslag dwars door Luik neemt) en ik de E25 neem (de rondweg) met mijn aanhanger. Dat we elkaar na anderhalf uur op een parkeerplaats in Wallonië tegenkomen, is een ongelooflijk toeval. Als we om twee uur bij het water aankomen staat Serge al te wachten. We nemen een biertje en lopen het water rond. Ik hoop dat Serge en ik op stek 2 kunnen plaatsnemen, maar Mick geeft aan dat hij daar wel wil zitten omdat Linda dan ook wat kan vissen. Serge en ik settelen dientengevolge voor stek 1. Het meer is niet spectaculair om te zien en ik vind vissen vanuit een caravan ook helemaal niet bij me passen. Trailerpark trash. Wat wél fijn is dat ik mijn freezers in de diepvries kan gooien en dat alle levensmiddelen in de koelkast kunnen. Nog een voordeel is dat we onze batterijen van alle apparatuur zo veel kunnen opladen als we willen en dat we een wc hebben. Een douche tijdens het vissen is voor mij teveel luxe. We tuigen de hengels op en gaan aan de slag. We bevissen de kanten, terwijl ik een voerstek ga opbouwen op zo’n zestig meter afstand in het midden van onze sector, met een emmer gebroken boilies, mais, hennep en tijgernoten. Die stek laten we de eerste dagen met rust en er zal ook geen lijn in de buurt komen. We gaan daarna naar de stek van Mick en Rolf, die niet in de caravan slaapt maar in zijn tent, voor een gezamenlijke barbecue. Om tien uur vallen mijn ogen zowat dicht, dus besluit ik te gaan slapen. Serge heeft niet veel overreding nodig om daar meteen bij aan te sluiten. De dag erna vaar ik drie hengels uit in de rechtse oever maar er zal de eerste drie dagen geen vis vanaf komen bij ons. Rolf vangt de tweede nacht wel een enkele schub van vijftien kilo, maar daar blijft het bij. Mick, die op de meest belovende stek zit, vist in mijn opinie minstens twintig meter te kort en draait bovendien elke avond om tien uur zijn hengels binnen om te gaan slapen. Het ziet er ook niet naar uit dat Linda gaat vissen. Die twintig meter is de afstand tot waar we met de drone tenminste dertig vissen bij elkaar zien liggen op de ondiepte, waarachter ook nog een heel stuk water als safe-zone tussen de bomen ligt. Hij is echter bang ze te verstoren en vist daarom korter. Als vriend kan ik dat volledig begrijpen, maar als visser bijt ik op mijn tanden want die stek moet dagelijks een aantal vissen kunnen opleveren. Serge en ik kunnen het prima vinden met elkaar en eigenlijk is het jammer dat onze eerste gezamenlijke sessie, zijn laatste nachtsessie is. Vanwege zijn werk waarvoor hij de hele week van huis is, geeft hij het nachtvissen op. Het voordeel voor mij is dat ik voor een spotprijs zijn Tempest kan overnemen. Zondagochtend na de sessie ga ik die bij hem ophalen Op dinsdag waait het enorm en ik hoop dat die weeromslag de vis meer laat verspreiden over het meer, want een dag eerder vlieg ik met de drone over onze sector waarbij ik overal de bodem kan zien. Noch in de kantzones, noch op onze voerstek is er ook maar een enkele karper te bekennen. Bjorn zei ooit over elektronische hulpmiddelen, dat ze ook tegen je kunnen werken. “Je kunt ook teveel weten”, was zijn uitspraak, en  dat is correct.

Komende nacht ga ik een hengel leggen in de hoek aan mijn kant waar al anderhalve dag geen hengel meer in de buurt heeft gelegen en waar de wind ook al de hele dag op heeft staan beuken. Na het eten gaat er een hengel in daar. Mick vangt die avond zijn eerste vis. Een schub van een kilo of elf, maar de glimlach op zijn gezicht is er een van een kind in de snoepwinkel. Ook de woensdag en donderdag gaan voorbij zonder actie totdat op donderdag om half twaalf ’s nachts ineens mijn blauwe hengel op de rodpod afloopt. Het is de hengel die helemaal rechts in de kant ligt, onderaan het talud. De vis is sterk en zwemt traag. Het zal dus mogelijk wel een goede vis zijn. Even later zie ik een lange vis die de takken aan mijn eigen kant aantrekkelijker vindt, dan ik erop zit te wachten dat hij dat gaat laten zien. De lijn springt achter een uitstekende boomtak vandaan en dan is het een kwestie van rustig uitdrillen en het net eronder steken. De vis heeft breedte en lengte, 95 centimeter, maar hij mist een buik en schouders. Toch doet hij nog zestien kilo aan de unster. Geen wereldvis, maar wel een echte blanksaver in de laatste minuten van de officiële speeltijd. De vis mag op de foto en wordt teruggezet. Ik geef mijn sounderbox aan Serge want de volgende vis is voor hem. Die zal deze nacht echter niet komen. Bij wie er wél vis bij komt deze nacht is Rolf. En wát voor een. Een spiegel van 26,2 kilo rolt rond zes uur in zijn net. Hij hangt hem weg in de sling. Over een uur is het licht genoeg voor foto’s. In de tussentijd pakken Serge en ik in en rijden daarna naar de stek van Rolf en Mick. De vis wordt op de foto gezet en Rolf krijgt een “emmertje” voor zijn nieuwe PB, zoals het hoort. We kletsen nog wat en dan is het tijd om te vertrekken. Ik zeg goedendag en stap in de auto. Ook Mick en Linda vertrekken nu om de drukte bij Antwerpen voor te blijven. Als ik terugkijk op de sessie, merk ik opnieuw dat betaalwater eigenlijk mijn ding niet is. Niet om het commerciële hoor, dat niet. Maar de vangsten vallen in de meeste gevallen tegen en de sociale component blijft ook veelal achterwege omdat je je hengels niet in de steek mag laten. De reis verloopt voorspoedig en om twee uur rijd ik thuis de oprit op.

Gelukkig vangt Serge in zijn laatste nacht ook nog vis. Een spiegel van vijftien kilo is zijn laatste slachtoffer, dus ook hij gaat met vis in blessuretijd naar huis. Het is zijn laatste nachtsessie en afscheid van veel items uit zijn visserij, waaronder zijn lidmaatschap in een Duits syndicaat. Het zou geweldig zijn als hij die vergunning aan mij kan overdragen, hoewel de kans dáárop erg klein is. Met mijn naderend pensioen aan de horizon zou het echter een perfecte locatie zijn voor wekelijkse sessies van enkele dagen.  Volgende week heb ik twee nachten de tijd, maar dan in de eigen regio op bekende wateren. Slechter dan de afgelopen week kan het haast niet gaan.

Na mijn Franse sessie van afgelopen week, begin ik al op de zaterdag erna met het aanvoeren van een stek op het kanaal. Liefst was ik naar de Maas gegaan maar de niet-consistente regelgeving maakt dat weggestuurd worden tijdens het nachtvissen eerder regel dan uitzondering is. In de visplanner-app staat waar je mag nachtvissen, maar de regels van het Limburgs landschap verbieden dat op oevers waar je na zonsondergang niet meer mag komen en dat zijn ze bijna allemaal. Vanuit een boot tegen de kant aan liggen mag wél, maar als je op dezelfde stek óp de kant zit mag dat dus niet. Ik kan me niet voorstellen dat ik op de oever meer de natuur verstoor als zittend in een bootje dat nauwelijks een meter verderop ligt. Daarbij komt dat de APV van Roermond verordonneert dat een tent en een bedchair verboden zijn, dus áls je daar al mag nachtvissen, mag dat alleen zittend op een stoeltje, zonder nachtverblijf. Weer of geen weer. Ik heb dan ook direct mijn derde hengelvergunning en mijn nachtvispas opgezegd bij Sportvisserij Nederland. Ga eerst maar eens iets aan deze flauwekul doen, zodat dat het ook iets waard is dat ik die documenten aanschaf en betaal voor dingen die jullie niet waar kunnen maken. Als ik geen Vispas nodig had, maar ergens anders een vergunning kon krijgen, zou ik die ook hebben opgezegd bij Sportvisserij Nederland. Wél het geld incasseren en vervolgens gebakken lucht verkopen, gaat er bij mij niet in. Is dat kritisch? Jazeker, maar daar heb ik volgens mij ook alle recht op. Die sneer gaat overigens net zo hard naar de Federatie Limburg, want die zouden hier lokaal partij in moeten zijn als vertegenwoordigers van alle sportvissers naar de Gemeente en andere overheidsinstanties. Helaas lijkt ook daar het pluche van de zetel, belangrijker dan wat te doen voor de betalende leden. Na dit allemaal te hebben opgeschreven, zet ik dezelfde tekst ook op Facebook. Eens kijken of dit de salonsocialisten van de federatie en andere vertegenwoordigers wat wakker schudt.

Donderdag de 10e, liggen mijn hengels er vanaf vier uur in. Ondanks het voorvoeren gebeurt er niet heel snel iets van actie. Wat er wél gebeurt is, als ik binnen wil draaien omdat er een dieplader aan komt varen, dat ik lijnbreuk krijg ter hoogte van ‘t toplood. Dat gebeurt me later in de sessie nog een keer en dat komt omdat er kennelijk net achter de damwandplaten ook nog steenstort ligt waar de lijn overheen loopt. Als het toplood dan vast blijft zitten tussen de keien, schuurt de lijn natuurlijk al snel door. Voor de komende keren maar een flying backlead bevestigen óf het toplood in de vaargeul laten afzinken in plaats van onder de eigen oever. Midden in de eerste nacht krijg ik een run op mijn vaargeulhengel. De vis vecht voor wat hij waard is maar door de niet aflatende druk van mijn hengel moet hij even later toch capituleren. Met 28 pond de moeite waard voor een fotootje als het over enkele uren licht is. De dag erna is het mooi weer en ik blijf zoveel als ik kan in de schaduw. Om half drie stopt de politieagent die ik enkele weken ontmoette op mijn winterstek bij mijn onderkomen. Ik groet hem en vraag of hij deze keer wél mijn vergunning wil zien. “Ja doe maar”, is zijn antwoord. Dan kunnen we dat de rest van het jaar ook achterwege laten. Natuurlijk is alles oké, zoals hij ook al verwachtte en een kwartiertje later vervolgt hij zijn weg. Ook deze dag gebeurt er tijdens daglicht niks, maar ook nu loopt er in de nacht een stok af. Mijn linkse kanthengel levert me nog een kale spiegel op, deze keer eentje van net onder de tien kilo. Een heel stuk vroeger dan gisteren, dus ik hoop dat er nog een vervolg op komt. Als ik na de ochtendkoffie geen actie meer heb gehad, pak ik mijn boeltje bij elkaar en ga naar huis. Het voeren houd ik nog even aan op deze stek. Er zwemt nog een target, met een zwart vlekje, rond hier en die wil ik graag vangen.

 

Ook de sessie daarna, een weekje later, is het geen vetpot. Ik heb afgelopen week doorgevoerd en het iets zwaarder aangezet. Nog steeds met een mix van hennep, mais, tijgernoten en geweekte boilies. Het is duidelijk dat ze niet op het voer liggen en ook deze week komt de vis pas in de laatste uurtjes van de sessie. Een rijen die met ruim twaalf kilo niet echt groot is, maar dat maakt hij ruimschoots goed met zijn verschijning. Dave Lane had gelijk met zijn quote: “In this case it’s more about the scales on the fish, than about the fish on the scales.” Ik vis door tot half elf en pak daarna in. Ik ga terugkomen hier, want ik wil toch heel graag mijn targetvis vangen. Volgende week is een nieuwe ronde met weer nieuwe kansen. De opstelling van mijn hengels ga ik aanpassen met twee stokken naar links en eentje naar rechts aan de eigen kant van de vaargeul en in het midden. Elke week een stukje scherper en slimmer vissen en daardoor een stap dichter bij mijn doelstelling komen, dat is de bedoeling. Nu eerst het Paasweekend zien door te komen. Misschien doe ik nog een ochtendje op maandag.

 

Paasmaandag vis ik een ochtend in de haven. Volgens Toine zwom daar vorige week redelijk wat vis en dat is ook zo. Vanaf de eerste minuut dat mijn hengels erin liggen piept het dat het een lieve lust is. Helaas zijn het allemaal brasems die zich verzamelen voor de paai, want gedurende 5 uur lang kan ik geen karper gevangen krijgen. Ik denk dat die er ook wel zitten, maar dat ze zich momenteel tegoed doen aan het verse kuit dat aan het buffet wordt opgediend. Het zal dus in een volgende sessie moeten gaan gebeuren, want voor mij is het Paasbuffet niet gedekt.

 

Vrijdag 25 april ga ik nog een nachtje naar de stek van de afgelopen weken. Er is nog enkele keren gevoerd, dus ik hoop dat ze er nu onderhand eens opzitten. Ik ga niet graag op vrijdag, maar omdat de voorzitter van het bestuur waar Marianne deel van uitmaakt een lintje krijgt. Kan ik de donderdag niet gaan. Ook niet heel erg want die dag is er veel neerslag en dat zal op vrijdag niet zo zijn. Om half vier liggen de hengels erin en een paar uur later zie ik zowaar een grote vis draaien, nét achter mijn aas. Ik verwacht dat een van beide hengels op links elk moment kan aflopen, maar enkele uren later is er nog niks gebeurd. Rond acht uur komen er twee boten langs, van elke kant een, en als die gepasseerd zijn vaar ik met de voerboot alle drie de hengels opnieuw uit. Niet dat het enig nut heeft gehad want in de ochtend kan ik alles droog inpakken. Ik ga hier stoppen voorlopig. Mijn targetvis is vorige week gevangen door een Belg die op de stek van Rob zat en de aantallen vis die ik tot nu toe op de mat heb weten te leggen hier zijn alle voorbereiding niet waard. Waar ik nu naartoe moet weet ik echt niet. Misschien toch maar door mijn angst op controles heen en naar de Maas, of wellicht een andere kanaalstek aanvoeren? Ik zal er eens over denken.

Het wordt een andere kanaalstek. Op dinsdag ga ik na het eten met mijn boot naar het water om te verkennen waar de wiergordel ophoudt en meteen eens te kijken of ik vis zie. Beide vragen worden beantwoord. Ik leg drie markers weg in uiteenlopende richtingen waar het wier ophoudt en voer vanuit de boot een mix aan tijgers, maïs en boilies aan de achterzijde ervan. Daarna vaar ik terug naar de oever om te zien waar de markers liggen ten opzichte van de horizon. Ik maak voor de zekerheid 3 foto’s en haal daarna mijn markers weer op. Donderdag ga ik eens zien of mijn plan werkt of dat er teveel kapers op de kust zijn in de directe omgeving. Het weer blijft komende dagen warm en zonnig en dat is voor deze stek een opmaat naar meer vis in de sector.

Vis zit er genoeg. Donderdag ben ik om half vier aan het water. De rodpod wordt klaargezet en eerst gaan de hengels erin voordat ik mijn boot ga oppompen en mijn tent opbouw. Als ik de eerste hengel wil beazen, kom ik erachter dat mijn emmer met aas nog thuis staat. Balend pak ik de spullen weer in en rijd naar huis. Marianne schrikt als ze me al weer terugziet. Ik pak mijn emmer en een pet voor de zon en rijd weer weg. Half vijf liggen de hengels erin en kan ik eindelijk vissen. De ene na de andere lijnzwemmer geeft piepen op de elektronica, maar er bijt niks. In de avond als het net donker is pak ik een grote brasem maar daar blijft het bij deze nacht. Slaap krijg ik echter niet veel want de lijnzwemmers gaan continu door. Soms zelfs even door de slip en dan sta ik telkens net naast mijn bed als de waker weer zakt. Als ik deze nacht anderhalf uur geslapen heb, houd het wel op. Om vijf uur in de ochtend krijg ik een aanbeet van vermoedelijk een meerval. Ik zeg “vermoedelijk” omdat het beest meters lijn van de molen af blijft sleuren met een lijnbreuk als gevolg. Een uur later krijg ik weer een beet, deze keer is het wel karper maar ook deze zal ik niet vangen want als ik er met de boot boven kom, schiet de haak los. Puntje weer krom en de haak is ook licht uitgebogen. Wat een kutzooi! Gelukkig krijg ik even na de klok van negen uur nog een herkansing die me een warrelschubje oplevert van een kilo of 7 á 8. Gelukkig weer geen blank deze keer. Op de terugweg krijg ik goed nieuws van Bjorn. Er is een vergunning die nachtvissen met drie hengels toestaat zowel op de Maas als op enkele grindgaten die ermee in verbinding staan en die ga ik zéker halen. Wel iets verder rijden dan een aantal andere Maasstekken, maar lekker zitten zonder dat ik om me heen moet spieden of er controle aan komt, is me wel wat waard. Volgende week maar direct eens kijken of ik daar gebruik van kan maken. Het leven ziet er ineens een stuk zonniger uit en de teleurstelling van afgelopen tijd over alle verscherpte controles, ingewikkelde én onzinnige regels alsmede falende besturen, is ineens van de baan.

 

Zondag vier mei ga ik nog een keer terug naar mijn kanaalstek. De omstandigheden zijn veranderd met een koude wind uit het noordoosten, maar de lijnzwemmers gaan onverminderd door. Na vijf uur naar stijgende en dalende wakers kijken is het mooi geweest. Inpakken en als de wiedeweerga wegwezen. Donderdag naar een nieuwe stek in de schoot van moedertje Maas. De weersverwachtingen blijven vrij constant met dagtemperaturen van 17 tot 20 graden. Helaas blijft de wind onveranderd uit de verkeerde hoek waaien. Noordoost is niet mijn favoriet.

Op donderdag rijd ik naar de boekhandel om de vergunning te halen voor het stuk wat ik beschreven heb in een van de vorige alinea’s. Daarna vertrek ik naar de supermarkt om wat te eten te halen en dan door naar het water waar ik mijn drone in de lucht gooi. Helaas zie ik maar één vis in een bekrompen deel van de plas, maar voor de rest geen teken. Ook komt er een andere visser voeren en omdat we hem niet in de weg willen zitten, trekken mijn maat en ik een ander plan. We besluiten uiteindelijk toch maar naar het naaktstrand te varen waar Bjorn dinsdag ruim verspreid gevoerd heeft. Dat we die mogelijkheid in eerdere instantie hebben afgewezen, ligt eraan dat de helft van het aas er een dag later nog ligt en het water glashelder is. Ook daar dus niet de juiste omstandigheden. Wel lekker om weer in de natuur te zitten in plaats van de stedelijke omgeving van het kanaal. Er zal echter geen vis op de kant komen deze nacht en we pakken al vroeg in. Ik besluit nog een kans te wagen aan de spoorbrug maar ook daar kan ik geen karper vangen. Het zit dus nog steeds niet mee dit jaar en het wordt tijd voor sessies met meerdere vangsten.

De sessie daarna op 15 mei is er eentje met meerdere vangsten. Van de vier vissen is er overigens maar een karper bij. De andere drie zijn hybrides. Als ik na de vangst van mijn derde hybride de hengel opnieuw uitvaar, stopt de motor ermee op de weg terug naar de kant. Eerst ben ik bang dat mijn motor de geest heeft gegeven, maar gelukkig blijkt alleen de accu leeg te zijn. Ook gelukkig is het feit dat ik nog een tweede accu bij me heb. Als ik dan om kwart voor tien ook een karper kan toevoegen aan de vangstenlijst, kan ik dus gewoon uitvaren zonder verdere problemen. Voor de rest gebeurt er de hele nacht niks meer en ik pak om tien uur in. Heerlijk om weer een nacht op de Maasplassen te hebben doorgebracht. Daar kan het kanaal niet tegenop, zeker niet in de warme maanden. De terugtocht gaat gelukkig goed en om twaalf uur rijd ik thuis de oprit op. Vanavond uit eten, morgen een spelletjesmiddag en avond en zondag is het feest van de AK. Dan is het weekend daarna ook weer voorbij.

 

Een week later ligt er op de stek van vorige week geen enkele vis. Bjorn heeft een nieuwe drone gekocht en vliegt elke dag wat stekken af. Op een andere plas heeft hij ze wél gevonden, maar daar mag je niet varen en ook niet vissen. We besluiten om er toch te gaan kijken en we worden niet teleurgesteld met wat er ligt. Grote karpers en grote grassers vluchten voor de boot uit met dikke boeggolven als we komen aanvaren op de stek. Redelijk wat vis zit in de 40 ponds categorie, maar er liggen er ook tussen die daar nog bovenuit gaan en de grens van de 25 kilo passeren. Dat we gedreven en enthousiast zijn is logisch. We starten allebei met een pop-up bovenop het wier, maar dat levert niks op. We hadden eerst nog het plan om de nacht elders te vissen, maar met zoveel grote vis in de buurt is het logisch dat we blijven zitten. We blijven immers wel echte vissers en dit soort kansen zijn dun gezaaid. We varen elk een tweede stok uit en drinken een biertje. Het kan niet anders dan dat er zo meteen een van de hengels afloopt, denken we, maar niets is minder waar. De hele nacht blijven we visloos en om acht uur pakken we in. Het heeft geen nut om te blijven zitten hier en op een bekeuring zit ik ook niet te wachten. Ik rijd nog even naar de spoorbrug, maar ook daar gebeurt niks. Gelukkig schuift de wind door naar een betere richting en kunnen we volgende week waarschijnlijk ongestoord ons ding doen waar het mag.

Woensdag 28 mei laad ik mijn auto en aanhanger uit bij de loswal. Ik ben iets later dan gehoopt omdat ik eerst nog langs de supermarkt moest voor mijn avondeten en water en vervolgens op de snelweg in enkele files terechtkom. Er staat een beste puist wind en als ik met mijn rug naar de aanhanger sta duwt de wind mijn deksel volledig open en schiet een van de scharnieren los. Ze waren beter allebei losgeschoten want nu zit er weer een scheur in het polyester, nét langs het scharnierpunt. Gelukkig valt de schade mee. Het hoeft niet heel snel gerepareerd te worden en de les die ik eruit leer is dat ik met zo’n lichte deksel altijd rekening moet houden met de wind. Als we even later van wal steken merken we pas echt hoe hard de wind waait. We hebben hem vol tegen en de golven zijn niet misselijk. Met de motor in de hoogste stand kan ik maar net tegen de wind en het water in komen en ik ben blij als ik even later in de luwte kan varen. Op de hoek staat een bivvy en er ligt een Portaboat voor de deur. Volgens Bjorn is dat Marcus, een Duitser, die hier wel vaker vist. Twee minuten later staan we op onze eigen stek. We gooien onze hengels ieder aan één zijde van ons kampement. Bjorn kiest voor rechts en ik voor links. Omdat er nogal wat wier staat aan mijn kant, maak ik wat proefworpjes. Ik vind al snel een schone plek waar mijn aas goed presenteerbaar is en bij de laatste check schiet er ook een dikke vis weg. Ik clip de lijn op de juiste afstand, loop mijn hengel uit om de afstand te markeren en gooi vervolgens in. Wat boilies eromheen zullen de vis moeten lokken. Ook de tweede hengel gaat erin op dezelfde manier en dan ga ik eerst eten. Na het eten ga ik ook mijn derde hengel erin gooien met een chod die ik bovenop het bodemwier kan presenteren. Bij de eerste worp pik ik een lijn op die vermoedelijk van de Duitser is, maar door wat struiken tussen hem en mij in, kunnen we elkaar niet zien. Ik maak mijn lijn los van de zijne en trek een paar keer goed hard aan de lijn. Als ik iets terug voel trekken, laat ik los en loop een stukje terug in de richting van mijn plek. Een struikje dichterbij vind ik ook een plekje voor mijn chod en ga vervolgens met Bjorn aan een biertje. Even later komt Marcus aangelopen. Hij begroet Bjorn en mij en trekt eens aan een dikke joint. Hij ziet er aardig suf uit. Op de vraag van Bjorn hoe lang hij hier al zit is het antwoord zo’n vierentwintig uur. “Of hij ook al wat gevangen heeft”, vraagt mijn vismaat. Het antwoord is geweldig. Nee, maar hij heeft een minuut of tien geleden wel een vis gelost aan zijn chodhengel. Bjorn en ik proberen elkaar niet aan te kijken om niet in de lach te schieten. Als hij weg is proesten we het uit. Hilarisch. In zijn benevelde staat, denkt hij een vis gelost te hebben, maar niets is minder waar. Helaas verlopen de nacht en ochtend voor ons exact hetzelfde. Bjorn ziet met zijn drone helemaal achterin en links van zijn linker hengel wel wat vis, maar ze doen helemaal niks. Geen aanbeet, geen vis, alleen een regenbui tijdens het inpakken. Thuis maak ik er maar gebruik van dat ik mijn tent opnieuw moet opzetten om te drogen, door hem eerst nog wat natter te maken en daarna te impregneren met een waterafstotende vloeistof. Ook mijn grondzeil krijgt een beurt met de tuinslang en dan ga ik eten. Morgen naar Chiel.

Het weekend daarna is het Pinksteren en als ik naar het weer kijk kan ik niet wachten op mijn pensioen. Maandag tot en met woensdag is het weer prima, met een windje uit het zuidwesten en goede temperaturen. Zon en wolken wisselen elkaar af. Vanaf de donderdag, de dag dat ik kan gaan vissen, blijft het tot en met Pinkstermaandag vies en regenachtig. Als ik straks mijn werkend leven heb verruild voor de Geraniums, ben ik gelukkig niet meer afhankelijk van het weekend maar kan ik gaan wanneer het mij uitkomt. Nu zit ik in dubio, of ik de weersomstandigheden ga trotseren aan de Maas of dat ik lekker eenvoudig met de auto achter de kont aan het kanaal ga zitten. Ik neig vistechnisch naar het eerste, maar ga vermoedelijk toch naar de klotsbak in Weert.

 

Om vijf uur heb ik  mijn hengels erin liggen. Ik ben op de bonnefooi neergestreken tussen de VW-stek en de oude stek van Serge. Een sector waar in het verleden ook vaak vis huisde. Als mijn kamp staat, trek ik een biertje open en begint het wachten. Er komt maar één enkele boot langs en daardoor moet ik de drie hengels na anderhalf uur opnieuw ingooien. Niet erg want dan ligt alles weer op scherp. Er is ook minder bodemvuil hier op deze stek. Ik voer vrij grof maar ik verwacht gewoon wel wat vissen op deze stek. Toine komt langs voor een praatje en Bram van Velzen belt me op als hij langs komt rijden. Die gaat een avondje zaalvoetballen. Hij herkende mijn auto en meende ook de bijbehorende visser te kennen. Om kwart voor elf vang ik een meerval op mijn rechtse kantstok. Als ik een uurtje later ga slapen is er niets meer gebeurd behalve dat het weer is gaan regenen en daar zal ik nog meer van gaan krijgen vannacht. Om vijf over drie is het mijn linkse overkanthengel die een aanbeet verraadt. De vis is naar rechts gezwommen en pakt in de laatste fase van de dril mijn rechtse kantstok mee. Ik kan de vis scheppen. Een schub die qua bouw de vijftien kilo mogelijk wel kan halen, maar de lijnen zitten zo door elkaar dat ik de vis weghang in een sling en eerst mijn lijnen ga ontwarren. Na vijf minuten prutsen ga ik mijn bril halen omdat het niet lukt en daarna ook nog een schaar omdat ik zelfs met bril de zaak niet uit elkaar krijg. Nu is het leed snel geschiedt en dat is maar net op tijd want mijn rechtse hengel aan de overkant loopt ook af. Dit is een spiegel van vergelijkbaar formaat die even in de andere sling mag. Nu liggen er dus drie hengels op de kant die allemaal opnieuw moeten worden weggelegd. Uiteindelijk liggen de hengels een uur later weer op de steunen en kan ik mijn logboek bijwerken. Het begint in het oosten al wat licht te worden. Nog even wat bijvoeren en dan is het voorlopig weer even prima. De vissen ga ik bij daglicht wel wegen en meten. Er is voldoende zuurstof in het water, want de wind is met kracht vier best krachtig en blaast vol over het kanaal.

Tegen half zeven is het licht genoeg en zet ik beide vissen op de foto. Ik ben overigens verbaasd dat de schub een kilo lichter is dan de spiegel, die nipt de dertig pond haalt. Qua bouw had ik het andersom verwacht, maar de spiegel is wel een pak breder dan zijn beschubde soortgenoot. Een herkenbare vis met een pigmentloze plek op zijn onderste staartlob. Daar blijft het bij, maar ik ben dik tevreden. Volgende week nog maar eens terug.    

Op eerste Pinksterdag, doe ik onverwacht een extra nachtje. Omdat ik na de laatste sessie het restant van mijn boilies, zo’n anderhalve kilo, in het water verspreid heb is het logisch dat ik daar heen ga. Om zes uur liggen de hengels op hun plekjes. Beide kantstokken licht afwijkend. Links vis ik met een chod. Rechts heb ik gezorgd voor zo weinig mogelijk lijn in het water door het gebruik van een WK-clipje. Het is de laatste van de twee die drie kwartier later al een vis oplevert. Een mid-twintiger schub wordt even met de zelfontspanner vastgelegd en mag daarna weer terug het kanaal in. Dan ga ik mijn warme prak maar klaarmaken, hoewel ik niet echt honger heb. Als dat ritueel achter de rug is, trek ik nog een biertje open en ga over het water zitten kijken. Er is weer niet veel beweging en als het gaat schemeren trek ik me terug in mijn bivvy en kijk een filmpje op Netflix. Ik slaap vast en word om half zeven wakker. Omdat de lijn bij een hengel nogal strak staat, gooi ik die opnieuw in en voer er met de pijp enkele boilies omheen. Terwijl ik daar mee bezig ben, loopt de chodhengel af. In het heldere kanaalwater zie ik een klein spiegeltje van een kilo of 4, die zich vlak voor het net van de haak af weet te wurmen. Geen groot gemis, maar toch jammer want verspelen voelt altijd slecht. Ik verwissel de chod voor een normale onderlijn en leg de zaak weer terug. Na de ochtendkoffie en wat passerende pleziervaartuigen is het tijd om in te pakken. Ik moet nog wat klussen in de tuin en ik verwacht ook eigenlijk geen vis meer. Donderdag nog een keer terug hier, tenzij de omstandigheden erom vragen om naar de Maas te rijden. Daar zit ik toch eigenlijk het liefst.

 

Het wordt toch de Maas, of liever gezegd een van de Maasplassen. De temperatuur loopt vandaag op tot 29 graden en dan ligt er vaak vis in een hoek waar ik wel vaker geweest ben. Ook vandaag kan ik er enkele vissen spotten, maar minder dan ik in eerste instantie verwachtte. Dat de hele nacht zonder een enkele aanbeet voorbij gaat is in mijn ogen bijna ongelooflijk. Om kwart over vijf word ik gewekt door een hybride. Als ik die heb onthaakt gooi ik mijn drone de lucht in en bekijk de omgeving van mijn stek, maar er is geen karper meer te zien. Inpakken en wegwezen hier. Daarna doe ik nog twee uurtjes kanaal, maar dat levert eveneens niks op. Als ik thuiskom is er toch nog actie van karpers. Ze liggen vol in de paai in mijn vijver. Ik ga weer papa worden. Volgende week niet vissen want dan staat er Metal op het menu op de Heilige gronden van de Graspop Metal Meeting. Misschien dat ik zondag met vaderdag nog een ochtendje ga, als ik tenminste inspiratie krijg waar ik heen kan gaan en anders sla ik hem over.

 

Op vaderdag vis ik vier uurtjes op de Lange Hei, maar zonder enige vorm van actie. Uiteindelijk was dat toch nog beter dan naar het Jubileum van de pastoor, waar Marianne heen moest vanwege haar rol bij de Muziekvereniging Poort van Brabant. Op de terugweg gauw getankt in België, straks naar schoonvader in het bejaardenhuis voor vaderdag en dan door naar Chiel voor de Formule 1 in Canada.

 

Van woensdag tot en met zondag zitten we in Dessel. Marianne, Mathijs, Sid en ik hebben ons kamp opgeslagen op de Boneyard en doen de eerste dag een rustig biertje bij de tent, alvorens we in de avond naar het festivalterrein lopen. Bij de Metal Dome en het plein daarvoor is het gezellig druk. Natuurlijk ben ik mijn neef Ruud weer tegen het lijf gelopen en die vertelt dat Stephan, zijn jongere broertje, morgen ook komt. Gezellig! Als ik bier ga halen sta ik ineens in de rij bij Sylke en haar vriend. Sylke is een van de bardames bij Alcatraz en ook dit jaar gaat ze dat weer doen vertelt ze. We hebben vier geweldige dagen waarbij de steeds verder oplopende temperatuur het enige is wat wel wat minder mocht. Volgend jaar maar weer terug als het aan mij ligt.

 

Een week later doe ik een instant nachtje op de Lange Hei. Het is de donderdag na de NAVO-top waar ik twee dagen in de crisisruimte van NS heb doorgebracht. Twee lange dagen van 16 en 15 uur en dat vlak na het drukke Metal weekend. Dat ik blank verbaast me, maar ook Donny blankt en die had zijn stek wél gewoon voorgevoerd.

 

Op 3 juli start ik mijn vakantie met een visnacht. Ik heb twee dagen licht gevoerd en verwacht zeker wel een visje. De eerste vis die ik eraan krijg en land, met de hand, is een PB meerval. Hoewel ik het beest niet uit het water heb getild, schatte ik hem tussen de 1,80 en 1,90 en zo’n 35-40 kilo. De dril duurde zeker een kwartier waarbij het beest me alle hoeken van het kanaal heeft laten zien. In de ochtend weet ik nog een klein kaal spiegeltje van exact 10 kilo schaakmat te zetten en daar blijft het ook bij deze week. Zondag vertrekken we met de caravan naar Péronne aan de Somme waar we een camping aan het water hebben. Dat er enkele hengeltjes en een kilo of wat boilies meegaan, zal niemand verbazen. Eens zien of we daar de aantallen wat kunnen opkrikken, want tot nu toe is het nog maar een schraal jaar.

 

Over de vakantievisserij kan ik heel kort zijn. De visserij op het kanaal bij de camping valt al snel af. Teveel boten en ondanks de donatie van wat kilootjes voer, gebeurt er helemaal niks. Ook de ruimte om mijn hengels neer te zetten is er veel te krap en de rodpod moet er aan de vangrail bevestigd worden. Een tweede kanaalstek die aan de andere kant van het dorp bij een sluis en een graanoverslag ligt, levert geen enkele vorm van actie op. Na een tip van Bjorn kijk ik een kilometer of tien verderop naar wat stekken, maar die zijn door de planten vanaf de kant nagenoeg onbereikbaar en bovendien volledig dichtgegroeid met lelies dus daar valt eveneens niet te vissen. Na wat extra zoekwerk vind ik een stuk kanaal waar wat meer ruimte is, maar ook heel wat meer vissers, en een paar gesprekken met vissers later weet ik in elk geval dat er wat kleine karpers gevangen zijn tot een kilootje of twaalf. Ik voer die stek een aantal dagen stevig aan en als ik er twee dagen later wil gaan vissen, zitten er twee Belgen exact bovenop mijn voerstek. Ik wijk dus een halve kilometer uit en vis daar een instant sessie. Ik zie wel vis draaien, maar pak enkele uren later zonder resultaat in. Ik voer een kilo of drie over een groter stuk om wat meer opties te hebben.

Nóg een dag later vis ik opnieuw op de uitwijkstek. Na een uurtje los ik een zeelt en nog een uur later als ik onder een struik de enige karper aanbeet krijg tijdens deze vakantie, breekt de onderlijn op de knoop. De verse onderlijnen die ik geknoopt heb met een oud klosje hybrid stiff, blijken niet meer opgewassen tegen de kracht van een aanbeet. Die kunnen dus allemaal de prullenbak in. Omdat het weer over enkele dagen veel nattigheid gaat brengen, pakken we een halve week eerder dan gepland de boel weer in zodat we thuis de voortent niet hoeven laten drogen. Thuis begin ik direct met het aanvoeren van een bekende kanaalstek waar aan het hogere gras te zien is dat er al een poos niet meer gevist is. Maandag ga ik daar een sessie doen.

 

Ik ben op tijd aan het water, maar de start is er eentje met vele hindernissen. Ik wil eerst met de voerboot een rondje varen om te zien waar het wier staat, maar een van de motoren weigert dienst. Na wat gepruts weet ik hem aan de praat te krijgen, maar ik heb geen idee waardoor. Na het rondje kan ik één hengel uitvaren, maar bij de tweede weigert hij weer. Dat wordt dus gooien en thuis de boot eerst goed nakijken voordat ik die weer ga inzetten. Dan blijkt dat de wind nét verkeerd staat voor al het drijfvuil wat door het water wordt meegevoerd. Dat spul drijft juist aan mijn kant van het kanaal waardoor ik vaker moet ingooien dan ik wil en twee keer zit er zoveel wier in de lijnen dat ik me door het oevergewas heen moet worstelen om vanuit de kortste hoek mijn lijn uit het water te krijgen.

Dat kost me ook nog twee keer een uitgebogen haakpunt, omdat ik geen nieuwe onderlijnen meer heb geknoopt en het derhalve met mijn oude onderlijnen voorzien van een wide-gape moet doen. De derde ellende is het weer. Ik krijg te maken met een paar pittige buien die vol op de voorkant van mijn tent staan. De deur dicht is de enige oplossing. Het gedoe met het wier duurt tot een uur of elf en daarna kan ik het zooitje laten liggen tot half vier. Dan zitten er een paar grote takken in twee van mijn lijnen en gooi ik alle hengels nog maar een keertje opnieuw in. Omdat de grondels mijn boilies van twee hengels aardig hebben gedecimeerd, doe    ik tijgers aan de ene hengel en toch nog een verse bol aan de andere. Om acht uur in de ochtend vang ik een klein schubje aan de tijgers en een kleine twee uur later nog een iets grotere schub vis met warrelschubjes erbij. De sessie kent dus toch nog een goed einde ondanks alle tegenslagen. Later in de week nog maar een keer proberen als het weer en de tijd het toelaten.

 

Als ik een dag later Bjorn aan de telefoon heb, hoor ik dat het bij hem in de buurt aardig druk is aan het water. Ook worden er veel vissers bekeurd en is de toestemming om daar te mogen nachtvissen kennelijk anders in de vergunning terechtgekomen, dan in de praktijk wordt toegestaan. Ook daar is het dus “om je heen kijken” geblazen. Ik voer dus nog maar even door op de stek van afgelopen keer. Daar kan ik nog wel even vooruit en omdat Marianne volgende week in Birmingham zit, kan ik er dan zelfs twee of drie nachtjes achter elkaar doen. Vangen is daar eigenlijk wel een zekerheidje want ik kan me de laatste blank aan die stek niet herinneren. Dan moeten er toch ook wel een paar goeie vissen tussen kunnen zitten, zou ik zo denken.

 

Op vrijdag de 25e vis ik mijn laatste sessie tijdens deze vakantie. Ik heb nog wat doorgevoerd op mijn laatste stek en zie bij aankomst al weer vis draaien. Dat is altijd een goed teken. Om half vier liggen de hengels erin en als Toine een uurtje later bij me staat voor een praatje, gaat de vaargeulstok er al vandoor. Omdat er een jachtje aan komt, moet ik de top onder water steken, waardoor ik meer wier oppik en de vis zich van de haak weet te ontdoen. Klote natuurlijk, maar met zo’n snelle actie verwacht ik nog wel wat meer. De wind staat noord en dat is met het drijfvuil een stuk gunstiger, want alles gaat aan de overkant aan mij voorbij. Toch gebeurt er de hele avond niks meer en om half een hoor ik zelfs nog een boot aankomen, waardoor ik alles weer opnieuw moet ingooien. In de ochtend, vér na de ochtendkoffie, krijg ik toch nog een run die resulteert in een spiegel van 20 pond. Een blanksaver want een uurtje later pak ik in. Volgende week nog maar eens terug, maar dan voor 2 nachten.

Op woensdag 30 juli, maak ik me op voor een sessie van twee nachten. Marianne zit tot vrijdagavond in Birmingham en aan het werkfront is het, door de vakantieperiode, komkommertijd. Een dubbele nacht is alvast een voorproefje voorafgaand aan mijn pensioen, want dan wil ik wekelijks twee nachtjes gaan doen. De ene keer, zoals nu, aaneengesloten op één stek. Een andere keer wellicht twee losse nachten op diverse stekken. Proviand is ingeslagen, batterijen zijn geladen en het bier ligt koud. Nog één Teams-meeting om 13.00 uur met de dames en daarna ga ik omkleden, inpakken en wegwezen. Het is wel echt visweer. De wind komt uit de west- of de noordwesthoek en varieert in kracht tussen twee en drie, waardoor eventueel drijfvuil aan mijn overkant voorbijtrekt. De barometer loopt de komende dagen af van 1016 naar 1012 en de temperaturen liggen overdag rond de 23 graden terwijl het in de nachten niet verder afkoelt dan een graad of 13. Een drupje regen staat ook gepland evenals zon en bewolking. Kortom, er zou een visje te vangen moeten zijn, ook omdat ik sinds mijn laatste sessie ben doorgegaan met voeren. Om drie uur liggen de hengels erin. Marianne is vandaag naar de uitvaart van Ozzy Osbourne geweest. Ze staat in Birmingham langs het parcours waar de rouwstoet langskomt en beschrijft een enorme drukte. Er zijn heel veel mensen die op de een of andere manier hun respect willen betuigen en afscheid willen nemen van dit icoon. Wat geweldig dat ze daar bij kan zijn en dat mee kan maken. Ondertussen heb ik meer last van drijfvuil dan ik verwachtte, dus ik moet vrij vaak opnieuw ingooien. Dat is zo erg dat mijn hengels er eigenlijk nooit langer in kunnen liggen dan ongeveer een half uur. Mede daardoor gaat het allemaal niet heel snel van start en duurt het tot 20.40 uur voordat ik mijn eerste aanbeet kan optekenen. Dat is wel direct een goeie spiegel van 94 cm en 17,2 kilo. Vlak voordat ik deze aanbeet krijg, spreek ik aan de telefoon met Kevin die me als afsluiter toewenst dat ik maar een dikke spiegel moest vangen.

Ik stuur hem een foto met de tekst “Ik denk dat me dat gelukt is.” Het aas wordt ververst en de hengel opnieuw gepositioneerd. Op naar de volgende. In de nacht gebeurt er tegen de verwachting ik ook helemaal niks. Ik moet er een keer uit voor drijfvuil en om half zeven voor een boot. Toch heb ik erg slecht geslapen omdat ik steeds een aanbeet verwacht. Ik gooi na de boot alles opnieuw in en ga weer binnen in mijn tent zitten. Het miezert en ik vind het best vies buiten. Even later pruttelt de ketel op het brandertje en is het tijd voor het eerste zwarte goud deze ochtend. Ik had meer verwacht vannacht. Om tien voor acht krijg ik een run op dezelfde hengel. De dril is hevig maar ik overwin. Het is weer een lange vis, een schub ditmaal die met twee ons de dertig pond passeert en slechts één cm korter is dan zijn voorganger. Om 09.40 meldt de volgende vis zich. Al bij het oppakken voel ik dat het een kleiner exemplaar is, maar met een spiegel van 21 pond en 75 centimeter kan ik ook niet ontevreden zijn. Het loopt wel lekker eigenlijk. Exact een half uur later een schubje. Een doorgegroeide mini die 7,3 kilo aan de unster klokt. Ze worden wel steeds kleiner, valt me op. Ik hoop dat er dadelijk nog een goeie tussendoor loopt. Om tien over elf komt vis nummer 5 op de kant. Een spiegel die een streep onder de tien kilo blijft steken. Het begint zowaar een respectabele sessie te worden. Een paar minuten voor het middaguur een spiegel die ruim 12 kilo op de klok tovert. Hij heeft ook een goede bouw voor een vis van nauwelijks 80 centimeter en de     

foto’s doen hem ook echt recht vind ik. Prima schouders en compact als een buffel. Nummer zeven laat op zich wachten tot 10 over half 2. Een mini die in het net wordt gefotografeerd en dan weer mag gaan zwemmen. Na 24 uur maak ik een tussentijdse evaluatie. Zeven vissen, nul lossers en allemaal op de middelste hengel. Dat betekent dat er twee stokken voor spek en bonen bij liggen. Met nog een kleine 20 uur te gaan is de vraag hoe ik die andere twee aan het lopen krijg. “Food for thought”, dus. Daarna blijft het stil. Ik heb mijn rechtse hengel voorzien van een tijgernoot met een pop-up en voer links en rechts ervan een paar scheppen particles, maar ook dat geeft geen snel resultaat. De nacht is een kopie van de vorige. Ik moet er een keertje uit voor wat drijfvuil en als ik om half zes opsta is er de hele nacht weer niks gebeurd. Toch ben ik er zeker van dat er nog actie komt. Ik sta rond tien uur net naast mijn hengels als er eentje afloopt. Ik ben stomverbaasd om te zien dat het de linker hengel is, die ik pas vijf minuten geleden opnieuw heb ingegooid. Een klein spiegeltje is de klos en een half uurtje later komt er nog een mini schubje bij. De kleinste van de sessie, maar het is genoeg geweest. Ik merk dat ik even wat slaap moet inhalen, zeker als ik Marianne vanavond laat nog moet ophalen op het station. Dit was een hele goede sessie. Volgende week niet vissen, maar met Mathijs en wat van zijn vrienden naar Alcatraz.

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en omdat er geen zak te doen is op het werk, besluit ik om maandag de 4e in mijn outdoor-office te gaan werken. Kwart voor zes liggen er twee hengels op de bekende plekken bij het wierbed. Voorafgaand heb ik enkele handen boilies verspreid in de directe omgeving en ik heb ook al wat zien draaien. Ik ben er dus nagenoeg zeker van dat er wat gaat gebeuren, hoewel het deze keer stukken langer op zich laat wachten dan ik dacht. Pas om tien over negen loopt de linker hengel voor de eerste keer af en levert me een mini op. Een kilo of zes mag snel weer zwemmen. De volgende komt twintig minuten later en is iets groter. Weer     een schub, nu van de rechtse hengel, die ditmaal 9,3 kilo op de klok tovert. Nog een klein half uurtje later, als er juist een jachtje passeert, gaat de rechter hengel weer af en resulteert in de grootste schub van de sessie. Die weet overigens de andere lijn op te pikken en als de vis in het net zit duurt het dus even voordat ik alles weer ontward heb. De vis is lang maar mist breedte én hoogte dus blijft het gewicht steken op 13,9. Toch ben ik er heel tevreden mee, want ik hoopte op 2 vissen en kreeg er uiteindelijk drie. Na zes uur pak ik in en brei een einde aan deze “kantoorsessie”. Happy days.

 

Een week later zit ik op Alcatraz waar Metal, bier en vrienden de hoofdmoot vormen. Ook “sambalman” en karpervisser Henk Nies is weer van de partij bij het hoofdpodium, waar hij de scepter zwaait samen met Pascal zijn broer. Geweldig leuk, zoals gewoonlijk, maar het is ook heel erg warm deze editie. En stoffig! Als je de mensen op het terrein ziet verplaatsen, lijkt het een kudde gnoes in een wolk van stof. Als ik thuis ben, heb ik nog de hele week last van luchtwegen die een opdonder hebben gehad, maar deze “ouwe” kan nog prima meekomen. Overigens op het podium zijn veel artiesten minimaal net zo oud als ik. Volgend jaar dus maar weer opnieuw terug. Als ik na drie dagen werken, op donderdag naar het water rijd geeft de thermometer 35 graden aan. Ik lijk wel knettergek, maar als ik op een van de bekende kanaalstekken uitpak, heb ik wel de zekerheid van veel schaduw. In de avond komt Toine langs van wie ik een Element 7 dieptemeter heb gekocht. We testen het ding en dan wordt de koop gesloten. Ik ga dus in elk geval met íets naar huis, ook al is het geen vis. Die houden zich helaas niet op in de sector waar ik nu zit te vissen, maar het is vooral de broeierige warmte die alles lamlegt en elk beetje fut samen met liters zweet uit je poriën laat stromen. Misschien dat ik zondagochtend nog een paar uurtjes ga maar in elk geval voorspellen ze bij het KNMI voor volgende week gelukkig iets betere temperaturen.

Maandag de 18e werk ik weer een ochtend in mijn outdoor-office, maar op een geloste meerval na kan ik geen actie optekenen. Wel raar want tijdens de afgelopen weken voorafgaand aan mijn Metal festival, heb ik er juist een hele serie vissen schaakmat kunnen zetten. Na een kleine vijf uur vissen rijd ik even langs de supermarkt voor een paar croissantjes en vervolgens nog even langs Max voor wat leadermateriaal en ander klein spul. Daarna rijd ik naar het stuk voorbij de A-2 brug om daar nog even wat te proberen, maar ook hier is het niks. Ik pak in en rijd weer naar huis. Komende donderdag maar weer eens een nachtje vissen.

 

Donderdag 21 augustus zit ik ’s ochtends achter mijn PC. Ik moet vandaag nog wat werken, maar ik wil ook even wat opties overwegen waar ik komende nacht ga vissen. Ik kom uiteindelijk tot drie mogelijkheden, waarvan er twee het best met de boot gedaan kunnen worden om de hengels scherp weg te leggen. Vooral de eerste keus betreft een redelijk druk bezochte plek, die in mijn ogen te vaak heel slecht bevist wordt. Het zou mooi zijn als ik daar tijdens een instant nacht met een meervoudig resultaat de sessie tot een einde zou kunnen brengen. Ik denk dat uitvaren en een klein toploodje op een meter of tien van je aas, daar een groot verschil kunnen maken. Ik maak mijn Element compleet door er kabelschoentjes op te monteren en een extra zekering te monteren zodat de elektronica beveiligd is tegen een spanningspiek. Daarna laad ik mijn accu’s zodat ik vanavond met de boot weg kan en mijn eerste bevindingen met deze dieptemeter kan optekenen. Ik ben al op tijd weg en zie dat mijn geplande stek gelukkig vrij is. Ik ga eerst mijn boot oppompen en ben daar net mee klaar als een van de “oude mannen” komt aanrijden. Hij vraagt of ik stop of nog moet beginnen en ik bevestig het laatste. Ik vind het goed dat hij naast me komt zitten en ik ga door met opzetten. Als ik de dieptemeter op de boot heb zitten merk ik dat hij toch net wat minder eenvoudig is dan ik aanvankelijk dacht. Toine komt even later een handje helpen en wat uitleg geven. Daarna steek ik van wal en vaar een poos rond om wat verschillende schermen te bekijken. Om vijf uur liggen alle hengels op scherp en ga ik een biertje drinken bij mijn buurman. We kletsen wat tot het om half zeven tijd is voor een hapje eten. Het water is niet echt levendig en er is ook niet veel bootverkeer die de vis actiever maakt. Het is dus al tijdens mijn diepe slaap als ik gewekt word door een aanbeet. Ik vang een schubje uit de vaargeul en knikker de zaak weer terug met een verse bol eraan. Ik verwacht bij dagaanbreken nog wel wat actie, maar niets is minder waar. Uiteindelijk loopt dezelfde hengel nog een keer af tijdens het opruimen. Deze is iets groter, maar niet heel veel. Zelfs bij elkaar opgeteld halen ze nauwelijks een gewicht waar ik blij van word. Ik fotografeer de vis liggend op mijn schepnet in het gras, omdat de onthaakmat al in de aanhanger ligt. De verrassing komt bij het binnendraaien van mijn derde hengel. Daar hangt zowaar een klein visje aan, met het formaat van een pak suiker. Dat is het derde schubje waardoor het aantal nog verder wordt aangedikt, maar het gemiddeld gewicht, dat al niet hoog was, nog verder naar beneden wordt bijgesteld. Ik had tijdens het laatste uur al een aantal piepen op die hengel gehad maar te weinig om bij mij een lampje te laten branden en ik vertaalde het niet in een aanbeet. Door de stroming en het drijfvuil was ik dus mooi op het verkeerde been gezet. Nog een mazzel dat er geen meerval op geklapt is want dit was het goede formaat ervoor. Ik onthaak het beestje en laat hem direct weer los. Het is wel mooi geweest zo. Volgende week een sessie op dezelfde plek als hij vrij is.

 

Het is donderdag 28 augustus als de volgende sessie zich aandient. Eentje van twee dagen want Marianne is dit weekend met een paar vriendinnen met haar eigen hobby bezig in Rhenen. Zondag zien we elkaar bij Chiel waar we de Formule 1 van Zandvoort gaan bekijken. Ik heb dus tenminste twee nachten, maar als ik echt zou willen zelfs drie, om aan mijn eigen hobby te besteden. Het plan is om vanmiddag rond half 3 naar dezelfde kanaalstek te rijden als vorige week en ook de boot weer mee te nemen. Als die stek bezet is, kan ik altijd naar de stek waar ik enkele weken geleden gezeten heb of naar de Maas. Als ik vroeg in de middag klaar ben met mijn werk voor de NS, rijd ik een half uurtje later met de auto naar de stek die gelukkig vrij is. Ik vaar met de boot wat rond en kijk op de dieptemeter waar ik mijn rigs schoon weg kan leggen. Op de stekken die wiervrij zijn, leg ik een paar markers weg. Op de oever zie ik dat die ook werpend te bereiken zijn en dat is goed want dan hoef ik er ook niet telkens met de boot op als ik een aanbeet heb gehad.

Om vier uur staat de bivvy, liggen mijn hengels en zit ik aan een koud biertje over het water te kijken. Het is best warm met 26 graden maar de wind komt uit de goede hoek en de omstandigheden zijn prima. Toch duurt het tot vijf over tien voordat ik mijn eerste aanbeet krijg. Een spiegel uit de vaargeul tekent voor 12,6 kilo op de klok en dat is in elk geval al wat groter dan de vissen van vorige week. Vóór middernacht pak ik nog een schubje en dat maakt dat ik met een tevreden gevoel ga slapen. Als ik net in bed lig hoor ik een auto stoppen achter mijn  tent. Het blijken twee Duitsers die morgen op roofvis gaan vissen, maar mijn stekken respecteren. Ik krijg nog een Duits biertje van ze en daarna zoek ik mijn bed op. Ook in de vroege ochtend pak ik er nog twee schubjes bij en de laatste van de twee wordt door een van de Duitsers op de foto gezet. De dag verloopt zonder actie totdat ik om kwart voor vijf een run krijg op mijn rechtse hengel. Dat voelt een stuk zwaarder en ik dril een log gewicht naar de oever. De vis vecht nauwelijks, maar dat komt ook omdat de kop van het beest in een grote pluk wier zit. Ik zie het wier aan de oppervlakte dichterbij komen, maar daaronder hangt een beste schub. Met het net diep onder water schep ik de hele santenkraam naar binnen. Ik moet twee keer schudden voordat alles erin zit en met een diepe kreun hijs ik een vol net de oever op. Als ik het wier heb verwijderd blijft en een schub van 92 centimeter en 19,2 kilo over op de mat. Ik vraag een man met zijn zoontje om wat hulp bij de foto’s en laat het beest weer vrij. Als ik de foto’s goed bekijk, meen ik de vis te herkennen als de veertiger die ik in februari ving en dat blijkt achteraf ook te kloppen. In de avond komt Toine langs voor een praatje en vang ik drie schubjes binnen een uur. Ik zeg voor de grap dat ik morgen pas naar huis mag als ik de tien heb gehaald en als hij de volgende ochtend langs komt is zijn eerste vraag of ik al naar huis mag. Het antwoord is bevestigend want ik heb nog twee visjes bij gevangen en ook al valt het formaat wat tegen, maakt het aantal van tien het toch een memorabele sessie. Ook deze week blijkt er bij het opruimen nog een nieuwe mini aan een van mijn hengels te hangen, dus zijn het er zelfs elf die ik bij kan schrijven in mijn logboek. Wat me vooral is opgevallen, is dat de vissen pas aanbijten als de boilies door de grondels een stuk kleiner zijn geworden. Klein aas scoort dus kennelijk beter dan een ‘grote’ twintig millimeter. Daarna rijd ik via het tankstation naar huis. Volgende week nog maar eens terug. Zonder boot want ik weet exact waar ik schoon kan vissen.

 

Een week later, 4 september, rijd mijn auto toch een andere kant op. Ik ga samen met Bjorn een nacht doen. Mijn reisdoel ligt aan de rivier op vaarafstand van onze stek, geplande verzameltijd vier uur. Zoals gewoonlijk ben ik er tien minuten eerder en Bjorn is iets later. Het deert niet, we hebben tijd zat. We varen in een kleine twintig minuten naar onze stek en zetten eerst ons onderkomen op. Het kan mogelijk nog wat gaan regenen en dan willen we niet dat alles nat wordt. Rond zes uur hebben we de hengels erin liggen en kijken we over het water. We vinden nog steeds dat we boffen, met zo’n mooie hobby, en verfoeien het ambtelijk apparaat dat zulke regels heeft opgesteld dat ons verblijf hier al voldoende is voor meerdere bekeuringen. Waanzin, want we gaan op in de natuur, laten geen rotzooi achter en de vissen worden correct behandeld en keurig teruggezet, mét of zonder foto. Het duurt tot bijna half elf voordat de eerste beet komt. We willen ons net terugtrekken voor de nacht als mijn rechtse hengel afloopt. Een schubje van net geen 12 kilo krijgt twee night-shots en mag weer zwemmen. Daarna gaan we slapen, maar niet voor heel lang.

Om tien over één en om iets na half    vier vang ik een spiegel van 17,7 kilo en een schub van één onsje minder. Beide vissen worden weggehangen, want mijn vismaat is knorrig en wil slapen. Geen probleem, dan maken we morgen bij daglicht wel foto’s. Doordat er redelijk wat wind pal op onze kant staat, hoef ik me over zuurstofgebrek geen zorgen te maken en het water is diep genoeg om veilig te kunnen zakken. Exact om vijf uur vang ik nog een mid-twintiger rijenkarper die ik direct fotografeer op de mat. Ik heb geen bewaarmogelijkheden meer, dus doe ik het op deze manier. Na het teruggooien van de hengel is mijn vismaat, die vannacht twee vissen heeft gevangen weer paraat en gaan we koffie zetten. In de ochtend vangen we allebei nog een vis.

Bjorn een  klein schubje en ik een rivierveertiger waarvan ik denk dat ik hem al eens heb gevangen op 20,3. Achteraf als ik thuis de foto’s vergelijk, blijkt dit tóch een andere vis. Deze is met een lengte van één meter drie, mijn eerste karper over de meter van dit jaar. De twaalfde als ik ze allemaal optel. Daarna gebeurt er niets meer en vangen we de terugtocht aan rond half tien. Wat een fijne sessie was dit en ook de derde nacht op rij met tenminste 5 vissen op de mat. Maar eens zien wat volgende week me brengt.

 

Ook de week erna loopt het soepeltjes, hoewel ik bij de start van de sessie nog best wat stress heb. Dat komt omdat ik vanmiddag samen met Marianne alle paperassen voor mijn pensioen heb ingevuld en opgestuurd. Bij dat soort zaken ga ik compleet uit mijn comfortzone en is werken daarna ook niet meer aan de orde. Ik moet gewoon even ontspannen aan het water. Terwijl zoiets voor de meeste mensen een feestje is, is het voor mij dus een bron van spanning. Om vijf uur liggen mijn hengels in het water en trek ik een welverdiend biertje open. Als ik tegen half zeven mijn eten aan het opwarmen ben, komt Toine langs voor een praatje. Tegelijkertijd komt er ook nog een controleur die mijn papieren wil zien. Ik draai het gas uit en voldoe aan zijn verzoek. Als de controleur vertrokken is, vertel ik Toine over de metervis van vorige week en zet ondertussen mijn nasi weer op het vuur. Als ik mijn eten op heb, gaat Toine een kwartiertje later ook een hapje eten. Heel snel is er geen actie, want pas om tien over tien krijg ik een run die een lage twintiger op de mat brengt. Gelukkig is het niet zo’n doorgeschoten mini, want die heb ik hier voorlopig wel genoeg gevangen. Die wegen allemaal zo tussen de 5 en 8 kilo, dus deze hoort daar niet tussen.

Ik verwacht komende nacht een vis of drie. Bjorn is dat niet met me eens. Hij verwacht dat ik er vier ga vangen. Van mij mag hij gelijk krijgen. Stiekem hoop ik dat er een gewichtiger klant voorbij gaat komen deze nacht. Die wens wordt sneller vervuld dan ik verwacht want als om half een mijn vaargeulstok afloopt, denk ik eerst nog aan een gemiddelde vis met een bos wier aan de lijn maar niets blijkt minder waar. Als ik de vis links van mij voorbij zie schuiven tussen de plantenstrengen, lijkt hij de vijftien kilo toch wel te halen. Hij blijft ook constant diep en mijn hengel gaat over de hele lengte krom, zéker in het eindgevecht vlak onder de oever, waarbij de vis continu de planten in duikt. Ook bij het scheppen van de vis en wat wier, denk ik nog aan een lage dertiger. Een schromelijke onderschatting blijkt als ik de vis uit het water til. Dit is veel groter en zwaarder dan gedacht. “Ik denk dat deze zelfs de veertig wel haalt,” mompel ik in mezelf. Als ik de vis opmeet op 96 centimeter, twijfel ik nog steeds. Het zal er niet ver vanaf zitten. De unster bevestigt mijn vermoeden en geeft me zelfs nog twee ons extra. Het is een vis met een verschrompelde linker borstvin, rechts wat vergroeide schubben bij de achterzijde van zijn rugvin en een verse beschadiging op zijn rechter kieuwdeksel nét onder het oog. Omdat ik de vis niet in mijn eentje wil fotograferen in het donker, hang ik hem weg in een ruime bewaarzak. Als ik dan een uur daarna wél een mini vang van 7,3 kilo, vind ik dat minder erg. Hij mag overigens direct terug en het is goed voor de aantallen. Ik heb natuurlijk ook al een beste trofee mogen vangen. Bij het eerste licht haal ik de vis uit de zak en maak ik foto’s. Na zijn verblijf in de bewaarzak is de vis natuurlijk behoorlijk levendig, dus er zitten flink wat foto’s tussen waarbij de vis net beweegt als de camera klikt. Na een minuutje of tien is het allemaal toch gelukt en glijdt de vis even later uit de sling het kanaalwater in. Met een ferme staartslag is ze vertrokken. Rob vertelt me later dat deze vis de “kleine borstvin” wordt genoemd. Als Bjorn in de ochtend belt, kan ik hem vertellen dat ik gelijk had en dat de teller op drie staat. Om negen uur moet ik bekennen dat mijn vismaat een betere schatting heeft gedaan dan ik, want dan komt nummer vier ook op de mat. Woog de eerste vis een streepje méér dan tien kilo, deze heeft een streepje minder. Ik maal er niet om. Het is prima zo. Met twintig vissen in de laatste vier nachten, waaronder twee veertigers en drie beste dertigers hoor je mij zeker niet mopperen. Volgende woensdag vis ik nog één sessie hier op deze stek, als hij vrij is tenminste. Daarna kan ik ruim drie weken niet vissen want dan zitten Marianne en ik in Amerika. Drie weken daarna heb ik nog een weekje vissen gepland staan. Helaas kan Bjorn niet mee want die wordt maandag geopereerd aan zijn linkerknie en de verwachte revalidatietijd bedraagt maanden. Ik weet dat Rolf ook nog wil gaan, dus wellicht slaan we de handen ineen en gaan we samen. Kortom samengevat, de laatste weken gaat het vissen bovengemiddeld goed, zit mijn pensioen er nu toch écht aan te komen en hebben we voor die tijd ook nog enkele mooie trips voor de boeg.

 

Op 17 september ga ik na het werk in Utrecht naar het water. Dit is de enige dag dat ik nog kan vissen en als ik aan kom rijden baal ik ervan dat ik een auto op mijn stek zie staan. Het blijken een jongen uit de Oekraïne en zijn vriendin die met mais op kleine karpertjes vissen. Die worden meegenomen en opgegeten. Ik heb er geen probleem mee, want na alweer een succesvolle paai barst het inmiddels van de mini schubkapertjes. Dwerggroei ligt in het verschiet, dus ik hoop dat er veel van het grut wordt weggevangen of wordt opgevreten door roofvis, aalscholvers en reigers. Nog een paar van die seizoenen waarbij je jezelf door de knollen heen moet trekken om bij een hoofdprijs te komen is niet waar ik op zit te wachten. En samen met mij geen enkele andere karpervisser, vermoed ik. De jongen vertelt na een uurtje te vertrekken dus zet ik eerst mijn tent op en gooi ik twee stokken in de vaargeul. De rechter van de twee loopt al na een half uurtje af en levert me een roofblei op. Als het beest in het net zit schudt hij nog een keer met zijn kop waarbij de haak lost en het lood recht omhoog de lucht in schiet. Terwijl ik naar de vis in het net kijk, komt het lood aan een strakke nylonlijn weer naar beneden. Zwaartekracht geholpen door de elasticiteit van de lijn. Exact met het puntje komt hij bovenop mijn kruin terecht. Ik ben er zowaar even dizzy van. Enkele seconden later wijst de jongen die het heeft zien gebeuren met een verschrikt gezicht naar mijn hoofd. Als ik voel waar het lood me heeft geraakt voel ik ook iets plakken en als ik mijn hand terugtrek zit die volledig onder het bloed. Lekker dan! Ik spoel het af met mijn fles water en droog me af met een handdoek. Als de jongen een half uur later vertrekt staat mijn hele stek inmiddels vol met de “Weertse hangouderen”. Ondertussen eet ik mijn warme prak en gooi ook de laatste hengels in. Over de rest van de sessie kan ik deze keer kort zijn. Er komt zowaar nog een roofblei op de kant van dezelfde hengel en daar blijft het bij. Een slechte sessie voorafgaand aan de vakantie en dus een blank die ik na de successen van afgelopen weken niet zag aankomen. Het maakt niet uit en hoort er gewoon bij in een seizoen waarbij het zoals elk jaar, de ene keer beter loopt dan de andere. Als ik heb ingepakt besef ik mezelf dat ik niet eerder dan half oktober de draad weer kan oppakken. Het slotakkoord van seizoen 2025 gaat na onze vakantie in, evenals de laatste periode van mijn werkend leven.

De vakantie in Amerika is buitengewoon. We hebben heel veel dingen gezien en gedaan samen en ik heb persoonlijk vooral de grootsheid van het land ervaren. Voor mij is het immers de eerste keer dat ik hier kom. In drie weken bezoeken we 10 staten in het oostelijk deel van de USA, rijden we meer dan 2800 mijl (ruim 4500 kilometer) en verblijven we ook op tien verschillende adressen. Het rijden met een automaat is me ook goed bevallen. Het kost me geen enkele moeite en de wegen zijn zo ruim opgezet dat het erg eenvoudig is om hier rond te rijden. Wat ik echt het meest schitterend vind tijdens ons verblijf, is de ongerepte natuur en de kleuren die het najaar met zich meebrengt. Kortom, een geweldige ervaring en wat mij betreft zeker een herhaling waard.

 

Op vrijdag 17 oktober ga ik weer eens een nacht vissen. Ik was liever een nacht eerder gegaan, maar vanwege een verjaardag lukt dat niet. Voor de omstandigheden maakt het niet uit, want die zijn onveranderd slecht. Bijna windstil, grijs en een temperatuur die overdag net wél, maar ’s nachts net niet meer de dubbele cijfers haalt. De optelsom leidt ook tot een daarbij passende barometerstand die op 1025 zit en op social media zie je dat er nergens goed gevangen wordt. Kortom, met een instant sessie voor de boeg, verwacht ik er bitter weinig van. Ik twijfel ook nog tussen twee kanaalstekken waar ik komende nacht zal gaan uitpakken, maar waar normaal gesproken altijd wel wat vis huist. De ene is de stek waar ik vóór de vakantie bezig was, maar vanwege de afwisseling kies ik voor een andere favoriet. Om drie uur liggen de hengels erin en ik een paar minuten daarvoor zelf ook bijna. Ik wil naast wat paddenstoelen op de rand van een damwandplaat gaan staan, maar de plek waar ik mijn voet neerzet is slechts wat overhangend gras. Ik stap dus eigenlijk met een been langs de oever het kanaal in en alleen door een hele snelle reflex, en een flinke portie geluk, kan ik mezelf net op de oever houden. Daarna drink ik een biertje in de tent en wacht ik af op wat komen gaat. Heel snel gebeurt het allemaal weer niet vandaag. Er passeren in totaal drie boten, Victor komt langs voor een praatje en in de avond komt Toine ook nog even langs. Ik kijk de sprintkwalificatie die door Max gewonnen wordt en dan ga ik slapen. Om tien voor vijf word ik gewekt door een run op de hengel in de vaargeul. Hij scheert aan de overkant voor mij langs en even later ligt de vis schepklaar aan de oppervlakte. Toch krijg ik hem niet in het net, want telkens als ik het net naar voren steek, lijkt het of ik de vis achteruit duw. Dan heb ik door wat er aan de hand is. De haak zit vast in het net en met enig manoeuvreerwerk weet ik de vis er toch in te krijgen. Op de mat doet hij 89 centimeter en 13,7 kilo. Fotootje en direct terug. Ik ga zelf ook terug nadat ik de hengel opnieuw heb ingegooid en sta om zes uur op voor koffie. De rest van de ochtend gebeurt er niks meer, maar omdat ik geen blank heb, ben ik toch tevreden met het resultaat van deze sessie. Volgende week een tweede sessie in oktober en de week daarna met Bjorn naar Frankrijk voor onze najaarssessie.

Het is donderdag 23 oktober en de dag van de storm Benjamin. De avond belooft nat te worden, maar na elf uur lijkt het op te klaren en lijkt de wind ook iets te gaan liggen. Met zuid 6, draaiend naar west 5 en later in de nacht naar zuidwest 4 zit de wind in de goede hoek en lijkt het te heel goed mogelijk dat de vissen geactiveerd gaan worden. Ik besluit de elementen te trotseren en gewoon te gaan. Het is ook de enige mogelijkheid om te vissen dit weekend, want door een vroege brouwafspraak op de zaterdagochtend en een optreden van Mathijs op “Weert Hard” zaterdagavond zit het er verder niet in. Om drie uur ga ik mijn aanhanger inladen en een klein half uurtje later rijd ik de oprit af. Eerst langs de Action in Weert want daar hebben ze lampjes die je om je nek kunt doen en die zijn rete handig. Helaas zijn ze daar uitverkocht dus moet ik morgen mijn geluk nogmaals proberen in Budel. Als ik bij het water aankom en mijn aanhanger openmaak, waait het al flink. Als ik mijn grondzeil heb neergelegd en de tent uit de aanhanger heb gepakt, laat ik de klep open staan. Ik denk dat de wind nét uit de goede hoek komt dat hij niet helemaal open waait. Big mistake! Als ik de tent met één haring vast heb zitten, komt er een windvlaag en twee tellen later hoor ik een hevig gekraak. Als ik in de richting van mijn aanhanger kijk zie ik de klep op de grond liggen en dat is niet goed. Bij nadere inspectie zie ik dat er een scharnier volledig is afgebroken. Het lijkt redelijk makkelijk herstelbaar, maar dat is de tweede keer dit jaar dat ik onvoldoende rekening houd met de wind. Even later zit ik dan toch te vissen nog onwetend dat de pechduivel nog een keer gaat toeslaan. Ondanks de heftige wind duurt het tot half twaalf, als de regen net gestopt is, voordat ik een run krijg op de stok in de vaargeul. Ik weer de vis te keren en aan de overzijde langs de oever te loodsen. Tóch weet het vermaledijde beest de lijn van mijn linker hengel op te pikken en dan lost enkele tellen later de haak. Lekker dan. De rest van de nacht gebeurt er niks meer, maar het is gelukkig wel droog gebleven. Als ik om half zes mijn hengels inspecteer en opnieuw ingooi, verwacht ik zeker nog actie en die komt ook. Om kwart voor negen is het de hengel aan de overkant die afloopt en me een schub oplevert van 14 kilo. Weer geen blank gelukkig. Als ik een uur later ga inpakken rijd ik eerst langs de doe het zelf zaak om de benodigde spullen te halen voor de reparatie. Ik neem ook direct een extra gasfles mee en extra batterijen voor mijn piepers, want mijn blauwe Delkim is zo goed als leeg. Nu heb ik komende week voldoende reservebatterijen als ik met Bjorn naar Frankrijk trek. Deze instant sessie blijkt dus achteraf een generale repetitie met hindernissen, maar toch nog met een goede afloop. Eens kijken wat voor avonturen we volgende week aan de rivieren in het Franse land gaan meemaken. Zondag 2 november vertrekken we en vóór die tijd moet ik alle spullen en uitrusting die ik mee wil nemen nog gaan uitzoeken. Tijd zat!

Op zondag rijd ik om half acht van de oprit af. Marianne is net te laat om me nog goeiedag te zeggen zo blijkt uit haar appje. Ik ontmoet Bjorn bij ‘Knuvelkes’ de parking langs de A-2, en even later rijden we richting Dijon. Wat ons zorgen baart is de stroming die de afgelopen dagen is toegenomen, maar volgens mijn maat is de rivier bij ons goed bevisbaar. Dat ziet er overigens niet zo uit als we de Moselle over rijden, want die staat hoog en is onstuimig en datzelfde geldt voor de Saone. Als we eind van de middag aankomen op een kanaaltje in de buurt van Chalôn sur Saone, stoppen we even bij het haventje wat er goed uit ziet. Daarna rijden we nog anderhalve kilometer door en gaan we voor de eerste nacht elk aan één zijde van de brug zitten. Op die plek stond immers het speldje dat we gekregen hadden.  We moeten eerst wat eten en daarna drinken we bij mijn aanhanger, die we gebruiken als bar om aan te hangen, een biertje. Aan mijn kant van de brug staat slechts anderhalve meter water, maar bij Bjorn is het nog minder, nauwelijks een meter. Dat we de volgende ochtend zonder vis kunnen inpakken, verbaast ons niet. Ik verzamel de lege bierblikjes en verpakkingen van het eten en hang die in een plastic zak aan de achterzijde van mijn aanhangertje. Dan moet ik het geheel zien te keren op het smalle pad, de eerste keer deze week, en dat gaat eigenlijk prima. We rijden weg en als ik over de brug rechtsaf sla zie ik aan de overkant een man lopen die op een vreemde manier mijn kant op kijkt. Ik sla er verder geen acht op en rijd verder in de richting van het haventje. Daar seint Bjorn met zijn lichten en stappen we uit. “Of ik niks verloren ben?”, vraagt mijn maat. Dan herinner ik me ineens de plastic zak aan de achterzijde van mijn aanhanger, die er nu niet meer hangt. Nú snap ik ook waarom die man zo vreemd keek. Ik voel me er niet prettig over, maar het is nu te laat. We rijden door en komen aan het einde van de ochtend bij de eerste Rhône stek. Die lijkt ondanks de hoge afvoer best bevisbaar, maar niet tot op de afstand waar we moeten vissen. Daar komen volledige bomen voorbij gedreven op een snelheid waar je ontzag voor heb. Stek 2 is totaal onbevisbaar, net als stek 3 en 4 maar daar vlakbij zien we een arm waar een aantal mensen zitten te vissen. We gaan daar eens kijken en zien een tiental feedervissers, die ook nog vis vangen.

Dit is een optie om uit te kunnen pakken. We kijken vervolgens nog even bij een vijver aan de overkant maar besluiten terug te rijden naar de stek van de witvissers die tegen de avond sowieso gaan inpakken. Daarna nemen wij het wel over. In de tussenliggende tijd besluiten we de boten op te pompen en wat te verkennen. Dan blijkt dat de boot van Bjorn er een gat bij heeft gekregen en die moet eerst geplakt worden. We zoeken dus vanuit mijn boot en zien op de dieptemeter een hoop witvis, met hier en daar een groter signaal. Als de mannen vertrokken zijn, schuiven we 200 meter op naar links en nemen de stek over. Omdat we geen puf meer hebben om te koken, haalt Bjorn eten bij de Mac. Er gebeurt de hele nacht niks en we zijn rusteloos. We pakken dus weer in en rijden rond op zoek naar een bevisbare Rhônestek, die er niet is. Ook kijken we bij een Alpenwater wat er goed uitziet, maar waar we helaas pas mogen nachtvissen van donderdagnacht tot maandagochtend. Aan het einde van de middag vinden we een kom aan een aftakking van de Rhône, die bevisbaar is. We gooien de boot weer in het water en ontdekken dieptes tot 4 meter vanaf een bevisbare stek met veel wier en waterplanten. Blij met deze ontwikkeling, worden de tenten weer opgebouwd en doen we een barbecue en een biertje. In de ochtend is er weer niets gebeurd en ik zit net met Rolf aan de telefoon om de nacht door te spreken als er toch iets gebeurt aan mijn linkerhengel. Ik stap met hengel en al de boot in, maar er hangt niets aan. De aanbeet was ook meer witvis-achtig, dan van karper dus rouwig ben ik er niet om. We besluiten aan de andere kant van de rivier bij twee meertjes te gaan kijken die aan de voet van de Colombier liggen. Daarvoor moeten we echter door een diepe plas rijden waar een deel van het hoge water door wordt afgevoerd. Mijn auto is daar hoog genoeg voor, maar de elektrische Kia van Bjorn niet echt. Ik rijd er doorheen en Bjorn besluit om te rijden. Toch zie ik hem 10 minuten later ook “van mijn kant” komen. Omrijden blijkt onmogelijk doordat er aan de weg gewerkt wordt, dus trekt mijn vismaat de stoute schoenen aan en volgt dezelfde weg als ik. Het water komt bij hem tot over zijn dorpels, maar ook hij redt het. We bekijken beide wateren en komen tot de conclusie dat er op beiden geen karper te vinden is. Niet met de drone en ook niet met de boot en dieptemeter. Bjorn is er klaar mee en besluit naar huis te rijden. Ik vertel hem dat ik onder geen enkele voorwaarde de sessie nu al ga afbreken, met nog drie nachten voor de boeg. Op de vraag wat mijn plan dan is, vertel ik hem dat ik dan voor de laatste 3 nachten naar Monampteuil trek. Hij is heel duidelijk dat hij daar onder geen enkele voorwaarde naartoe gaat. Als we rond twee uur ‘s middags alles hebben ingepakt, besluit hij wel mee te rijden en vanavond als we aankomen zijn tent naast de auto op te zetten om de ochtend erna door te rijden naar huis. Tijdens de eerste stop onderweg naar het water, vertelt hij dat hij wel een nachtje mee zal vissen. Dat worden er al twee als we een stop verder zijn. Om elf uur ’s avonds komen we aan op Monampteuil. Er zitten slechts twee vissers en we strijken neer bij de “grafzerk”, die halverwege het water staat. Na een rit die zo’n negen uur heeft geduurd en een tol die de zestig Euro héél dicht benaderde, zijn we wel toe aan een biertje. Om één uur liggen de hengels erin en een uur later kruip ik in mijn slaapzak. Dat er die nacht niks gebeurt, verrast me niet. De volgende dag maken we kennis met een Nederlandse visser links van ons. Rechts van ons zit een Belg. We zoeken op het water nauwkeurig naar plekken die ons mogelijk vis gaan opleveren en zijn de hele dag lekker bezig. Als we ’s avonds om een uur of tien naar bed gaan, krijgt Bjorn een aanbeet op zijn linker hengel. Het is een schub die hij in het net onthaakt en direct terugzet omdat hij hem niet mee terug kan nemen in de boot. Langs de boot gaat ook niet vanwege de grote wierbedden die er zijn. We gaan slapen en midden in de nacht, zo voelt het, heeft Bjorn weer vis. Ik ben in de veronderstelling dat hij hem wéér heeft losgelaten en blijf dus doorslapen, terwijl hij zit te wachten tot ik kom om foto’s te nemen. Uiteindelijk zet hij de vis maar terug als hij doorheeft dat ik niet ga komen. We drinken koffie en daarna gaat hij op weg voor croissants. Het zal zijn laatste nacht zijn op dit water, vertelt hij, want vermoedelijk gaat hij vanmiddag door naar huis. Ik besluit nog een nacht te blijven en hoop dat er ook bij mij nog een visje gaat afkomen. Ik eet drie ‘bacon-sarnies’ en een blik snert als diner en ga om tien uur slapen. Er gebeurt de hele nacht niks, tót tien over vijf als ik een drietal piepen krijg op de blauwe hengel die op de hotspot van Bjorn ligt. Verder gebeurt er niks en de verassing is groot als ik ga inpakken. Dan blijkt er ineens tóch een schubje aan te hangen die in het wier is gaan liggen. Blij met een blanksaver van ongeveer zeven á acht kilo, maak ik een fotootje met de vis langs de boot in het net en laat hem vervolgens direct vrij. Kwart over tien rijd ik het water af en ben 4,5 uur later weer thuis. Samenvattend is deze sessie allesbehalve over rozen gegaan. De eerste verwachting van een sessie op verschillende, natuurlijk ogende, stekken aan de rivier die door de hoge afvoer op de Rhône tot 3300 m³ waar 1300 de norm onbevisbaar is. Elk watertje wat we bekeken hebben en waar ofwel de regels het niet toelaten om uit te pakken of er geen vissen lijken te zitten. Een reis van ruim 2000 kilometer met bijpassend benzineverbruik en dito tol, om uiteindelijk te landen op een lelijke put in Frankrijk, waar je wel rust ervaart maar ook voelt dat je midden tussen de andere vissers je ding moet doen. Het lijkt op het equivalent van een rustige camping met gelijkgestemden. Wat we daar wél hebben geleerd is dat vissen met een tijgernoot het verschil kan maken, omdat iedereen met boilies vist en vaak wel bijvoert met particles maar die niet aan de hair hangt. Veilig voer voor de vissen en wellicht de reden dat wij wel vis vingen terwijl de andere vissers blankten. Een heel andere bestemming dan we gepland hadden dus, maar evenzogoed toch een memorabele najaarssessie.

Een week later rijd ik naar het kanaal voor een instant sessie op dezelfde stek als voor de vakantie. Om zes uur liggen de hengels erin. Ik buurt een tijdje met Toine die even komt kijken en ik vertel hem dat ik het Navionics kaartje, dat in mijn dieptemeter zit, niet nodig heb. Hij vertelt me dat ik vannacht in elk geval niet bang hoef te zijn voor boten, want er heeft een vrachtschip onder de stadsbrug vastgezeten en die moet eerst gerepareerd worden. Dat vist een stuk relaxter. Daarna bel ik nog even met Bjorn en Rolf en kijk dan een filmpje. Om tien over tien schrik ik me dood van een run op mijn rechter hengel. De enige met een KSK boilie want de andere twee hengels vis ik met een tijgernoot, om de ervaringen van vorige week eens uit te proberen op een ander druk bevist water. Dit schubje lijkt er maling aan te hebben en komt dit jaar als eerste visje van wat vroeger de hotspot was. Ik onthaak hem en laat hem direct vrij. Ik loop mijn hengel opnieuw uit en voer wederom een handje boilies heel verspreid rond mijn rig. Het is dezelfde hengel die tegen half vier nog een keer afloopt en me een spiegel van dertien kilo oplevert. De vis heeft een heel klein staartje en verdient een betere foto dan op de mat, dus hang ik hem tot het licht wordt weg. Net na zeven uur maak ik de foto’s en geef de vis zijn vrijheid terug. Ik vis de sessie uit maar er zal niets meer gebeuren. Voor de annalen moet nog vermeld dat ook Bjorn twee vissen had op een nieuwe stek, een veertiger en een dertiger. Rolf moest het deze nacht met eentje doen op het gat bij hem in de buurt, kortom allemaal vis tijdens een warme novembernacht. 

 

Ik voer gedurende de week om de dag nog door op de stek. Elke voerbeurt gaan er een aantal kilo’s aan tijgernoten en maïs in, aangevuld met anderhalve kilo boilies. Donderdag en vrijdag ga ik twee nachtjes doen want Marianne is een weekje weg met drie van haar quiltvriendinnen. Het weer klapt wel ineens een stuk onderuit met vorst aan de grond en een dagtemperatuur van een graad of zes, maar dat hoeft hier niet slecht te zijn. Eigenlijk is hier altijd wel een visje te vangen.

 

Ik ben donderdag pas laat aan het water, omdat ik een oefening mag begeleiden in Rotterdam. Ik ben om zes uur thuis en besluit thuis te eten, want dat is makkelijker met een fornuis dan aan het water op een gaspitje. Het is toch al donker dus daar hoef ik me niet meer voor te haasten. Het is 5 graden en de barometer staat tegen de 1020 als ik thuis vertrek. Het is windstil en daardoor voelt het minder koud dan ik verwacht. Om acht uur liggen de hengels erin en ik drie uurtjes later ook. Het is best koud en ik moet nog maar zien dat er onder deze omstandigheden iets gebeurt. Een half uurtje later word ik uit mijn slaap gehaald door een klein schubje van de overkant. Niet de moeite van een foto waard, maar ik ben in elk geval van de nul af. Het vriest niet deze nacht en ik merk als ik in het ochtendzonnetje aan de koffie zit, dat ik eigenlijk wel wat actie verwacht. Dat duurt toch nog tot half twaalf, als een vis zich meldt op de stok in de vaargeul. Al bij het oppakken van de hengel valt hij van de haak. Ik heb niet eens kunnen voelen of het een iets gewichtiger exemplaar was. De hengel gaat terug en twee uurtjes later komt er een herkansing vanaf de overkant. Deze kleine schub blijft natuurlijk wel hangen en mag evenals zijn voorganger direct terug. De avond blijft stil en omdat het om negen uur al aan het vriezen is, kruip ik om half tien mijn slaapzak in en doe de luikjes dicht. Het loopt al tegen de ochtend als ik om kwart voor 5 een aanbeet krijg in de vaargeul. De vis vecht als een bezetene en ik denk zelfs even een meerval aan de lijn te hebben, hoewel het gewicht dat niet lijkt te ondersteunen. Even later schep ik een spiegel van 11,1 kilo die na enkele plaatjes op de mat weer mag gaan zwemmen. Half zeven loopt mijn overkantstok nog een keertje af en dat leidt tot een schub van net onder de 10 kilo, die ook even op de foto mag. Het is bij elke aanbeet een verademing als ik daarna weer bij de kachel kan gaan zitten. Het vriest een graad of drie, maar door de zuidwestenwind voelt het als -6 zegt de weerman. Dat zal de laatste actie zijn die ik kan optekenen tijdens deze barre sessie, maar aan de positieve kant had ik elke dag vis en vier stuks is nou ook weer niet heel slecht. Een voorproefje op de sessies van twee nachten die ik volgend jaar bij mijn pensioen wekelijks wil gaan doen. Als me dat telkens vier vissen op zou leveren, teken ik daar nu al vast voor.

De sessie daarna is op woensdag 26 november. Op woensdag omdat ik beide dagen daarna een receptie heb van pensionado’s, zaterdag een spelletjesmiddag en zondag is formule 1. Kortom, de enige mogelijkheid om te vissen is de woensdagnacht. Als ik aan het water kom, kan ik in elk geval droog opzetten en de kachel doet al snel zijn werk want het begint al te vriezen. De mat is al snel wit aan het verkleuren en de aanhanger heeft een laagje rijp, net als mijn auto. Omdat er verder niks gebeurt en er ook niks te zien is in het donker, kijk ik een serie op mijn tablet. Ik maak een fotootje van mijn stek in het donker en ga slapen. Als ik wakker word regent het een beetje. De koffie mag op maar het blijft vies en nietszeggend weer. Om zes uur is de vorst al verdwenen maar er gebeurt gewoon niks. Tien uur inpakken en naar huis. Volgende keer beter, hoop ik.

 

Op vier december doe ik weer een nachtje op dezelfde stek, maar ook deze nacht gaat zonder geluid uit de piepdozen voorbij. In de ochtend stop ik nog even bij Joeri die evenmin iets gevangen heeft en ook Pim heeft vannacht geblankt. Het zal dus van een volgende keer moeten komen. Morgen een dagsessie op de Maas als ik Marianne heb afgezet in Grevenbicht. Ben benieuwd of daar wat gebeurt.

 

Op 6 december vis ik vier uur in de berghaven van Born. Het is Sinterklaas geweest, maar kennelijk ben ik niet braaf genoeg geweest want de Sint is al weer terug naar Spanje zonder een cadeautje voor me achter te laten. Dat er een viswedstrijd aan de gang is waardoor ik moet uitwijken naar de overzijde zal ook niet geholpen hebben. Ik zie op mijn tablet nog wel hoe Max zijn 48e polepositie haalt in Abu Dhabi met 2-tiende voorsprong op de Mc Larens van respectievelijk Norris en Piastri op 2 en 3.Dat belooft nog een spannende laatste race om het kampioenschap morgen. Aan het water is het momenteel allemaal een stuk minder spannend want tot nu toe ben ik in december nog steeds visloos. Donderdag een nachtje haven of toch naar de Maas?

Daarna wordt er pas weer gevist in de nacht van 22 op 23 december. De week ervoor zijn Marianne en ik samen met Chiel naar Dresden en Praag geweest. Hele leuke week met kerstmarkten, musea een boottocht en lekker eten en drinken. Maandag werk ik vanuit huis aan wat laatste dingen op het werk en als ik dan ook nog de groene container heb gevuld met buxus vind ik het mooi geweest. Er gaat gevist worden. Om twee uur rijd ik thuis de oprit af en sta even later op de beoogde kanaalstek. De hengels worden uitgevaren met de voerboot en de tent wordt opgebouwd. Kacheltje erin, biertje open en over het water kijken naar actie. Door de koude oostenwind is er niet veel te zien, dus het kijken houd ik maar een half uurtje vol, dan gaat de iPad open en doe ik een spelletje. In het donker wordt er gegeten en een filmpje gekeken. Rond middernacht gaan de lamp en de kachel uit en kruip ik mijn slaapzak in. Half vier word ik gewekt door een aantal piepen op de hengel in de vaargeul en daar hangt zowaar een decemberschubje aan van net geen tien kilo. Dat is ook de enige actie die ik zal krijgen, als je tenminste de wind niet meetelt die voor de derde keer dit jaar de klep van mijn aanhanger blaast. Geen schade gelukkig deze keer, maar ik moet daar in de kerstvakantie wel iets aan gaan doen want dit gebeurt me iets te vaak. Verder moet ik maar eens kijken wanneer ik weer ga vissen, want de kerstdagen staan voor de deur evenals een koufront uit het oosten en vooral dat laatste staat niet garant voor rokende molenspoelen en gillende beetmelders. Er zal best nog wel een sessietje gedraaid worden, maar dat laat ik dus ook een beetje afhangen van de omstandigheden.

 

Maandag 29 december voer ik 2 plekjes op het kanaal aan, met het idee om morgen een laatste nachtje te doen. Met een beetje geluk, zal een van beide stekken wel vrij zijn en kan ik dus op een licht aangevoerde stek gaan zitten. Op beide plekken heb ik een mengeling van enkele scheppen particles en wat boilies gevoerd. De verwachte wind is west tot noordwest 2, de barometer fluctueert tussen 1030 en is iets aflopend naar 1024. Geen ideale omstandigheden, maar we vissen voor een enkele aanbeet.

 

De laatste nacht van het jaar is een frisse. Het kwik komt niet boven de 3 graden uit en in de nacht vriest het ook drie graden. Gemiddeld komen we uit op nul en dat is ook het resultaat dat ik in mijn logboek kan bijschrijven. Toch mopper ik niet aan het   einde van dit jaar dat zich grotendeels op het kanaal heeft afgespeeld. Drie veertigers mochten de binnenkant van mijn net zien en ik heb leuke contacten opgedaan aan de oevers van de Zuidwillemsvaart. Kortom, een gemiddeld jaar qua vangsten, maar redelijk mijn ding kunnen doen, zonder om me heen te hoeven kijken. Of ik volgend seizoen de Maas weer wat meer ga bevissen is onder andere afhankelijk van de controles en de mogelijkheden die ik daar heb. Fini 2025, op naar mijn pensioenjaar waarin ik wat vaker kan gaan en ook op de tijden dat het weer optimaal is. Ik ben niet langer afhankelijk van de donderdag- of vrijdagnacht. Een mooi vooruitzicht.

Maak jouw eigen website met JouwWeb